Einde inhoudsopgave
Richtlijn (EU) 2024/1640 betreffende de mechanismen die de lidstaten moeten invoeren om het gebruik van het financiële stelsel voor witwassen of terrorismefinanciering te voorkomen, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937, en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849
Artikel 38 Toezicht op vormen van infrastructuur van bepaalde tussenpersonen die actief zijn in het kader van het vrij verrichten van diensten
Geldend
Geldend vanaf 09-07-2024
- Bronpublicatie:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1640 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1640)
- Inwerkingtreding
09-07-2024
- Bronpublicatie inwerkingtreding:
31-05-2024, PbEU L 2024, 2024/1640 (uitgifte: 19-06-2024, regelingnummer: 2024/1640)
- Vakgebied(en)
Financieel recht / Financieel toezicht (juridisch)
1.
Indien de activiteiten van de volgende meldingsplichtige entiteiten in het kader van het vrij verrichten van diensten op hun grondgebied worden uitgevoerd door agenten of distributeurs of via andere soorten infrastructuur, ook wanneer die activiteiten worden uitgevoerd op grond van een krachtens Richtlijn 2013/36/EU verkregen vergunning, zorgen de lidstaten ervoor dat dergelijke activiteiten aan toezicht door hun nationale toezichthouders worden onderworpen:
- a)
uitgevers van elektronisch geld zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3, van Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad (1);
- b)
betalingsdienstaanbieders zoals gedefinieerd in artikel 4, punt 11, van Richtlijn (EU) 2015/2366; en
- c)
aanbieders van cryptoactivadiensten.
Voor de toepassing van de eerste alinea monitoren de toezichthouders van de lidstaat waar de activiteiten worden verricht effectief en zien zij toe op de naleving van de vereisten van de Verordeningen (EU) 2024/1624 en (EU) 2023/1113.
2.
In afwijking van lid 1 wordt het toezicht op de in dat lid bedoelde agenten, distributeurs of andere soorten infrastructuur uitgevoerd door de toezichthouder van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de meldingsplichtige entiteit zich bevindt, indien:
- a)
niet is voldaan aan de criteria van de in artikel 41, lid 2, bedoelde technische reguleringsnormen; en
- b)
de toezichthouder van de lidstaat waar die agenten, distributeurs of andere soorten infrastructuur zich bevinden, de toezichthouder van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de meldingsplichtige entiteit zich bevindt ervan in kennis stelt dat, gezien de beperkte infrastructuur van de entiteit op zijn grondgebied, het toezicht op de in lid 1 bedoelde activiteiten wordt uitgevoerd door de toezichthouder van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de meldingsplichtige entiteit zich bevindt.
3.
Voor de toepassing van dit artikel verstrekken de toezichthouder van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de meldingsplichtige entiteit zich bevindt en de toezichthouder van de lidstaat waar de meldingsplichtige entiteit in het kader van het vrij verrichten van diensten actief is via agenten of distributeurs of andere soorten infrastructuur, elkaar alle nodige informatie om te beoordelen of aan de criteria als bedoeld in lid 2, punt a), is voldaan, met inbegrip van veranderingen in de omstandigheden van de meldingsplichtige entiteit die gevolgen kunnen hebben voor de naleving van die criteria.
4.
De lidstaten zorgen ervoor dat de toezichthouder van de lidstaat waar het hoofdkantoor van de meldingsplichtige entiteit zich bevindt de meldingsplichtige entiteit binnen twee weken na ontvangst van de in lid 2, punt b), bedoelde kennisgeving in kennis stelt van het feit dat hij toezicht zal houden op de activiteiten van de agenten, distributeurs of andere soorten infrastructuur via dewelke de meldingsplichtige entiteit in het kader van het vrij verrichten van diensten actief is in een andere lidstaat, en van alle latere wijzigingen in het toezicht daarop.
5.
Dit artikel is niet van toepassing wanneer de AMLA als toezichthouder optreedt.
Voetnoten
Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7).