De rechtbank had de verdachte in eerste aanleg vrijgesproken van het onder 2 primair tenlastegelegde en had hem veroordeeld wegens opzetheling, zoals subsidiair is tenlastegelegd.
HR, 13-09-2022, nr. 20/04376
ECLI:NL:HR:2022:1190
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13-09-2022
- Zaaknummer
20/04376
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:HR:2022:1190, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑09‑2022; (Cassatie)
Conclusie: ECLI:NL:PHR:2022:559
In cassatie op: ECLI:NL:GHSHE:2020:4189
ECLI:NL:PHR:2022:559, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 14‑06‑2022
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2022:1190
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑09‑2021
- Vindplaatsen
SR-Updates.nl 2022-0162
NJ 2023/99 met annotatie van W.H. Vellinga
Uitspraak 13‑09‑2022
Inhoudsindicatie
Medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Zijn voor bewijs gebruikte verklaringen van verdachte kennelijk leugenachtig? Hof heeft aan bewezenverklaring ten grondslag gelegd dat verdachte en medeverdachte op 26-7-2018 om 00:55 uur (in Vlissingen) zijn aangetroffen in auto van medeverdachte, waarin zich o.m. goederen bevonden die kort tevoren zijn gestolen uit brasserie in Knokke-Heist (België). Hof heeft verder vastgesteld dat auto van medeverdachte op 25-7-2018 om 23:26:42 uur voor het laatst is gezien in Knokke-Heist (nabij brasserie), nadat deze auto om 23:25 uur nog elders in Knokke-Heist was gezien, waaruit hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft afgeleid dat auto toen reed in de richting van plaats waar brasserie is gevestigd en diefstal van goederen uit brasserie, waarvan deel enige tijd later in auto is aangetroffen, heeft plaatsgevonden nadat auto nabij brasserie was gesignaleerd. Ook heeft hof overwogen dat uitgaande van tijdstip van 23:26:42 uur en van reisduur volgens routeplanner de auto van medeverdachte niet eerder dan omstreeks 00:10 uur in Terneuzen kon zijn en dat daarbij vervolgens nog rekening moet worden gehouden met tijd die was gemoeid met rijden naar brasserie en uitvoering van diefstal in brasserie. Gelet op dit een en ander is ‘s hofs oordeel dat voor bewijs gebruikte verklaringen van verdachte kennelijk leugenachtig zijn, niet onbegrijpelijk. Enkele mogelijkheid dat auto “iets harder” heeft gereden dan met gebruik van routeplanner is aangenomen, maakt dat niet anders. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/04375.
Partij(en)
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer 20/04376
Datum 13 september 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 16 december 2020, nummer 20-003999-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
1. Procesverloop in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft A.P. Visser, advocaat te ’sGravenhage, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 primair tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het cassatiemiddel
2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het oordeel van het hof dat de als bewijsmiddelen 18 en 19 gebruikte verklaringen van de verdachte kennelijk leugenachtig zijn.
2.2.1
Ten laste van de verdachte is onder 2 bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018 te Knokke-Heist , België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ongeveer 1860 euro en een horloge (merk Diesel) en een trouwring en sleutels, in elk geval enig goed, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.”
2.2.2
Deze bewezenverklaring steunt op onder meer de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 17-19), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Op 26 juli 2018, omstreeks 00.55 uur, surveilleerden wij in het Havengebied van Vlissingen Oost. Het is ons ambtshalve bekend dat in dit gebied veel diefstallen en drugsgerelateerde activiteiten plaatsvinden. Wij zagen een zwart gekleurde personenauto merk Renault type Clio, voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij hoorden van collega’s dat de tenaamgestelde van dit kenteken bekend was bij de politie ter zake woninginbraken. Kort voor de afslag naar tankstation [A] gaven wij een stopteken aan de bestuurder van de Renault Clio. Wij zijn de Renault gevolgd in de richting van de parkeerplaats achter tankstation [A] . Daar stopte deze auto en hebben wij beide inzittenden gecontroleerd. De bestuurder bleek genaamd [mededader] , geboren [geboortedatum] 1992. De bijrijder bleek genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987. Op ons verzoek hebben collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 4] een onderzoek ingesteld in de personenauto bestuurd door [mededader] .
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 20-22), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Ik deed dienst met politiefunctionaris [verbalisant 3] . Voor het opvallende dienstvoertuig van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] reed een Renault Clio voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik zag dat dit kenteken was afgegeven op naam van [mededader] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . Ik zag dat [mededader] gekend was voor een grote hoeveelheid woninginbraken en inbraken uit hotel/pension. Over de portofoon hoorde ik van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat er twee mannen in de Renault zaten en dat een ervan nog gesignaleerd stond voor aanhouding buiten heterdaad voor een diefstal. De bijrijder zou voorkomen voor inbraken. Wij, [verbalisant 4] en [verbalisant 3] , besloten het voertuig te onderzoeken. [mededader] werd verzocht uit te stappen en naast het voertuig plaats te nemen. Ik begon het onderzoek aan de bijrijderszijde van het voertuig. Er lag een boodschappentas. In de boodschappentas zag ik een heleboel briefjes geld zitten, allemaal kleine coupures van 5, 10 en 20 euro. Ik zag ook een boel kleingeld. Ik zag ook een muntendispenser in de tas zitten, zoals gebruikt wordt in de horeca. Ik zag een gripzakje met wat sleutels liggen waarop stond ‘lift’. Deze combinatie van goederen leek mij op de inhoud van een kassalade. Ik zag ook zilveren ringen en andere sieraden in de tas zitten. Ondertussen toonde politiefunctionaris [verbalisant 3] mij twee tangen die hij onder de bestuurdersstoel vandaan haalde. Hieruit rees bij mij de verdenking jegens de twee verdachten van het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen.
[verbalisant 3] toonde mij een zwarte rugzak die open was. Ik zag in de tas veel goudkleurige sieraden zitten en gereedschappen zoals schroevendraaiers.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 23-24), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Op 26 juli 2018, omstreeks 05.00 uur, kregen wij het verzoek om het voertuig [kenteken] te doorzoeken. Dit voertuig was eerder deze avond overgebracht van tankstation [A] , gelegen aan de A58 ter hoogte van Heinkenszand, naar het politiebureau te Goes. Wij, verbalisanten, hebben het voertuig onderzocht.
