NJB 2023/1791:Opnieuw aanvangen onderzoek ter terechtzitting en instandblijving eerdere beslissingen, art. 322 lid 4 Sv: deze bepaling heeft geen betrekking op beslissingen over de weigering van oproeping van getuigen die zijn gegeven op grond van art. 418 lid 2 of 3 Sv. Berechting in eerste aanleg op tegenspraak als bedoeld in art. 418 lid 2 Sv: voor de beantwoording van de vraag of daarvan sprake is, is beslissend of de verdachte in eerste aanleg op de terechtzitting is verschenen dan wel – als de verdachte niet is verschenen – de verdachte zich heeft laten verdedigen door een advocaat die daartoe uitdrukkelijk is gemachtigd. In deze zaak is de verdachte op de terechtzitting in eerste aanleg verschenen, en heeft de berechting in eerste aanleg dus plaatsgevonden op tegenspraak. Daaraan doet niet af dat de verdachte niet van rechtsbijstand zou zijn voorzien en aan hem ten onrechte door de rechter-commissaris ook geen raadsman zou zijn toegevoegd. Terugwijzing zaak naar de rechtbank, art. 423 Sv (kernrolrechtspraak): de Hoge Raad zet het kader uiteen. In casu geen grond voor terugwijzing, mede erop gelet dat niet van belang is of zich bij de behandeling van de zaak in eerste aanleg verzuimen hebben voorgedaan, die eruit zouden bestaan dat de rechter-commissaris en/of de rechtbank geen blijk ervan hebben gegeven dat zij hebben onderzocht of de verdachte bewust afstand had gedaan van de bijstand van een raadsman en dat de rechter-commissaris in verband met een getuigenverhoor niet is overgegaan tot het geven van een last tot toevoeging van een raadsman nadat de verdachte zich niet langer van rechtsbijstand had voorzien.