Einde inhoudsopgave
Rechten van polishouders bij portefeuilleoverdracht, juridische fusie en juridische splitsing door verzekeraars (O&R nr. 148) 2024/9.1
9.1 Inleiding
mr. A.M.M. Menken, datum 01-01-2024
- Datum
01-01-2024
- Auteur
mr. A.M.M. Menken
- JCDI
JCDI:ADS950507:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2009 betreffende de toegang tot en uitoefening van het verzekerings- en het herverzekeringsbedrijf (Solvabiliteit II) (herschikking), PbEU 2009, L 335. Zie ook hoofdstuk 2.2.11.1 van dit onderzoek.
En artikel 164 daarvan met betrekking tot binnen de gemeenschap gevestigde bijkantoren van verzekerings- of herverzekeringsondernemingen waarvan het hoofdkantoor buiten de gemeenschap is gevestigd.
Zie hierna hoofdstuk 9.2.3 waarin ik art. 18 van de Belgische Wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014 bespreek.
In Duitsland is de wettelijke regeling voor portefeuilleoverdrachten opgenomen in de Versicherungsaufsichtsgesatz. De daarin opgenomen paragraaf 13 regelt ‘Bestandsübertragungen’. Artikel 7 daarvan luidt als volgt: “Die Genehmigung der Bestandsübertragung ist im Bundesanzeiger zu veröffentlichen. Sobald die Bestandsübertragung wirksam geworden ist, hat das übernemende Versicherungsunternehmen die Versicherungsnehmer über Anlass, Ausgestaltung und Folgen der Bestandsübertragung zu informieren, insbesondere über einen mit der Bestandsübertragung verbundenen Wechsel der für die Rechts- oder Finanzaufsicht zuständigen Behörde und eine Änderung hinsichtlich eines Anspruchs gegen eine Sicherungseinrichtung im Fall der Insolvenz des Versicherers. Ändert sich die für die Finanzaufsicht zuständige Behörde, so kann der Versicherungsnehmer den Vertrag innerhalb eines Monats nach Zugang der Mitteilung des Versicherers mit sofortiger Wirkung kündigen. Der Versicherer hat den Versicherungsnehmer in der Mitteilung auf das Kündigungsrecht hinzuweisen.”
Zie hierna hoofdstuk 9.2.4.
Zie hierna hoofdstuk 9.2.3 waarin ik art. 17 van de Belgische Wet betreffende de verzekeringen van 4 april 2014 bespreek.
Dit blijkt uit de hiervoor al geciteerde tekst van artikel 7.
In België de Nationale Bank van België (de ‘NBB’), in Duitsland de ‘Bundesanstalt für Finanzdienstleistungsaufsicht’ (de ‘BaFin’) en in Frankrijk de Autorité de Contrȏle Prudentiel et de Résolution (de ‘ACPR’).
December 2020 EIOPA ‘Peer Review on EIOPA’s Decision on the collaboration of the insurance supervisory authorities’, p. 27. Zie voor het rapport https://www.eiopa.europa.eu/content//peer-review-eiopa-decision-collaboration-insurance-supervisory-authorities_en. Volgens het rapport wordt alleen in Nederland, Cyprus, Frankrijk en Zweden in de toezichtrechtelijke regeling over de overdracht van verzekeringsportefeuilles een onderscheid gemaakt tussen levensverzekeringen en schadeverzekeringen. In Cyprus is het belangrijkste verschil dat voor de overdracht van een portefeuille met levensverzekeringen de goedkeuring van de rechter nodig is. In Frankrijk gelden verschillende “informatieverplichtingen”. Wat het verschil is in Zweden, is niet vermeld.
Zie hierover Khomenko, European Insurance Law Review 19.02.2017, p. 36-50. Hij pleit onder andere voor meer harmonisatie in verband met problemen die bij de uitvoering van portefeuilleoverdrachten kunnen ontstaan, indien voldaan moet worden aan de voorschriften van meerdere lidstaten.
Zie Silverentand en Van der Eerden 2018, p. 4. Nederland heeft lange tijd sectorale toezichtregelgeving gehad en een sectoraal toezichtmodel. Naderhand is het toezicht ingericht volgens een functioneel toezichtmodel. De Nederlandsche Bank (‘DNB’) moet daarin toezicht houden op de naleving van prudentiële regels en de Autoriteit Financiële Markten (‘AFM’) op de naleving van gedragsregels.