Hieronder een opsomming van goederen:
- 2 schroevendraaiers (platte bek);
- zwarte tas met diverse sieraden;
- bigshopper met biljetten en muntgeld, totale waarde € 752,20;
- diverse sleutels;
- drie ringen.
12. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018, met bijlagen (dossierpagina’s 94-102), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , werkzaam bij de politie Damme/Knokke-Heist (België):
(p. 95)
Plaats en datum/uur van de feiten: 25/07/2018 om 20.30 uur - 26/07/2018 om 9.20 uur te Knokke-Heist , [a-straat 1] , drankgelegenheid.
Kort relaas modus operandi:
[B] is een brasserie die zich op het gelijkvloers van een appartementsgebouw bevindt. De zaak kan via de voordeur alsook via de gemeenschappelijke delen (die naar de kelder leiden) betreden worden. Onbekende(n) betreden vermoedelijk de zaak via de kelderdeur, echter kunnen wij geen braaksporen vaststellen. De deur was waarschijnlijk in het slot getrokken maar niet gesloten. Via de kelder kan je via de gangen en een trap naar de zaak. De inhoud van de kassa, een enveloppe met geld, sleutel, horloge merk Diesel en een trouwring werden gestolen. Totaalbedrag ongeveer 1860 euro bestaande uit biljetten en munten. Trouwring had opschrift [opschrift] en binnenin [naam 1] en [naam 2] .
(p. 96)
Op 26/7/2018 verhoren wij [aangever] .
Het verhoor vormt bijlage 2 van onderhavig proces-verbaal (hof: dossierpagina 100).
(p. 100) Verhoor [aangever] .
Heden op 26/07/2018 kom ik om 9.20 uur aan in mijn zaak gelegen in de [a-straat 1] te Knokke . (..) Wanneer ik achter mijn bar kom merk ik dat er wanorde is. Er ligt van alles op de grond. Ik merk op dat de kassa van de zaak werd geopend met de sleutel die er op zat. De volledige inhoud werd meegenomen. Er zat ongeveer 1500 euro in de kassa. Er lag ook een enveloppe met spaargeld achter de toonbank. Daar zat nog eens 360 euro in. Deze werd leeggehaald. In de kassa lag de trouwring van mijn vrouw. De ring betreft een witgouden ring met 1 diamant er in. Op de buitenzijde van de ring stond de trouwdatum 14/05/2010 in Romeinse cijfers [opschrift] .
Er staat ook [naam 1] en [naam 2] in de ring. Wij hebben gisteren de zaak om 20.30 uur verlaten. In de kassa zaten ook de sleutels van de zaak en het appartement boven de zaak. Deze zijn eveneens gestolen.
13. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2018 (dossierpagina’s 55-56), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 9] :
Op 27 juli 2018 is er door collega [verbalisant 10] van de districtsrecherche Zeeland contact opgenomen met aangever [aangever] en zijn vrouw [aangeefster] . Hij heeft diverse foto’s van goederen die (hof: op 26 juli 2018) zijn aangetroffen in het voertuig van verdachten naar hem gemaild en gevraagd of ze spullen herkenden als zijnde hun eigendom.
Ze herkenden de spullen op foto 1 (hof: ring met ingegraveerde letters, dossierpagina 57), foto 6 (hof: muntendispenser, dossierpagina 59) en de sleutels op foto 5, behalve de sleutels met de zwarte sleutelhanger (hof: dossierpagina 59), als zijnde hun eigendom, gestolen tijdens de inbraak in hun horecazaak.
14. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2018 met bijlagen (dossierpagina’s 60-64), voor zover inhoudende als bevindingen van [verbalisant 9] :
Naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel uitgevaardigd door de officier van Justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk aan België is onder andere naar voren gekomen dat het kenteken [kenteken] van de zwarte Renault Clio, waarin de verdachten [mededader] en [verdachte] werden aangehouden op 25 juli 2018 om 23:24 een ANPR camera in België heeft gepasseerd.
Het proces-verbaal waarin de ANPR-hit wordt beschreven is als bijlage bij dit proces-verbaal bijgevoegd (hof: dossierpagina’s 62-64).
(...)
Politieambtenaar [verbalisant 11] heeft per e-mail contact gelegd met een team in België dat de camerabeelden uitkijkt. Zij heeft gevraagd of de camerabeelden al waren uitgekeken. Inspecteur van politie [verbalisant 12] van de Dienst Technologische Politie van Politiezone Damme/ Knokke-Heist heeft naar aanleiding van deze vraag het onderstaande bericht:
Ik heb de camerabeelden van onze Politiezone inzake de inbraak op 25-26/07 bekeken. Alleen de route van het voertuig is te zien.
25/7 om 23.24.56: ANPR-registratie (rotonde [rotonde] )
23.25.14
uur: voertuig verlaat de rotonde en vervolgt de [b-straat] richting [a-straat ] .
23.25.30
uur: voertuig verlaat de [b-straat] en volgt de [a-straat ] richting [plein 1] .
(...)
23.26.42
uur: voertuig vervolgt de [a-straat ] nabij [plein 2] , richting [plein 1] . De locatie aan het [plein 2] waar we om 23.26.42 uur het laatste van het voertuig hebben is nabij de plaats van de inbraak. Dit is gelegen nabij het [plein 2] , richting [plein 1] .
15. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 augustus 2018, met bijlagen (dossierpagina’s 70-77), voor zover inhoudende als verklaring van [verbalisant 11] :
Op 25 augustus 2018 deed ik, verbalisant [verbalisant 11] , onderzoek aan de onder verdachte [mededader] in beslag genomen telefoon, merk Samsung, type Galaxy S6.
Ik, verbalisant, heb met behulp van het programma Ufed een tijdlijn gemaakt van de activiteiten die hebben plaatsgevonden met deze telefoon op 23 juli 2018 tussen 08.50 uur en 22:09 en op 25 juli tussen 11.06 uur en 23.46 uur. (...)
