Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer
Einde inhoudsopgave
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.2.3:14.2.3 Invoering van de APV-regeling
Scheiding van zeggenschap en belang in de familiesfeer (FM nr. 162) 2020/14.2.3
14.2.3 Invoering van de APV-regeling
Documentgegevens:
Mr. dr. A.E. de Leeuw, datum 29-02-2020
- Datum
29-02-2020
- Auteur
Mr. dr. A.E. de Leeuw
- JCDI
JCDI:ADS232756:1
- Vakgebied(en)
Vermogensbelasting (V)
Schenk- en erfbelasting / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Vergelijk ook Kamerstukken II vergaderjaar 2008/09, 31 930, nr. 3, pagina 9 – 11.
De wettekst spreekt van het toerekenen van vermogen, maar in de parlementaire geschiedenis worden toerekening van vermogen en fiscale transparantie van het APV door elkaar heen gehanteerd. In paragraaf 14.3.9 ga ik in op de vraag of sprake is van toerekening of van fiscale transparantie. Overigens blijf ik eenvoudshalve in de tekst de term “toerekening” hanteren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Vanwege de hierboven genoemde omstandigheid, dat het vermogen van een (irrevocable) discretionary trust of vergelijkbare rechtsfiguur veelal voor inkomstenbelasting bij niemand in de heffing betrokken kon worden als gevolg van het ontbreken van aanspraken hierop, werd dit vermogen door de wetgever beschouwd als “zwevend” vermogen. Daar kwam bij dat, als gevolg van het oordeel van de Hoge Raad in de trustarresten, vermogen zonder heffing van schenkbelasting in een irrevocable discretionary trust kon worden ingebracht als de settlor niet (fictief) in Nederland woonachtig was, of met beperkte heffing van schenkbelasting als een vermogensbestanddeel met een relatief lage waarde maar een groot groeipotentieel werd ingebracht. Op deze wijzen kon vermogen buiten het bereik van de Nederlandse belastingheffing worden gebracht.1
Na de trustarresten van 1998 heeft de wetgever relatief lang stilgezeten, maar uiteindelijk bij de wijziging van de Successiewet de APV-regeling geïntroduceerd als regime voor de belastingheffing in het geval van trusts en vergelijkbare doelvermogens of entiteiten. De basisgedachte is hierbij om het vermogen, dat is ingebracht in een APV, alsmede het inkomen hieruit fiscaal te behandelen alsof de inbreng niet heeft plaatsgevonden. Dit geschiedt door toerekening2 van het vermogen voor inkomstenbelastingdoeleinden in combinatie met bepalingen in de Successiewet die een schenking of verkrijging krachtens erfrecht fingeren. Hieronder zal ik de APV-regeling analyseren, waarbij ik focus op de regelingen voor de inkomstenbelasting en de schenk- en erfbelasting.