Strikt genomen heeft het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie op 31 januari 2020 verlaten. Daarna startte een overgangsperiode die liep tot en met 31 december 2020. Met ‘Brexit’ bedoel ik hier het einde van die overgangsperiode.
Een verzekeraar gevestigd in een land dat lid is van de Europese Unie heeft alleen een vergunning van de eigen toezichthouder nodig om in alle lidstaten van de Europese Unie verzekeringen te mogen afsluiten. Een bijkantoor in een andere lidstaat hoeft dus geen eigen vergunning te hebben. De verzekeraar mag daarom ook grensoverschrijdende diensten verlenen naar een ander lidstaat zonder dateen vergunning is verleend door de toezichthouder van die lidstaat. De verzekeraar heeft een ‘Europees paspoort’. Verzekeraars die gevestigd zijn in het Verenigd Koninkrijk konden vanaf 1 januari 2021 geen gebruik meer maken van een ‘Europees paspoort’. Zij moesten vanaf dat moment voor een bijkantoor en het grensoverschrijdend verlenen van diensten in beginsel gaan voldoen aan de eisen die de desbetreffende lidstaat van de Europese Unie stelt aan verzekeraars uit derde landen. Een groot aantal verzekeraars uit het Verenigd Koninkrijk heeft er daarom voor gekozen om voorafgaand aan ‘Brexit’ portefeuilles met verzekeringen die buiten het Verenigd Koninkrijk op basis van een Europees paspoort waren gesloten, over te dragen aan een verzekeraar in de Europese Unie. Met name zijn veel verzekeringsportefeuilles overgedragen aan verzekeraars in Ierland (Dublin), Luxemburg, Frankrijk (Parijs) en België (Brussel).
Gedurende het onderzoek zoals beschreven in de vorige hoofdstukken kwam ik tot de conclusie dat het voor mijn onderzoek ook toegevoegde waarde heeft om de toezichtrechtelijke regeling voor de overdracht van verzekeringsportefeuilles in enkele andere landen te bestuderen. Het leek me behulpzaam voor het kunnen doen van aanbevelingen ten aanzien van de rechten van polishouders in Nederland om te onderzoeken welke rechten de betrokken buitenlandse polishouders in het geval van een portefeuilleoverdracht daar hebben.
Mijn werkhypothese was dat er verschillen zouden zijn in de rechten van polishouders in de wettelijke regeling met betrekking tot portefeuilleoverdracht in de verschillende landen van de Europese Unie. Het artikel in de Solvency II richtlijn1 over portefeuilleoverdracht (art. 39)2 bevat namelijk geen concrete aanwijzingen over de processtappen die lidstaten in hun toezichtwetgeving moeten opnemen met betrekking tot portefeuilleoverdrachten. Het regelt met name welke toezichthoudende autoriteit “in de lead” is en wat eventueel de rol is van toezichthoudende autoriteiten in andere lidstaten. Overigens is in lid 6 van het artikel wel expliciet opgenomen dat hetgeen daarin is bepaald over de bekendmaking van de portefeuilleoverdracht en het van kracht worden jegens betrokkenen, geen afbreuk doet aan het recht van de lidstaten om de verzekeringnemers de mogelijkheid te bieden de overeenkomst binnen een bepaalde termijn na de overdracht op te zeggen. Het staat lidstaten dus vrij al dan niet een opzegrecht voor verzekeringnemers in hun wetgeving over portefeuilleoverdracht op te nemen.
