Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.1
V.1 Inleiding
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460157:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Over deze twee doelen en de manier waarop deze terugkeren in de onderzoeksvragen, zie par. I.2 en I.4.
In deze conclusie gebruik ik – tenzij anders aangegeven – de termen ‘daderschap’ en ‘dader’ in de meeromvattende betekenis van het woord. Dus ‘dader’ heeft niet de strafrechtelijke betekenis van artikel 47 Sr, maar dader verwijst in algemene zin naar degene die de (milieu)overtreding begaat. Zoals ik hierna toelicht, heet deze persoon in het bestuursrecht ‘overtreder’ in de zin van artikel 5:1 lid 2 en 3 Awb, en is dit in het privaatrecht degene die een onrechtmatige daad begaat in de zin van artikel 6:162 lid 1 BW.
De twee doelen zijn overigens niet volledig van elkaar te onderscheiden. Bijvoorbeeld, als de onderbouwing en rechtvaardiging van de aansprakelijkheidsdrempel bij nadere bestudering inadequaat blijken, kan dit aanleiding geven voor een andere invulling van de aansprakelijkheidsvereisten. Zie bijvoorbeeld par. IV.4. Dit illustreert dat rechtsvinding naar haar aard een argumentatieve en evaluatieve bezigheid is.
Zowel in het bestuursrecht als in het economische strafrecht zijn er auteurs die menen dat zogenoemd ‘boos opzet’ minimaal vereist zou moeten zijn voor de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders. Zie par. II.2.7.3 en par. III.7.3.5.
Hiermee refereer ik aan het ‘ernstig verwijt’-vereiste dat geldt in het privaatrecht. Deze maatstaf komt uitvoerig aan bod in par. IV.2-IV.4.
Zie par. I.4.2.
Dit promotieonderzoek gaat over de strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke milieuaansprakelijkheid van natuurlijke personen met een leidinggevende functie binnen een onderneming. Met dit onderzoek wil ik twee doelen bereiken. Kort gezegd tracht ik een overzichtelijk en doordacht juridisch kader te schetsen voor de beoordeling of een leidinggevende persoonlijk kan worden gesanctioneerd wegens een milieuovertreding in bedrijfscontext, en daarnaast evalueer ik of er aanleiding bestaat om leidinggevenden aanvullend te beschermen tegen persoonlijke milieuaansprakelijkheid.1
Het eerste doel kent drie aspecten. Ten eerste breng ik voor ieder rechtsgebied in kaart welke soorten regels gelden voor de milieubelastende activiteiten van ondernemingen. Hierbij sta ik stil bij de manier waarop (vaak, bestuursrechtelijke) milieuregels doorwerken in het privaatrecht en het strafrecht, en ook ga ik in op bepaalde specifieke kenmerken van een aantal belangrijke soorten milieuvoorschriften. Ten tweede schets ik het strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke juridische kader voor de beoordeling of een leidinggevende een milieunorm overtreedt. Daartoe bespreek ik voor ieder rechtsgebied de algemene daderschapsvereisten2 en ga ik ook in op de toepassing van deze vereisten in situaties waarin een leidinggevende aansprakelijk wordt gesteld in verband met een bedrijfsmatige milieuovertreding. Ten derde analyseer ik per rechtsgebied welke aanvullende vereisten worden gesteld voor het opleggen van een sanctie aan de leidinggevende in verband met een milieuovertreding.
Waar het eerste doel ziet op het scheppen van overzicht en het verder ontwikkelen van de aansprakelijkheidsvoorwaarden, is het tweede doel verklarend/evaluatief van aard: ik wil bezien of er aanleiding bestaat om een afwijkend, restrictief regime toe te passen voor de milieuaansprakelijkheid van bestuurders of andere leidinggevenden.3 In het privaatrecht en (in mindere mate) ook in het bestuursrecht en het strafrecht, bestaat namelijk discussie over de vraag of bestuurders van rechtspersonen aanvullende bescherming verdienen tegen persoonlijke aansprakelijkheid. Met ‘aanvullende bescherming’ bedoel ik een uitzonderingspositie voor de bestuurder waarbij een hogere aansprakelijkheidsdrempel wordt toegepast naast of in plaats van de gewone aansprakelijkheidsregels, bijvoorbeeld in de vorm van een gekwalificeerd opzetvereiste4 of een aanvullende verwijtbaarheidstoets.5 Dit tweede doel heeft twee aspecten. Ten eerste geef ik eerst een overzicht van de argumenten die in het juridische discours bestaan vóór en tegen het beperken van de persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en andere leidinggevenden. Bij elk argument ga ik na of de onderbouwing steekhoudend is, zodat de argumenten die berusten op feitelijke onjuistheden of redeneerfouten in de evaluatie buiten beschouwing blijven. Ten tweede beoordeel ik na de evaluatie en afweging van die argumenten of in het milieuaansprakelijkheidsrecht een uitzonderingspositie voor leidinggevenden gerechtvaardigd is.
De bovengenoemde vijf aspecten van de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden zijn gebaseerd op de vijf deelvragen van dit promotieonderzoek. De deelvragen worden geïntroduceerd en nader toegelicht in Hoofdstuk I.6 De antwoorden op deze deelvragen zijn voor ieder rechtsgebied afzonderlijk te vinden in Hoofdstuk II-IV. In deze conclusie ga ik opnieuw de deelvragen langs, maar ditmaal beantwoord ik de vragen vanuit een rechtsgebiedoverstijgend perspectief. Hierbij besteed ik aandacht aan de dwarsverbanden en verschillen die tussen de rechtsgebieden bestaan ten aanzien van de voorwaarden waaronder de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden kan worden gevestigd.
In paragraaf V.2 bespreek ik de relevante milieunormen, in paragraaf V.3 de toepasselijke daderschapsvormen, en in par. V.4 de aanvullende aansprakelijkheidsvereisten voor het sanctioneren van leidinggevenden wegens een bedrijfsmatige milieuovertreding. Vervolgens komt het evaluatieve doel van dit promotieonderzoek aan bod. In paragraaf V.5 sta ik stil bij de aansprakelijkheidsdrempel voor de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden, en bespreek ik enkele argumenten die in verschillende rechtsgebieden werden genoemd voor en tegen het beperken van de persoonlijke aansprakelijkheid van leidinggevenden. Paragraaf V.6 bevat de slotsom, met enkele aanbevelingen op het vlak van de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden.