Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht
Einde inhoudsopgave
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.7:12.7 In welke gevallen zou Nederland dividendbelasting mogen heffen over inkomsten uit een hybride geldlening in het licht van de belastingverdragen, de Moeder-dochterrichtlijn en de Rente- en royaltyrichtlijn?
Aftrekbeperkingen van de rente in het internationale belastingrecht (FM nr. 132) 2008/12.7
12.7 In welke gevallen zou Nederland dividendbelasting mogen heffen over inkomsten uit een hybride geldlening in het licht van de belastingverdragen, de Moeder-dochterrichtlijn en de Rente- en royaltyrichtlijn?
Documentgegevens:
mr. J. Vleggeert, datum 01-11-2008
- Datum
01-11-2008
- Auteur
mr. J. Vleggeert
- JCDI
JCDI:ADS305589:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal belastingrecht (V)
Internationaal belastingrecht / Algemeen
Internationaal belastingrecht / Belastingverdragen
Vennootschapsbelasting / Winstbepaling
Europees belastingrecht (V)
Europees belastingrecht / Algemeen
Vennootschapsbelasting / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In paragraaf 11.10 is geconstateerd dat Nederland het bereik van art. 10, lid 1, onderdeel d, Wet VPB 1969 zou kunnen uitbreiden. Dat zou met zich brengen dat ook de reikwijdte van art. 3, lid 1, onderdeel f, Wet DB 1965 dienovereenkomstig zou worden vergroot. De inhouding van dividendbelasting mag echter achterwege blijven ten aanzien van de opbrengst van een hybride geldlening waarop de inhoudingsvrijstelling van art. 4 Wet DB 1965 van toepassing is. Dat is onder meer het geval als de deelnemingsvrijstelling op de opbrengst van toepassing is. In dit verband is van belang dat in hoofdstuk 2 is bepleit om de 5%-eis voor de toepassing van de deelnemingsvrijstelling te schrappen. Is de crediteur onderworpen aan Nederlandse vennootschapsbelasting dan wordt op de opbrengst op een deelnemerschapslening dus geen dividendbelasting ingehouden. Dat zal eveneens het geval zijn als de crediteur een lichaam is dat is gevestigd in een andere lidstaat van de EU en voldoet aan de voorwaarden van art. 4, lid 2, Wet DB 1965, waarbij zij aangetekend dat ook in deze bepaling de 5%-eis geschrapt zou moeten worden.