NJB 2026/306
Noodweer en het proportionaliteitsvereiste, art. 41 lid 1 Sr: herhaling en toepassing bestendig kader. In casu heeft het hof niet zonder meer begrijpelijk geoordeeld dat het verdedigingsmiddel van de verdachte niet voldoet aan de proportionaliteitseis, omdat het met een mes steken in de hartstreek van de aangever niet in redelijke verhouding staat tot de (dreigende) aanranding. Daarbij is van belang dat het hof zich niet heeft uitgelaten over de juistheid van de door de verdediging op die terechtzitting gegeven feitenlezing, die erop neerkomt dat de verdachte, toen de aangever haar in de afgesloten keuken aanviel, een mes heeft gepakt om hem daarmee “af te dreigen”, dat de aangever daarop heeft geprobeerd het mes van haar af te pakken en dat hij bij die worsteling met het mes in de borst is geraakt.
HR 27-01-2026, ECLI:NL:HR:2026:112
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
27 januari 2026
- Magistraten
Mrs. V. van den Brink, C.N. Dalebout, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/04079
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:112, Uitspraak, Hoge Raad, 27‑01‑2026
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2025
- Wetingang
(art. 41 Sr)
Essentie
Noodweer en het proportionaliteitsvereiste, art. 41 lid 1 Sr: herhaling en toepassing bestendig kader. In casu heeft het hof niet zonder meer begrijpelijk geoordeeld dat het verdedigingsmiddel van de verdachte niet voldoet aan de proportionaliteitseis, omdat het met een mes steken in de hartstreek van de aangever niet in redelijke verhouding staat tot de (dreigende) aanranding. Daarbij is van belang dat het hof zich niet heeft uitgelaten over de juistheid van de door de verdediging op die terechtzitting gegeven feitenlezing, die erop neerkomt dat de verdachte, toen de aangever haar in de afgesloten keuken aanviel, een mes ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.