Ik, verbalisant, zag dat er op genoemde data berichtenverkeer is via Whatsapp. Ik zag dat het uitgaande telefoonnummer in deze chatgesprekken [telefoonnummer 1] was. Ik zag dat het binnenkomende nummer in deze chat [telefoonnummer 2] was. Ik zag dat dit telefoonnummer als contact “ [verdachte] ” was opgeslagen in deze telefoon.
Van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zijn de gebruikersgegevens opgevraagd. Hieruit bleek dat dit nummer sinds 20 november 2000 op naam staat van [verdachte] , [c-straat] te ’ s Gravenhage .
Op 23 juli 2018 is er via Whatsapp contact tussen telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . In dit chatgesprek wordt duidelijk dat er tussen hen een afspraak word gemaakt voor die dag. Hieronder is een deel van het berichtenverkeer weergegeven gezien vanuit het telefoonnummer [telefoonnummer 1]
08:50 uur van [telefoonnummer 2] : Slaapje nog
08:53 uur naar [telefoonnummer 2] : Net wakker
08:53 uur naar [telefoonnummer 2] : Ga douche kom ik langs jou
08:54 uur naar (het hof begrijpt dat bedoeld wordt: van) [telefoonnummer 2] : Oké is goode.
(...)
Ik, verbalisant, zag dat op 23 juli 2018 om 17:24 uur en 17:26 een SMS-bericht binnenkomt van Lycamobile met de inhoud:
‘Welkom in België.’ Gevolgd door een uitleg over de kosten van gebruik van het mobiele netwerk in België.
(...)
Ik, verbalisant, zag in de tijdlijn van 25 juli 2018 dat er Whatsapp-berichtenverkeer was tussen telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . In dat gesprek wordt duidelijk dat er wordt afgesproken. Hieronder wordt een deel van het berichtenverkeer weergegeven gezien vanuit het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . (...)
11:55 uur naar [telefoonnummer 2] : Zie je strx dan
11:55 uur van [telefoonnummer 2] : Ja
(...) Ik verbalisant zag dat op 25 juli om 21:42 uur drie keer cookies van ‘lance.citymeshinternet.be’ op het nummer [telefoonnummer 1] binnenkomen. (..) Ik zag dat dit webadres behoorde bij een bedrijf dat wireless hotspots aanbiedt. Ik zag op deze website een knop dekking (...) Ik zag dat deze hotspots enkel in België aanwezig waren.
18. De (leugenachtige) verklaring van verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 1 augustus 2018 (dossierpagina 190), inhoudende:
Ik ben op 25 juli (hof: 2018) met de trein en bus van Den Haag naar Terneuzen gegaan.(...) Dat is de dag voordat ik ben aangehouden (hof: 26 juli 2018). Ik ben daar opgehaald in Terneuzen door [mededader] . Dat is de persoon bij wie ik in de auto zat toen ik werd aangehouden. Ik denk dat dat rond kwart voor 12, 12 uur was.
19. De (leugenachtige) verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 10 augustus 2018 (dossierpagina 179), inhoudende:
Opmerking verbalisant: Je hebt bij de rechter-commissaris verklaard dat je omstreeks kwart voor 12, 12 uur in Terneuzen bent opgehaald door [mededader] en dat [mededader] de persoon was bij wie je in de auto zat toen je werd aangehouden.
Vraag verbalisant: Klopt dit?
Antwoord verdachte: Ja.
Vraag verbalisant: Bedoel je dan kwart voor 12 of 12 uur in de middag of in de nacht?
Antwoord verdachte: In de avond, net voor de nacht.”
2.2.3
Het hof heeft over de bewezenverklaring verder het volgende overwogen:
“Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat op 26 juli 2018, omstreeks 01.00 uur, in de Renault Clio waarin verdachte en [mededader] zich bevinden, een aantal voorwerpen worden aangetroffen die kort daarvoor (na 20.30 uur de avond daaraan voorafgaand) zijn gestolen uit Brasserie [B] aan de [a-straat 1] te Knokke-Heist te België. Het betreft hier onder andere een trouwring met daarin de namen van aangever [aangever] en zijn vrouw [aangeefster] alsmede een muntendispenser. De Renault Clio van [mededader] wordt, zo blijkt uit de camerabeelden, op 25 juli 2018, om 23.26.42 uur gezien in de buurt van de brasserie.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep alle betrokkenheid bij deze diefstal ontkend en verklaard dat hij die dag niet in België is geweest. Bij de rechter-commissaris en de politie heeft verdachte verklaard dat hij op 25 juli 2018 tussen 23.45 uur en 24.00 uur door [mededader] in Terneuzen met zijn auto is opgehaald. Uit informatie van de ANWB-routeplanner (een bron die algemeen toegankelijk is via het internet) volgt dat voor de autorit tussen het [plein 2] te Knokke-Heist (de locatie waar de auto van [mededader] het laatst gezien is en Terneuzen circa 43 minuten (48,5 km) staat. Dat betekent dat, nu de auto van [mededader] om 23.26.42 uur op het [plein 2] in Knokke-Heist is gezien, die auto niet eerder dan omstreeks 00.10 uur in Terneuzen kon zijn. Naar het oordeel van het hof moet echter ook rekening worden gehouden met enige tijd die benodigd is voor het rijden van het [plein 2] naar de brasserie en voor de uitvoering van de diefstal uit de brasserie. Het hof acht het immers aannemelijk dat de diefstal uit de brasserie heeft plaatsgevonden nadat de auto is gezien op het [plein 2] , nu de auto daar voor het laatst is gezien op camerabeelden van de politiezone Damme/ Knokke-Heist en dit nabij de brasserie is, terwijl in de auto van [mededader] gestolen goederen uit de brasserie zijn aangetroffen. Gerekend vanaf 23.26.42 uur moet dus allereerst enige tijd in aanmerking worden genomen die benodigd is voor het rijden vanaf het [plein 2] naar de brasserie en voor de uitvoering van de diefstal uit de brasserie. Vervolgens dient rekening te worden gehouden met de duur van een autorit vanaf het adres van de brasserie, de [a-straat 1] in Knokke-Heist , naar Terneuzen . Volgens informatie van de ANWB-routeplanner duurt die autorit circa 44 minuten (49,3 km). Het voorgaande betekent dat [mededader] niet in staat moet worden geacht om verdachte tussen 23.45 uur en 24.00 uur op te halen in Terneuzen . Nu de verklaring van verdachte ten aanzien van het moment van ophalen door [mededader] wordt tegengesproken door de informatie uit de ANWB routeplanner, moet deze verklaring worden bestempeld als leugenachtig en afgelegd met de bedoeling om de waarheid te bemantelen. Het hof doet deze verklaring meewerken aan het bewijs van het tenlastegelegde. Het hof acht de onder 2 primair ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.”
