Einde inhoudsopgave
Speaking the same language (AN nr. 181) 2023/2.4.3
2.4.3 De materiële vereisten voor de totstandkoming van de ‘private express’ trust
mr. K.R. Filesia, datum 25-09-2023
- Datum
25-09-2023
- Auteur
mr. K.R. Filesia
- JCDI
JCDI:ADS717440:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Knight v Knight [1840] 3 Beav 148, p. 173. Zie ook: Morice v Bishop of Durham [1805] 10 Ves 522, p. 536; Y.K. Liew & C. Mitchell, ‘The creation of express trusts’, Journal of Equity 2017/11, p. 133 e.v.
P.S. Davies & G. Virgo, Equity & Trusts. Text, Cases and Materials, Oxford: Oxford University Press 2019, p. 65-66; J. Glister & J. Lee, Hanbury & Martin. Modern Equity, London: Sweet & Maxwell 2021, p. 75; J. Hudson, B. McFarlane & C. Mitchell, Hayton, McFarlane and Mitchell: Text, Cases and Materials on Equity and Trusts, London: Sweet & Maxwell 2022, p. 271-272; G.W. Thomas & A. Hudson, The Law of Trust, Oxford: Oxford University Press 2010, p. 43.
Zoals eerder aan bod is gekomen, behelst de totstandkoming van een ‘private express’ trust de oplegging van trustrechtelijke verplichtingen aan de trustee en de toekenning van rechten en bevoegdheden aan (potentiële) beneficiaries ten aanzien van het beheer van de trustgoederen en de uitvoering van de trust. Teneinde de trust op de juiste wijze tot stand te brengen en te laten functioneren, dient duidelijk te zijn of een settlor daadwerkelijk de instelling van een trust heeft beoogd, of de goederen die onder trustverband zijn geplaatst en die deel uitmaken van het trustfond in voldoende mate bepaald zijn, en of de identiteit van de beneficiaries vaststaat of kan worden vastgesteld, opdat zij de aan hen toegekende rechten en bevoegdheden kunnen uitoefenen. Om met zekerheid te bepalen dat er sprake is van een ‘private express’ trust, kent het Anglo-Amerikaanse recht drie constitutieve vereisten voor de totstandkoming van de trust, de zogenoemde ‘three certainties’.1 Indien niet aan deze vereisten wordt voldaan, kan er niet worden gesproken van een rechtsgeldige trust.2 Deze ‘three certainties’ dienen vooral om de effectieve werking van de trust te bewerkstelligen en houden het volgende in:
de ‘certainty of intention’;
de ‘certainty of subject matter’; en
de ‘certainty of objects’;
2.4.3.1 De ‘certainty of intention’2.4.3.2 De ‘certainty of subject matter’2.4.3.3 De ‘certainty of objects’