Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/8.6.3.3
8.6.3.3 No cure no pay en quota pars litis toegestaan bij letsel- en overlijdensschade?
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS582370:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Voetnoten
Voetnoten
Stb. 2005, 123.
De Nederlandse Orde van Advocaten heeft zich in 2004, ter motivering van haar wijzigingsverordening tot het mogelijk maken van no cure no pay, op het standpunt gesteld dat een verbetering van de toegang tot het recht in letsel- en overlijdensschaden nodig was. De Orde van Advocaten heeft er bij de motivering van haar wijzigingsverordening op gewezen dat de kosten van een medisch deskundigenonderzoek door veel rechtzoekenden niet kunnen worden gedragen. De Minister van Justitie heeft bij brief d.d. 4 maart 2005 (Kamerstukken II 2004/05, 29 800 VI, nr. 114, p. 3) aan de Tweede Kamer gemeld dat voor de dekking van de kosten van medische deskundigenberichten in letsel- en overlijdenszaken alternatieve financieringsmogelijkheden in het leven zouden worden geroepen. Deze bestaan inmiddels uit een subsidie voor medische haalbaarheidsonderzoeken en de mogelijkheid om een geldlening te verkrijgen voor de kosten van medische deskundigenberichten. Zie de website van de Raad voor Rechtsbijstand: www.rvr.org.
25 maart 2004 stelt de Orde van Advocaten een wijziging van de Verordening vast. No cure no pay en quota pars litis worden onder voorwaarden toegestaan bij letsel- en overlijdensschade. De Kroon vernietigt deze wijzigingen in de verordening bij Koninklijk besluit van 9 maart 2005 wegens strijd met het algemeen belang.1No cure no pay is volgens de motivering van het besluit van de Kroon in strijd met de essentiële waarden die aan de beroepsuitoefening van de advocaat eigen zijn. De onafhankelijke beroepsuitoefening brengt met zich mee dat een advocaat geen eigen belang bij een zaak mag hebben. De advocaat zal dan zelf partij worden in het geschil omdat hij een persoonlijk belang heeft bij de afloop van de zaak. Voor een experiment is volgens de motivering van het besluit geen plaats omdat met kernwaarden niet kan worden geëxperimenteerd. Daarnaast is er volgens de motivering van het besluit geen leemte in de toegang tot het recht.2