2.3
Aan de bewezenverklaring heeft het hof allereerst ten grondslag gelegd dat de verdachte en [mededader] op 26 juli 2018 om 00.55 uur zijn aangetroffen in de auto van [mededader] , waarin zich onder meer goederen bevonden die kort tevoren zijn gestolen uit een brasserie uit Knokke-Heist . Het hof heeft verder vastgesteld dat de auto van [mededader] op 25 juli 2018 om 23.26.42 uur voor het laatst is gezien op het [plein 2] in Knokke-Heist (nabij de brasserie), nadat deze auto om 23.25 uur nog werd gezien op de [b-straat] en de [a-straat ] in Knokke-Heist , waaruit het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk heeft afgeleid dat de auto toen reed in de richting van de plaats waar de brasserie is gevestigd en de diefstal van de goederen uit de brasserie, waarvan een deel enige tijd later in de auto is aangetroffen, heeft plaatsgevonden nadat de auto op het [plein 2] was gesignaleerd. Ook heeft het hof overwogen dat uitgaande van het tijdstip van 23.26.42 uur en van de reisduur volgens de ANWB-routeplanner de auto van [mededader] niet eerder dan omstreeks 00.10 uur in Terneuzen kon zijn, en dat daarbij vervolgens nog rekening moet worden gehouden met de tijd die was gemoeid met het rijden van het [plein 2] naar de brasserie en de uitvoering van de diefstal in de brasserie. Gelet op dit een en ander is het oordeel van het hof dat de als bewijsmiddelen 18 en 19 voor het bewijs gebruikte verklaringen van de verdachte kennelijk leugenachtig zijn, niet onbegrijpelijk. De enkele in de toelichting op het cassatiemiddel genoemde mogelijkheid dat de auto “iets harder” heeft gereden dan met het gebruik van de routeplanner is aangenomen, maakt dat niet anders.
2.4
Het cassatiemiddel faalt.
3. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 september 2022.
Conclusie 14‑06‑2022
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Medeplegen diefstal. Slagende klacht over gebruik leugenachtige verklaring voor bewijs. Conclusie strekt tot partiële vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 20/04375.
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer20/04376
Zitting 14 juni 2022
CONCLUSIE
D.J.M.W. Paridaens
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,
hierna: de verdachte.
Inleiding
De verdachte is bij arrest van 16 december 2020 door het gerechtshof ’s-Hertogenbosch wegens 1 primair “diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming” en 2 primair “diefstal door twee of meer verenigde personen” veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van elf maanden met aftrek van voorarrest. Daarnaast heeft het hof beslist op de vordering van de benadeelde partij.
Er bestaat samenhang met de zaak 20/04375. In die zaak zal ik vandaag ook concluderen.
Namens de verdachte heeft A.P. Visser, advocaat te ’s-Gravenhage, één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel
4. Het middel is gericht tegen de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde. Het houdt in dat het bewijs van het medeplegen van de diefstal in [plaats] niet uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Het bevat in het bijzonder de klacht dat het hof de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij rond kwart voor twaalf, twaalf uur in de nacht is opgehaald in [plaats] , ten onrechte als leugenachtige verklaring voor het bewijs heeft gebezigd. Daartoe wordt aangevoerd dat de verdachte niet een precies tijdstip, maar een globale tijd heeft genoemd en dat zijn verklaring niet strijdig is met de door de medeverdachte gereden route in België, de aankomst in [plaats] en de reistijd daarna tot aan de aanhouding van de verdachte en de medeverdachte.
5. Het hof heeft ten laste van de verdachte onder 2 primair bewezenverklaard dat:
“hij in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018 te [plaats] , België, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, ongeveer 1860 euro en een horloge (merk Diesel) en een trouwring en sleutels, in elk geval enig goed, dat aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader(s) toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.”
Het hof heeft de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde (medeplegen van diefstal te [plaats] , België, in de periode van 25 juli 2018 tot en met 26 juli 2018) in het bijzonder gebaseerd op de volgende bewijsmiddelen:
“1. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 17-19), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] :
Op 26 juli 2018, omstreeks 00.55 uur, surveilleerden wij in het Havengebied van Vlissingen Oost. Het is ons ambtshalve bekend dat in dit gebied veel diefstallen en drugsgerelateerde activiteiten plaatsvinden. Wij zagen een zwart gekleurde personenauto merk Renault type Clio, voorzien van het kenteken [kenteken] . Wij hoorden van collega’s dat de tenaamgestelde van dit kenteken bekend was bij de politie ter zake woninginbraken. Kort voor de afslag naar tankstation [A] gaven wij een stopteken aan de bestuurder van de Renault Clio. Wij zijn de Renault gevolgd in de richting van de parkeerplaats achter tankstation [A] . Daar stopte deze auto en hebben wij beide inzittenden gecontroleerd. De bestuurder bleek genaamd [mededader] , geboren [geboortedatum] 1992. De bijrijder bleek genaamd [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1987. Op ons verzoek hebben collega’s [verbalisant 3] en [verbalisant 4] een onderzoek ingesteld in de personenauto bestuurd door [mededader] .
2. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 20-22), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 4] :
Ik deed dienst met politiefunctionaris [verbalisant 3] . Voor het opvallende dienstvoertuig van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] reed een Renault Clio voorzien van het kenteken [kenteken] . Ik zag dat dit kenteken was afgegeven op naam van [mededader] , geboren op [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] . Ik zag dat [mededader] gekend was voor een grote hoeveelheid woninginbraken en inbraken uit hotel/pension. Over de portofoon hoorde ik van [verbalisant 1] en [verbalisant 2] dat er twee mannen in de Renault zaten en dat een ervan nog gesignaleerd stond voor aanhouding buiten heterdaad voor een diefstal De bijrijder zou voorkomen voor inbraken. Wij, [verbalisant 4] en [verbalisant 3] , besloten het voertuig te onderzoeken. [mededader] werd verzocht uit te stappen en naast het voertuig plaats te nemen. Ik begon het onderzoek aan de bijrijderszijde van het voertuig. Er lag een boodschappentas. In de boodschappentas zag ik een heleboel briefjes geld zitten, allemaal kleine coupures van 5, 10 en 20 euro. Ik zag ook een boel kleingeld. Ik zag ook een muntendispenser in de tas zitten, zoals gebruikt wordt in de horeca. Ik zag een gripzakje met wat sleutels liggen waarop stond ‘lift’. Deze combinatie van goederen leek mij op de inhoud van een kassalade. Ik zag ook zilveren ringen en andere sieraden in de tas zitten. Ondertussen toonde politiefunctionaris [verbalisant 3] mij twee tangen die hij onder de bestuurdersstoel vandaan haalde. Hieruit rees bij mij de verdenking jegens de twee verdachten van het voorhanden hebben van inbrekerswerktuigen.
[verbalisant 3] toonde mij een zwarte rugzak die open was. Ik zag in de tas veel goudkleurige sieraden zitten en gereedschappen zoals schroevendraaiers.
3. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018 (dossierpagina’s 23-24), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 5] en [verbalisant 6] :
Op 26 juli 2018, omstreeks 05.00 uur, kregen wij het verzoek om het voertuig [kenteken] te doorzoeken. Dit voertuig was eerder deze avond overgebracht van tankstation [A] , gelegen aan de A58 ter hoogte van [plaats] , naar het politiebureau te Goes. Wij, verbalisanten, hebben het voertuig onderzocht.
Hieronder een opsomming van goederen:
- 2 schroevendraaiers (platte bek);
- zwarte tas met diverse sieraden;
- bigshopper met biljetten en muntgeld, totale waarde € 752,20;
- diverse sleutels;
- drie ringen.
[…]
12. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 26 juli 2018, met bijlagen (dossierpagina’s 94-102), voor zover inhoudende als relaas van verbalisanten [verbalisant 7] en [verbalisant 8] , werkzaam bij de politie Damme/ Knokke-Heist (België):
(p. 95)
Plaats en datum/uur van de feiten: 25/07/2018 om 20.30 uur - 26/07/2018 om 9.20 uur te [plaats] , [a-straat 1] , drankgelegenheid.
Kort relaas modus operandi:
[B] is een brasserie die zich op het gelijkvloers van een appartementsgebouw bevindt. De zaak kan via de voordeur alsook via de gemeenschappelijke delen (die naar de kelder leiden) betreden worden. Onbekende(n) betreden vermoedelijk de zaak via de kelderdeur, echter kunnen wij geen braaksporen vaststellen. De deur was waarschijnlijk in het slot getrokken maar niet gesloten. Via de kelder kan je via de gangen en een trap naar de zaak. De inhoud van de kassa, een enveloppe met geld, sleutel, horloge merk Diesel en een trouwring werden gestolen Totaalbedrag ongeveer 1860 euro bestaande uit biljetten en munten. Trouwring had opschrift [opschrift] en binnenin [aangever] en [aangeefster] .
(P. 96)
Op 26/7/2018 verhoren wij [aangever] .
Het verhoor vormt bijlage 2 van onderhavig proces-verbaal (hof: dossierpagina 100)
(p. 100)
Verhoor [aangever] .
Heden op 26/07/2018 kom ik om 9.20 uur aan in mijn zaak gelegen in de [a-straat 1] te [plaats] . (..) Wanneer ik achter mijn bar kom merk ik dat er wanorde is. Er ligt van alles op de grond. Ik merk op dat de kassa van de zaak werd geopend met de sleutel die er op zat. De volledige inhoud werd meegenomen. Er zat ongeveer 1500 euro in de kassa. Er lag ook een enveloppe met spaargeld achter de toonbank. Daar zat nog eens 360 euro in. Deze werd leeggehaald. In de kassa lag de trouwring van mijn vrouw. De ring betreft een witgouden ring met 1 diamant er in. Op de buitenzijde van de ring stond de trouwdatum 14/05/2010 in Romeinse cijfers [opschrift] .
Er staat ook [naam 1] en [naam 2] in de ring. Wij hebben gisteren de zaak om 20.30 uur verlaten. In de kassa zaten ook de sleutels van de zaak en het appartement boven de zaak. Deze zijn eveneens gestolen.
13. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 2 augustus 2018 (dossierpagina’s 55-56), voor zover inhoudende als relaas van verbalisant [verbalisant 9] :
Op 27 juli 2018 is er door collega [verbalisant 10] van de districtsrecherche Zeeland contact opgenomen met aangever [aangever] en zijn vrouw [aangeefster] . Hij heeft diverse foto’s van goederen die (hof: op 26 juli 2018) zijn aangetroffen in het voertuig van verdachten naar hem gemaild en gevraagd of ze spullen herkenden als zijnde hun eigendom. Ze herkenden de spullen op foto 1 (hof: ring met ingegraveerde letters, dossierpagina 57), foto 6 (hof: muntendispenser, dossierpagina 59) en de sleutels op foto 5, behalve de sleutels met de zwarte sleutelhanger (hof: dossierpagina 59), als zijnde hun eigendom, gestolen tijdens de inbraak in hun horecazaak.
14. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 29 augustus 2018 met bijlagen (dossierpagina’s 60-64), voor zover inhoudende als bevindingen van [verbalisant 9] :
Naar aanleiding van een Europees onderzoeksbevel uitgevaardigd door de officier van Justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk aan België is onder andere naar voren gekomen dat het kenteken [kenteken] van de zwarte Renault Clio, waarin de verdachten [mededader] en [verdachte] werden aangehouden op 25 juli 2018 om 23:24 een ANPR camera in België heeft gepasseerd.
