Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden
Einde inhoudsopgave
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.6:V.6 Slotsom
Milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden 2021/V.6
V.6 Slotsom
Documentgegevens:
mr. T.R. Bleeker LLM, datum 01-11-2021
- Datum
01-11-2021
- Auteur
mr. T.R. Bleeker LLM
- JCDI
JCDI:ADS460272:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Bedrijfsmatige milieucriminaliteit is een structureel probleem met ernstige gevolgen voor mens en natuur. Als zich in bedrijfscontext een milieuovertreding voordoet, wordt meestal alleen de rechtspersoon hiervoor aansprakelijk gesteld; natuurlijke personen binnen de onderneming blijven dan buiten schot. De persoonlijke aansprakelijkheid van leidinggevenden is een logische en nuttige aanvulling op de milieuaansprakelijkheid van rechtspersonen. Op die manier wordt de juridische verantwoordelijkheid voor de naleving van milieuvoorschriften gelegd bij degenen die feitelijk invloed hebben op de milieubelastende activiteiten waarop de voorschriften betrekking hebben.
In dit proefschrift heb ik de strafrechtelijke, bestuursrechtelijke en privaatrechtelijke voorwaarden in kaart gebracht voor het sanctioneren van een natuurlijke persoon met een leidinggevende functie wegens een milieuovertreding in bedrijfscontext. In dat kader is gebleken dat leidinggevenden persoonlijk drager zijn van diverse milieuverplichtingen, en dat het onder omstandigheden mogelijk is om een preventieve, compensatoire of zelfs bestraffende sanctie op te leggen aan een leidinggevende voor het schenden van deze verplichtingen.
In het privaatrecht gelden volgens de heersende leer afwijkende aansprakelijkheidsregels voor bepaalde leidinggevenden: bestuurders van rechtspersonen kunnen pas persoonlijk aansprakelijk worden gehouden op grond van onrechtmatige daad wanneer er sprake is van een ernstig verwijt. Ook in andere rechtsgebieden gaan stemmen op om bestuurders aanvullend te beschermen tegen aansprakelijkheid. In dit proefschrift heb ik betoogd dat deze uitzonderingspositie ongefundeerd, onnodig en onwenselijk is. Ongefundeerd, omdat een steekhoudende rechtstheoretische grondslag voor afwijking van de gewone aansprakelijkheidsregels ontbreekt. Onnodig, omdat de gewone aansprakelijkheidsregels reeds voor een beoordeling op maat kunnen zorgen. Onwenselijk, omdat de beperking van persoonlijke aansprakelijkheid de nuttige functie van het aansprakelijkheidsrecht ondermijnt.
Mijn bezwaren tegen de aanvullende bescherming van bestuurders of andere leidinggevenden gaan in het bijzonder op in het kader van de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden. Gelet op de ingrijpende, soms onomkeerbare schade die bedrijven (kunnen) aanrichten aan het milieu, ligt het niet in de rede om bedrijfsmatige milieuverplichtingen af te zwakken. Het is van groot maatschappelijk belang dat de personen die feitelijk zeggenschap hebben over de milieubelastende activiteiten van ondernemingen persoonlijk kunnen worden aangesproken op de naleving van de regels die daarvoor gelden.
Dat het mogelijk is een leidinggevende onder voorwaarden persoonlijk aansprakelijk te stellen voor een milieuovertreding in bedrijfscontext, wil echter niet zeggen dat voor iedere bedrijfsmatige milieuovertreding (ook) een leidinggevende kan worden gesanctioneerd. Zoals blijkt uit de bestudering van de voorwaarden voor milieuaansprakelijkheid in dit proefschrift, is de persoonlijke aansprakelijkheid van een leidinggevende in bedrijfscontext geen automatisme.
Een leidinggevende kan alleen worden aangemerkt als dader van een milieuovertreding wanneer hij zelf alle aansprakelijkheidsvereisten van het geschonden voorschrift vervult, of als hij heeft deelgenomen aan het begaan van de milieuovertreding op een manier die bij wet verboden is. In alle bestudeerde rechtsgebieden moet het daderschap van de leidinggevende telkens worden gebaseerd op zijn eigen verplichtingen en zijn eigen gedragingen. Afhankelijk van de sanctie, moeten bovendien naast het daderschap van de leidinggevende ook nog aanvullende aansprakelijkheidsvereisten worden vervuld. Met het evalueren en in kaart brengen van die vereisten, zijn ook de mogelijke verweren van leidinggevenden tegen de milieuaansprakelijkheid in kaart gebracht.
Al met al hoop ik dat dit proefschrift een bijdrage kan leveren aan een gebalanceerde, gestructureerde, en inzichtelijke beoordeling van de milieuaansprakelijkheid van leidinggevenden.