Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.6.4.4:9.3.6.4.4 Oplossing voor de problemen bij het leggen van beslag op een wilsrecht
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.6.4.4
9.3.6.4.4 Oplossing voor de problemen bij het leggen van beslag op een wilsrecht
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648973:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Uit voorgaande paragrafen is gebleken dat de wilsrechttheorie in het kader van het leggen van beslag op het wilsrecht tot problemen en onduidelijkheden kan leiden. Dat is vervelend als wordt geconcludeerd dat het meer voor de hand ligt aan te nemen dat een 403-verklaring leidt tot het ontstaan van een wilsrecht en niet direct tot het ontstaan van een vorderingsrecht.
Wanneer wordt aangenomen dat het recht dat voortvloeit uit een 403-verklaring op één lijn valt te stellen met borgtocht, dan zouden deze problemen niet aan de orde zijn. De beslaglegger die beslag legt op de hoofdvordering, kan dan zonder problemen de consoliderende rechtspersoon aanspreken en de beslagene verliest de mogelijkheid om het beslag te frustreren. Wordt aangenomen dat er in de fase, voordat de schuldeiser het aanbod van de consoliderende rechtspersoon heeft aanvaard, sprake is van een wilsrecht en na aanvaarding sprake is van borgtocht, dan kan de fase voorafgaand aan de aanvaarding alsnog tot onduidelijkheden leiden. Het is in dat geval praktischer om aan te nemen dat er op basis van een 403-verklaring direct een zekerheid ontstaat die op één lijn valt te stellen met borgtocht. Kanttekening daarbij is dat aan een borgtocht een overeenkomst ten grondslag moet liggen en daarvoor is dus acceptatie van de schuldeiser vereist.