Het proces-verbaal waarin de ANPR-hit wordt beschreven is als bijlage bij dit proces-verbaal bijgevoegd (hof: dossierpagina’s 62-64).
(...)
Politieambtenaar [verbalisant 11] heeft per e-mail contact gelegd met een team in België dat de camerabeelden uitkijkt. Zij heeft gevraagd of de camerabeelden al waren uitgekeken. Inspecteur van politie [verbalisant 12] van de Dienst Technologische Politie van Politiezone Damme/ Knokke-Heist heeft naar aanleiding van deze vraag het onderstaande bericht:
Ik heb de camerabeelden van onze Politiezone inzake de inbraak op 25-26/07 bekeken.
Alleen de route van het voertuig is te zien.
25/7 om 23.24.56: ANPR-registratie (rotonde [rotonde] )
23.25.14 uur: voertuig verlaat de rotonde en vervolgt de [b-straat ] richting [a-straat ] .
23.25.30 uur: voertuig verlaat de [b-straat ] en volgt de [a-straat ] richting [plein 1] .
(..)
23.26.42 uur: voertuig vervolgt de [a-straat ] nabij [plein 2] , richting [plein 1] .
De locatie aan het [plein 2] waar we om 23.26.42 uur het laatste van het voertuig hebben is nabij de plaats van de inbraak. Dit is gelegen nabij het [plein 2] , richting [plein 1] .
15. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 25 augustus 2018, met bijlagen (dossierpagina’s 70-77), voor zover inhoudende als verklaring van [verbalisant 11] :
Op 25 augustus 2018 deed ik, verbalisant [verbalisant 11] , onderzoek aan de onder verdachte [mededader] in beslag genomen telefoon, merk Samsung, type Galaxy S6.
Ik, verbalisant, heb met behulp van het programma Ufed een tijdlijn gemaakt van de activiteiten die hebben plaatsgevonden met deze telefoon op 23 juli 2018 tussen 08.50 uur en 22:09 en op 25 juli tussen 11.06 uur en 23.46 uur. (...)
Ik, verbalisant, zag dat er op genoemde data berichtenverkeer is via Whatsapp. Ik zag dat het uitgaande telefoonnummer in deze chatgesprekken [telefoonnummer 1] was. Ik zag dat het binnenkomende nummer in deze chat [telefoonnummer 2] was. Ik zag dat dit telefoonnummer als contact “ [verdachte] ” was opgeslagen in deze telefoon.
Van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] zijn de gebruikersgegevens opgevraagd. Hieruit bleek dat dit nummer sinds 20 november 2000 op naam staat van [verdachte] , [c-straat] te [plaats] .
Op 23 juli 2018 is er via Whatsapp contact tussen telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . In dit chatgesprek wordt duidelijk dat er tussen hen een afspraak wordt gemaakt voor die dag. Hieronder is een deel van het berichtenverkeer weergegeven gezien vanuit het telefoonnummer [telefoonnummer 1]
08:50 uur van [telefoonnummer 2] : Slaap je nog
08:53 uur naar [telefoonnummer 2] : Net wakker
08:53 uur naar [telefoonnummer 2] : Ga douche kom ik langs jou
08:54 uur naar (het hof begrijpt dat bedoeld wordt: van) [telefoonnummer 2] : Oké is goode.
(...)
Ik, verbalisant, zag dat op 23 juli 2018 om 17:24 uur en 17:26 een SMS-bericht binnenkomt van Lycamobile met de inhoud: ‘Welkom in België. Gevolgd door een uitleg over de kosten van gebruik van het mobiele netwerk in België.
Ik, verbalisant, zag in de tijdlijn van 25 juli 2018 dat er Whatsapp-berichtenverkeer was tussen telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [telefoonnummer 2] . In dat gesprek wordt duidelijk dat er wordt afgesproken. Hieronder wordt een deel van het berichtenverkeer weergegeven gezien vanuit het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .
(...)
11:55 uur naar [telefoonnummer 2] : Zie je strx dan
11:55 uur van [telefoonnummer 2] : Ja
(...)
Ik verbalisant zag dat op 25 juli om 21:42 uur drie keer cookies van ‘lance.citymeshinternet.be’ op het nummer [telefoonnummer 1] binnenkomen. (..) Ik zag dat dit webadres behoorde bij een bedrijf dat wireless hotspots aanbiedt. Ik zag op deze website een knop dekking (...) Ik zag dat deze hotspots enkel in België aanwezig waren.
[…]
18. De (leugenachtige) verklaring van verdachte afgelegd bij de rechter-commissaris d.d. 1 augustus 2018 (dossierpagina 190), inhoudende:
Ik ben op 25 juli (hof: 2018) met de trein en bus van [plaats] naar [plaats] gegaan.(...)
Dat is de dag voordat ik ben aangehouden (hof: 26 juli 2018). Ik ben daar opgehaald in [plaats] door [mededader] . Dat is de persoon bij wie ik in de auto zat toen ik werd aangehouden. Ik denk dat dat rond kwart voor 12, 12 uur was.
19. De (leugenachtige) verklaring van verdachte afgelegd bij de politie op 10 augustus 2018 (dossierpagina 179), inhoudende:
Opmerking verbalisant: Je hebt bij de rechter-commissaris verklaard dat je omstreeks kwart voor 12, 12 uur in [plaats] bent opgehaald door [mededader] en dat [mededader] de persoon was bij wie je in de auto zat toen je werd aangehouden.
Vraag verbalisant: Klopt dit?
Antwoord verdachte: Ja.
Vraag verbalisant: Bedoel je dan kwart voor 12 of 12 uur in de middag of in de nacht?
Antwoord verdachte: In de avond, net voor de nacht.”
7. Het hof heeft over de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde overwogen:
“Voorts heeft de raadsman vrijspraak bepleit van de onder feit 2 primair ten laste gelegde diefstal te [plaats] in België. Hij heeft daartoe aangevoerd - zakelijk weergegeven - dat er geen wettig en overtuigend bewijs aanwezig is om de aanwezigheid en de rol van de verdachte bij de diefstal te bewijzen.