Die werkhypothese bleek al snel te kloppen. In Nederland hebben polishouders van levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen bij een portefeuilleoverdracht een recht van verzet en bij schadeverzekeringen een opzegrecht. Bij eerste bestudering van de wettelijke regeling voor de overdracht van portefeuilles met verzekeringsovereenkomsten in drie ons omringende landen (België, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland) bleek deze regeling in twee van de drie landen in beginsel voor verzekeringnemers het recht te bevatten de verzekeringsovereenkomst op te zeggen in geval van een portefeuilleoverdracht (België3 en Duitsland4). In het derde land (het Verenigd Koninkrijk)5 hebben verzekeringnemers het recht zich te verzetten tegen een portefeuilleoverdracht, maar bepaalt uiteindelijk de rechter of de portefeuilleoverdracht doorgang vindt. Ook ten aanzien van de verplichtingen van de betrokken verzekeraars om polishouders in kennis te stellen van een portefeuilleoverdracht bleken er verschillen. De Wft-regeling over portefeuilleoverdracht bevat geen verplichting om polishouders een individuele kennisgeving te sturen. In België6 en Duitsland7 moet de verzekeraar de verzekeringnemer wel een individuele kennisgeving versturen dat een portefeuilleoverdracht heeft plaatsgevonden. In het Verenigd Koninkrijk moet voorafgaand aan de portefeuilleoverdracht een individuele kennisgeving worden verstuurd, tenzij de rechter op grond van de omstandigheden van het geval oordeelt dat dat niet nodig is. In België en Duitsland mag een portefeuilleoverdracht, net als in Nederland, alleen plaatsvinden met toestemming van de prudentiële toezichthouder.8 In het Verenigd Koninkrijk is het voeren van een gerechtelijke procedure noodzakelijk. In een recent rapport van EIOPA is vermeld dat in de meeste lidstaten van de Europese Economische Ruimte, anders dus dan in Nederland, in de regeling voor portefeuilleoverdracht geen onderscheid wordt gemaakt tussen levensverzekeringen en schadeverzekeringen.9 Volgens datzelfde rapport zijn er maar drie lidstaten (Nederland, Litouwen en Griekenland) waarin een polishouder zich voorafgaand aan de portefeuilleoverdracht kan verzetten of waar voor de overdracht van een verzekeringsovereenkomst de toestemming van de polishouder noodzakelijk is.
Overigens drong zich bij mij gelet op het aantal verschillen in de procedures wel de vraag op of het geen tijd wordt voor meer harmonisatie van de regelingen voor portefeuilleoverdracht in de lidstaten.10 Die vraag laat ik hier echter verder onbesproken. Ook zonder een dergelijke harmonisatie kunnen in Nederland naar mijn mening verbeteringen worden aangebracht in de rechten van polishouders bij een overdracht. Zie hierover verder hoofdstuk 10.4 van dit onderzoek.
Vervolgens heb ik ervoor gekozen om mij nader te verdiepen in de rechten van polishouders in het geval van een portefeuilleoverdracht volgens de toezichtrechtelijke regeling in België. In Nederland hebben wij een regeling voor levensverzekeringen en natura-uitvaartverzekeringen met een verzetrecht van polishouders, en voor schadeverzekeringen een regeling met een opzegrecht van verzekeringnemers. In België hebben alle verzekeringnemers in beginsel gedurende drie maanden na de portefeuilleoverdracht het recht om op te zeggen. Het leek me nuttig te proberen te begrijpen hoe dat werkt. Daarnaast heeft België net als Nederland een functioneel toezichtmodel.11 Het leek me ook interessant te onderzoeken hoe in België bij portefeuilleoverdrachten de rolverdeling is tussen de prudentiële toezichthouder en de gedragsrechtelijke toezichthouder.
Daarna heb ik de rechten van polishouders in de toezichtrechtelijke regeling voor de overdracht van verzekeringsportefeuilles in het Verenigd Koninkrijk bestudeerd. In het Verenigd Koninkrijk is de goedkeuring van de rechter vereist voor de overdracht van een verzekeringsportefeuille. In Nederland is het oordeel van DNB bepalend. De procedure in Nederland is in 1923 ontstaan door het Verenigd Koninkrijk als voorbeeld te nemen, maar men heeft aldaar inmiddels dus voor een andere aanpak gekozen. Het leek mij interessant om te weten welke rechten de polishouders hebben in het geval van deze gerechtelijke procedure. Het Verenigd Koninkrijk heeft de Europese Unie inmiddels verlaten. Voorafgaand aan ‘Brexit’12 vonden veel portefeuilleoverdrachten plaats13 met toepassing van deze regeling. Daardoor kon ik op het internet ook veel door verzekeraars openbaar gemaakte stukken raadplegen met betrekking tot die portefeuilleoverdrachten. Verder vond ik bestudering van deze regeling interessant, omdat het Verenigd Koninkrijk ook een functioneel toezichtmodel heeft. Ik heb zoveel mogelijk onderzocht wat bij een portefeuilleoverdracht tussen verzekeraars in het Verenigd Koninkrijk de rolverdeling is tussen de prudentiële toezichthouder en de gedragsrechtelijke toezichthouder.