Nemo tenetur in belastingzaken
Einde inhoudsopgave
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/20.8:20.8 Latente werking niet-meewerkrecht; bewijsverbod
Nemo tenetur in belastingzaken (FM nr. 150) 2017/20.8
20.8 Latente werking niet-meewerkrecht; bewijsverbod
Documentgegevens:
Mr. L.C.A. Wijsman, datum 27-11-2016
- Datum
27-11-2016
- Auteur
Mr. L.C.A. Wijsman
- JCDI
JCDI:ADS500694:1
- Vakgebied(en)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 8 heb ik uiteengezet dat het recht tegen gedwongen zelfbelasting volgens het EHRM geen manifeste werking heeft vóór de criminal charge. De gedwongen medewerking aan een onderzoek in de fase vóór de criminal charge, raakt dus niet aan het zwijgrecht en/of het niet-meewerkrecht. De weigering van burgers om in deze fase mee te werken, mag door de autoriteiten worden bestraft. Hierbij maakt het geen verschil of de gevorderde medewerking kan resulteren in een verdenking van of de vervolging vanwege de overtreding van een (wettelijk) voorschrift.
In de fase vóór de criminal charge heeft het recht tegen gedwongen zelfbelasting wel latente werking. De latere strafcontext c.q. criminal charge doet deze werking aan het licht treden. Als gevolg hiervan mogen de verklaringen die op grond van een wettelijke verplichting vóór het ‘charge’-moment onder dwang zijn afgelegd, nadien niet op belastende wijze tegen de ‘person charged’ worden gebruikt. Het recht tegen gedwongen zelfbelasting neemt dan de vorm aan van een bewijsverbod ofwel bewijsuitsluitingsregel. Zouden die verklaringen niet worden uitgesloten, dan zou het recht tegen gedwongen zelfbelasting worden uitgehold; vooral in zaken waarin een bestuurlijke informatieplicht wordt gevolgd door strafvervolging.
Het Hof heeft zich nog niet over uitgelaten over de vraag of de latente werking van het niet-meewerkrecht zich ook uitstrekt tot (bepaald) fysiek bewijs, dat vóór de criminal charge wordt verkregen. Dit ligt wel in de rede, omdat anders het recht tegen gedwongen zelfbelasting zou worden uitgehold.
Art. 6, lid 1 EVRM verzet zich zeer waarschijnlijk niet tegen het gebruik van verklaringen als (start)informatie voor verder (repressief) onderzoek; dit ongeacht of de verdachte die medewerking voor of na de criminal charge is verleend. Het recht tegen gedwongen zelfbelasting verzet zich dan enkel tegen het belastend gebruik ervan – als bewijs of anderszins – tegen de ‘person charged’.