Ambtshalve toepassing van EU-recht
Einde inhoudsopgave
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/9.4.2:9.4.2 Toegenomen aandacht materiële geschil
Ambtshalve toepassing van EU-recht (BPP nr. XIV) 2012/9.4.2
9.4.2 Toegenomen aandacht materiële geschil
Documentgegevens:
Mr. A.G.F. Ancery, datum 01-08-2012
- Datum
01-08-2012
- Auteur
Mr. A.G.F. Ancery
- JCDI
JCDI:ADS297347:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
317.
Met het Pénzügyi-arrest trekt het HvJ EU de lijn uit het Pannon-arrest door. De rechter moet zich voor zijn uitspraak niet beperken tot de door partijen aangedragen formele (ook wel: processuele) waarheid, maar dient zoveel mogelijk uitspraak te doen op basis van de werkelijke feiten, de materiële waarheid. Uiteraard ligt aan deze doorbreking van de formele waarheid niet een fundamentele gedachte met betrekking tot taakverdeling tussen de rechter en partijen ten grondslag, maar komt deze voort uit een praktische overweging van een zo optimaal mogelijke consumentenbescherming. Niettemin zal het Pénzügyi-arrest wederom leiden tot een discussie met betrekking tot de houdbaarheid van het beginsel van partijautonomie. Mijns inziens raakt dit arrest de partijautonomie slechts zijdelings. Uiteraard vormt het arrest een duidelijke indicatie voor de rechter zich actiever op te stellen, maar dat doet de Nederlandse rechter met aanwending van bevoegdheden die hij voor dat arrest ook al had. Bovendien wordt naar mijn mening niet vereist dat het uitgangspunt van de feitengaring, namelijk dat het verloopt via partijen, wordt verlaten. Dat betekent dat de partijautonomie aanwezig blijft, zij het dat het terugkeert op een ander moment in de procedure. Was het uitgangspunt altijd dat de Nederlandse rechter zich zoveel mogelijk terughoudend opstelde omdat partijen de noodzakelijke feiten dienden aan te voeren, nu zal de rechter zich actiever moeten mengen in de fase van de feitengaring, maar is het uiteindelijk nog steeds aan partijen om te bepalen welke feitelijke informatie zij aan de rechter overleggen.