Douanewaarde in een globaliserende wereld
Einde inhoudsopgave
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/5.7:5.7 Afsluiting
Douanewaarde in een globaliserende wereld (FM nr. 164) 2021/5.7
5.7 Afsluiting
Documentgegevens:
M.L. Schippers, datum 01-01-2021
- Datum
01-01-2021
- Auteur
M.L. Schippers
- JCDI
JCDI:ADS258577:1
- Vakgebied(en)
Omzetbelasting / Algemeen
Accijns en verbruiksbelastingen / Algemeen
Douane (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In dit hoofdstuk zijn de elementen van het toetsingskader nader geanalyseerd. Bij de analyse stonden een drietal deelvragen centraal, die hierna worden herhaald en voorzien van een samengevat antwoord. De vierde deelvraag van het onderzoek luidt:
“Wat wordt bedoeld met de elementen ‘rechtvaardig’, ‘éénvormig’ en ‘neutraal’ zoals vastgelegd in de preambule van de CVA?”
Rechtvaardig houdt verband met het non-discriminatiebeginsel en beoogt ongelijke behandeling op basis van herkomst van de goederen te voorkomen. Het heeft voorts tot doel dat de douanewaarde niet als non-tarifaire handelsbelemmering fungeert en schept rechten en verplichtingen voor zowel de douaneautoriteiten (onderdeel 6.3.1) als importeurs (onderdeel 6.3.2).
Het streven naar eenvormigheid heeft tot doel dat de douanewaardebepalingen ongeacht de douanejurisdictie van invoer voorspelbaar zijn, hetgeen de eenvoud van het stelsel en de rechtszekerheid van de importeur ten goede komt. In Europees verband moet het marktdistorsie voorkomen. Gelet op voornoemde doelstellingen moeten de WHO-leden hun douanewetgeving consistent en coherent aan de CVA vormgeven en heeft de Europese wetgever al sinds de oprichting van de EEG verdere uniformiteit van de douanewaardebepalingen nagestreefd met de uitvaardiging van diverse verordeningen, waarvan thans de verordeningen toebehorend aan het DWU-wetgevingspakket toepassing vinden (onderdeel 3.3.3.5).
De neutraliteit heeft tot doel om handelsbelemmeringen en ongerechtvaardigd protectionisme tegen te gaan en moet voorts het gebruik van arbitraire en fictieve waarden als douanewaardes uitsluiten. Voorbeelden van arbitraire en fictieve waarden zijn terug te vinden in documenten die aan de totstandkoming van de CVA ten grondslag liggen en omvatten de American Selling Price (onderdeel 5.3.3.2.1), gefixeerde waardes (onderdeel 5.3.3.2.2), exporting country’s home market prices (onderdeel 5.3.3.2.3) en minimumwaarden (onderdeel 5.3.3.2.4).
De vijfde deelvraag luidt:
“Wat wordt bedoeld met ‘eenvoudige en billijke, met de handelspraktijk verenigbare grondslagen’?”
Voornoemde doelstelling – eenvoudige en billijke, met de handelspraktijk verenigbare grondslagen – houdt verband met de reden waarom de CVA is vastgesteld, zijnde het bevorderen van de (internationale) handel en economie. Het systeem is eenvoudig en billijk indien het zoveel als mogelijk aansluit bij de commerciële handelsdocumenten en de douaneformaliteiten zo spoedig mogelijk worden afgehandeld. Ten aanzien van het streven naar eenvoud moet een balans worden gevonden met het streven om een nauwkeurig, voorspelbaar systeem te ontwikkelen dat in de regel het douanewaardestelsel complexer maakt. Het billijke karakter volgt voorts uit het streven om oneerlijke concurrentie door onderwaardering van de ingevoerde goederen te voorkomen.
De zesde deelvraag van dit onderzoek luidt:
“Hoe wordt voorkomen dat de douanewaardebepalingen worden gebruikt voor het bestrijden van dumping?”
De douanewaardebepalingen gaan uit van een positieve waarde conceptie, waarbij de preferente en primaire douanewaarde methode de transactiewaarde van de ingevoerde goederen betreft. Dit betekent dat wordt aangesloten bij de verkoopprijs die partijen met elkaar afspreken. De werkelijk betaalde of te betalen prijs wordt slechts in bepaalde gevallen verhoogd (onderdeel 11.1). In een verhoging van de werkelijk betaalde of te betalen prijs in het geval de prijs lager is dan de marktprijs in het land van oorsprong is niet voorzien. Voorts hebben douaneautoriteiten niet de bevoegdheid om de werkelijk betaalde of te betalen prijs te verhogen of verwerpen indien de prijs lager is dan de marktprijs in het land van oorsprong. De douaneautoriteiten mogen de transactiewaarde namelijk enkel verwerpen als niet aan de voorwaarden voor toepassing van de transactiewaarde van de ingevoerde goederen is voldaan (onderdeel 7.5) of indien zij gegronde twijfels hebben of de aangegeven transactiewaarde overeenstemt met het totale betaalde of te betalen bedrag voor de ingevoerde goederen. Dit laatstbenoemde recht hebben douaneautoriteiten zelfs nadat zij de aangever in de gelegenheid hebben gesteld om aanvullende informatie aan te leveren. Op die manier wordt voorkomen dat de douanewaardebepalingen worden gebruikt voor het bestrijden van dumping.