Het hof overweegt als volgt.
[…]
Feit 2 primair
Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen vast dat op 26 juli 2018, omstreeks 01.00 uur, in de Renault Clio waarin verdachte en [mededader] zich bevinden, een aantal voorwerpen worden aangetroffen die kort daarvoor (ná 20.30 uur de avond daaraan voorafgaand) zijn gestolen uit [B] aan de [a-straat 1] te [plaats] te België. Het betreft hier onder andere een trouwring met daarin de namen van aangever [aangever] en zijn vrouw [aangeefster] alsmede een muntendispenser. De Renault Clio van [mededader] wordt, zo blijkt uit de camerabeelden, op 25 juli 2018, om 23.26.42 uur gezien in de buurt van de brasserie.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep alle betrokkenheid bij deze diefstal ontkend en verklaard dat hij die dag niet in België is geweest. Bij de rechter-commissaris en de politie heeft verdachte verklaard dat hij op 25 juli 2018 tussen 23.45 uur en 24.00 uur door [mededader] in [plaats] met zijn auto is opgehaald. Uit informatie van de ANWB-routeplanner (een bron die algemeen toegankelijk is via het internet) volgt dat voor de autorit tussen het [plein 2] te [plaats] (de locatie waar de auto van [mededader] het laatst gezien is en [plaats] circa 43 minuten (48,5 km) staat. Dat betekent dat, nu de auto van [mededader] om 23.26.42 uur op het [plein 2] in [plaats] is gezien, die auto niet eerder dan omstreeks 00.10 uur in [plaats] kon zijn.
Naar het oordeel van het hof moet echter ook rekening worden gehouden met enige tijd die benodigd is voor het rijden van het [plein 2] naar de brasserie en voor de uitvoering van diefstal uit de brasserie. Het hof acht het immers aannemelijk dat de diefstal uit de brasserie heeft plaatsgevonden nádat de auto is gezien op het [plein 2] , nu de auto daar voor het laatst is gezien op camerabeelden van de politiezone Damme/ Knokke-Heist en dit nabij de brasserie is, terwijl in de auto van [mededader] gestolen goederen uit de brasserie zijn aangetroffen. Gerekend vanaf 23.26.42 uur moet dus allereerst enige tijd in aanmerking worden genomen die benodigd is voor het rijden vanaf het [plein 2] naar de brasserie en voor de uitvoering van de diefstal uit de brasserie. Vervolgens dient rekening te worden gehouden met de duur van een autorit vanaf het adres van de brasserie, de [a-straat 1] in [plaats] , naar [plaats] . Volgens informatie van de ANWB-routeplanner duurt die autorit circa 44 minuten (49,3 km). Het voorgaande betekent dat [mededader] niet in staat moet worden geacht om verdachte tussen 23.45 uur en 24.00 uur op te halen in [plaats] . Nu de verklaring van verdachte ten aanzien van het moment van ophalen door [mededader] wordt tegengesproken door de informatie uit de ANWB routeplanner, moet deze verklaring worden bestempeld als leugenachtig en afgelegd met de bedoeling om de waarheid te bemantelen. Het hof doet deze verklaring meewerken aan het bewijs van het tenlastegelegde.
Het hof acht het onder 2 primair ten laste gelegde diefstal in vereniging wettig en overtuigend bewezen. De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Het verweer van de raadsman wordt verworpen.”
Het middel is in het bijzonder gericht tegen het gebruik voor het bewijs van twee verklaringen van de verdachte die door het hof als leugenachtig zijn aangemerkt. De steller van het middel gaat ervan uit dat er voor het overige onvoldoende bewijs is dat de verdachte als medepleger bij de onder 2 primair tenlastegelegde diefstal te [plaats] betrokken is geweest, zoals het hof bewezen heeft verklaard.1.
9. Het hof heeft – kennelijk met betrekking tot de betrokkenheid van de verdachte bij de diefstal in [plaats] – als bewijsmiddel 18 en 19 twee (leugenachtige) verklaringen van de verdachte gebruikt. In deze verklaringen geeft de verdachte aan dat hij op 25 juli 2018 – de dag voordat hij samen met de medeverdachte is aangehouden – met de trein en bus van [plaats] naar [plaats] is gegaan, dat hij daar is opgehaald door de medeverdachte, en dat hij denkt dat dat rond kwart voor 12, 12 uur was (bewijsmiddel 18). Ook geeft de verdachte aan dat hij daarmee heeft bedoeld: kwart voor 12 of 12 uur in de avond, net voor de nacht (bewijsmiddel 19).
10. Bij de beoordeling van het middel moet het volgende worden vooropgesteld.2.Anders dan een ongeloofwaardig geachte verklaring, mag een verklaring van de verdachte die naar het oordeel van de rechter kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen, voor het bewijs worden gebruikt. Het oordeel dat de verklaring leugenachtig is, zal dan wel voldoende grondslag moeten vinden in vastgestelde feiten en omstandigheden, vervat in een of meer andere voor het bewijs gebruikte bewijsmiddelen.3.De kennelijke leugenachtigheid moet blijken uit andere bewijsmiddelen die niet zijn terug te voeren op verklaringen van de verdachte.4.Daarnaast geldt dat de omstandigheid dat de verdachte heeft geweigerd te verklaren, niet mede ten grondslag kan worden gelegd aan het oordeel dat de voor het bewijs gebruikte verklaring van de verdachte kennelijk leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen.5.In geval van betwisting dat de verdachte opzet had op het afleggen van een valse verklaring, kan een nadere motivering voor het gebruik van de verklaring voor het bewijs nodig zijn.
