Einde inhoudsopgave
25 jaar Awb in eenheid en verscheidenheid 2019/47.2
47.2 Codificatie van het algemene bestuursrecht
prof. mr. W. Konijnenbelt, datum 01-12-2018
- Datum
01-12-2018
- Auteur
prof. mr. W. Konijnenbelt
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Boek 1. Ook de niet-justitiële taken van de CE zijn hier geregeld.
Resp. tribunaux administratifs en cours administratives d’appel.
Daarover het in noot 1 genoemde opstel in Bestuursrecht harmoniseren en de daar genoemde literatuur.
Zie de vorige noot.
Min of meer vergelijkbaar met de Nederlandse S-G van het Ministerie van Algemene Zaken, maar met veel meer macht. Dat komt vooral doordat haar of zijn politieke baas, de eerste minister, niet als in Nederland primus inter pares is maar echt de baas van de overige ministers.
Dat is de in 1989 gereorganiseerde commission supérieure de codification, waarvan de vicevoorzitter (de eerste minister is de formele voorzitter) altijd een afdelingsvoorzitter van de CE is, meestal die van de adviserende afdeling Binnenlandse Zaken (waaronder ook de justitiezaken vallen).
Maître des requêtes is de tweede van de drie rangen die men kent voor leden van de CE (afgezien van de diverse voorzittersfuncties).
Maud Vialette & Cécile Barrois de Sarigny (de twee leden van het werkgroepje), ‘La fabrique d’un code’, Revue française de droit administratif (RFDA) 2016, p. 4. Voor een specialistisch onderdeel, het nagaan welke bepalingen – soms enigszins aangepast – moeten gelden in de twaalf overzeese gebieden, werd een specialist toegevoegd, ook uit de kringen van de CE. Zie ook Philippe Terneyre & Jean Gourdou, ‘L’originalité du processus d’élaboration du code : le point de vue d’universitaires membres du « cercle des experts et de la Commission supérieure de la codification »’, RFDA 2016, p. 9.
Niet helemaal overeenkomstig het ontwerp: de regering nam alle suggesties van de CE over, die overigens in hoofdzaak vol lof was.
In Frankrijk kennen de wetten geen citeertitels, ze worden aangeduid met nummer en datum.
Het (contentieuze) bestuursprocesrecht, alsmede de organisatie van de Raad van State (Conseil d’État, CE)1 en de administratieve gerechten in eerste en tweede aanleg,2 zijn sinds 2001 bijeengebracht in de code de justice administrative, CJA.3 Wat het overige algemene bestuursrecht in Nederlandse zin betreft werd al in 1995 het voornemen opgevat ook dat te codificeren. Toen dat aanvankelijk niet lukte, werd de regering in 2004 gemachtigd om per ordonnantie een code de l’ administration vast te stellen. Maar ook dat lukte niet binnen de gegunde termijn, en twee jaar later werd het project al weer opgegeven.4
Eind 2012 vinden de CE, de secretaris-generaal van de regering5 en de codificatiecommissie6 dat het er nu toch maar eens van moet komen. Het eigenlijke werk wordt opgedragen aan een werkgroepje van twee maîtres des requêtes7 van de CE, omringd door een kring van deskundigen die kunnen worden geraadpleegd en door de codificatiecommissie. Wijs geworden door de eerdere mislukkingen begint dit tweetal met een niet al te ambitieuze, werkbare afbakening te schetsen van de onderwerpen die in het nieuwe wetboek regeling moeten vinden, en dan een machtigingswet te ontwerpen die erin voorziet dat deze onderwerpen bij ordonnantie kunnen worden geregeld, met mogelijkheid van beperkte afwijking van het bestaande recht.8 Die afwijkingen waren trouwens alleen al nodig omdat het bij sommige onderdelen vooral zou gaan om het codificeren van jurisprudentierecht, dat doorgaans veel te genuanceerd is voor codificatie-zonder-meer. Het betrof met name het onderdeel intrekken van besluiten, waarover later meer (zie pt. 4). In juli 2015 is het ontwerp af. Het heet code des relations entre le public et l’administration (CRPA), wetboek relaties tussen publiek en bestuur. Al in oktober kan het wetboek worden vastgesteld in twee besluiten: een ordonnantie voor de L-artikelen, en een decreet van de eerste minister voor de overige bepalingen.9 Op 1 januari 2016 trad het grootste deel van het wetboek in werking; zes maanden later de rest, de titel over het intrekken van besluiten, die teveel nieuw recht bevatte om direct in werking te kunnen treden.
Binnen drie jaar dus van niets naar een compleet wetboek. Dat is een knappe prestatie, die ook iets te maken heeft met een, vergeleken bij de eerdere pogingen, wijze zelfbeperking. Ook kon men voortbouwen op wat pleegt te worden genoemd de drie grandes lois met betrekking tot de rechten van de bestuurden, namelijk de wet nr. 78-753 van 17 juli 1978,10 die in hoofdzaak de toegang tot bestuurlijke documenten regelde en die de nu in het derde boek van de CRPA geregelde, in Franktijk zeer bekende CADA instelde (zie schema hierna), de wet nr. 79-587 van 11 juli 1979, die de motiveringplicht invoerde voor met name belastende beschikkingen, en de wet nr. 2000-321 van 12 april 2000, die de hoofdregel van silence vaut acceptation (silencio positivo) invoerde voor het beschikken op verzoeken – zij het met talloze uitzonderingen, waarover meer op het eind van het volgende punt. Ik merk nog op dat in de tekst van de wetten van 1978 en 1979 al sprake was van amélioration des relations entre l’administration et le public. Opvallend is, dat het nieuwe wetboek het publiek nu vooropstelt en het bestuur pas daarna noemt; dat is een bewuste, ideologische keuze.