11. In de onderhavige zaak heeft het hof in zijn bewijsoverweging het navolgende ten grondslag gelegd aan zijn oordeel dat de verklaring van de verdachte, inhoudende dat hij op 25 juli 2018 tussen 23.45 uur en 24.00 uur door de medeverdachte in [plaats] met zijn auto is opgehaald, leugenachtig is en is afgelegd om de waarheid te bemantelen:
(i) de auto van de medeverdachte is om 23.26.42 uur voor het laatst gezien op het [plein 2] in [plaats] ;
(ii) uit informatie van de ANWB-routeplanner (een bron die algemeen toegankelijk is via het internet) volgt dat de autorit tussen het [plein 2] in [plaats] en [plaats] ongeveer 43 minuten (48,5 km) duurt;
(iii) uit het voorgaande leidt het hof af dat de auto niet eerder dan omstreeks 00.10 uur in [plaats] kon zijn;
(iv) het hof acht het verder aannemelijk dat de diefstal uit de brasserie heeft plaatsgevonden nádat de auto is gezien op het [plein 2] , nu de auto daar voor het laatst is gezien op camerabeelden van de politiezone Damme/ Knokke-Heist en dit nabij de brasserie is, terwijl in de auto gestolen goederen uit de brasserie zijn aangetroffen;
(v) op grond van hetgeen onder (iv) is overwogen, is het hof van oordeel dat ook rekening moet worden gehouden met enige tijd die nodig is voor het rijden van het [plein 2] om 23.26.42 naar de brasserie en voor de uitvoering van diefstal uit de brasserie, en er vervolgens rekening moet worden gehouden met de duur van een autorit vanaf de brasserie ( [a-straat 1] in [plaats] ) naar [plaats] ;
(vi) volgens informatie van de ANWB-routeplanner duurt die autorit ongeveer 44 minuten (49,3 km), zodat de medeverdachte de verdachte niet tussen 23.45 uur en 24.00 uur heeft kunnen ophalen in [plaats] .
12. De steller van het middel klaagt terecht over de begrijpelijkheid van de onderdelen (iii) en (iv) van de redenering van het hof. Wat betreft onderdeel (iii) geldt inderdaad dat niet is uit te sluiten dat de auto harder heeft gereden dan de snelheid waarvan de ANWB-routeplanner is uitgegaan, zodat er – mede gelet op de afstand – wel wat valt af te dingen op de (tussen)conclusie van het hof dat de auto niet eerder dan circa 00.10 uur in [plaats] kon zijn. Belangrijker nog acht ik de klacht ten aanzien van onderdeel (iv), waarin wordt uitgelegd waarom het hof het aannemelijk acht dat de inbraak zou zijn gepleegd nádat de auto om 23.26.42 uur voor het laatst op de camerabeelden is gezien. Voor die aannemelijkheid kan de door het hof genoemde zinsnede “terwijl in de auto gestolen goederen uit de brasserie zijn aangetroffen” geen argument zijn: dat kan immers zowel het geval zijn als de inbraak ervoor als dat die erna is gepleegd. Ook is niet zonder meer begrijpelijk waarom dat oordeel zou voortvloeien uit het andere aangehaalde argument, namelijk dat “de auto daar voor het laatst is gezien op camerabeelden van de politiezone Damme/ Knokke-Heist en dit nabij de brasserie is”.6.
13. Gelet op het voorgaande is niet zonder meer begrijpelijk waarom het hof van oordeel is dat de door de verdachte afgelegde verklaringen als kennelijk leugenachtig moeten worden aangemerkt. Dat oordeel is naar mijn inzicht onvoldoende gemotiveerd, terwijl op grond van de bewijsoverweging van het hof niet zonder meer kan worden aangenomen dat het hof – ook los van de als kennelijk leugenachtig aangemerkte verklaringen van de verdachte – tot een bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde zou zijn gekomen. Daarmee is de bewezenverklaring van het onder 2 primair tenlastegelegde onvoldoende gemotiveerd.
Slotsom
14. Het middel slaagt.
15. Ambtshalve heb ik geen grond aangetroffen die tot vernietiging van de bestreden uitspraak aanleiding behoort te geven.
15. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de uitspraak van het hof, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen over het onder 2 primair tenlastegelegde en de strafoplegging, en tot terugwijzing van de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch, opdat de zaak ten aanzien daarvan opnieuw wordt berecht en afgedaan.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 14‑06‑2022
Zie voor de voorwaarden voor het gebruik van kennelijk leugenachtige verklaringen voor het bewijs ook de recente conclusie van mijn ambtgenoot Spronken van 10 mei 2022, ECLI:NL:PHR:2022:433, onder 6.2.1-6.2.3.
HR 19 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8873, r.o. 4.5, HR 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2897, r.o. 3.4, HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9968, r.o. 4.2 en HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467, r.o. 6.2.
HR 24 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2897, r.o. 3.4, HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9968, r.o. 4.2 en HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467, r.o. 6.2.
HR 19 maart 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZD0413, NJ 1996/540 m.nt. T.M. Schalken, r.o. 4.5, HR 3 juli 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9968, r.o. 4.2. en HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:467, r.o. 6.2.
Ik teken daarbij aan dat ook niet zonder meer begrijpelijk is wat het effect is van het onder (v) opgenomen onderdeel dat enige tijd nodig moet zijn geweest voor onder meer het rijden van het [plein 2] naar de brasserie, nu het [plein 2] volgens Google Maps nagenoeg naast de brasserie ligt.
Beroepschrift 28‑09‑2021
CASSATIESCHRIFTUUR
ex artikel 437 lid 2 Sv.
Hoge Raad der Nederlanden
Sector Strafzaken
's‑Gravenhage
Griffienummer: S 20/04376
Inzake: [verzoeker]
Geboortedatum: [geboortedatum] 1987
Arrest hof Den Bosch: 16 december 2020
Rolnummer: 20/003999-18
Datum aanzegging: 26 augustus 2021
[verzoeker] verzoeker tot cassatie, wonend te [woonplaats], voor deze zaak woonplaats kiezende aldaar aan de Toussaintkade no. 53 aan het kantoor van Mr. A.P. Visser, advocaat bij de Hoge Raad der Nederlanden, die in deze zaak door verzoeker tot cassatie bepaaldelijk gevolmachtigd is om als zijn advocaat de cassatieschriftuur te ondertekenen en in te dienen;
Brengt het volgende onder uw aandacht:
Het cassatieberoep is gericht tegen bovengenoemd arrest van het gerechtshof Den Bosch, waarbij het vonnis van de rechtbank is vernietigd en waarbij het gerechtshof opnieuw rechtdoende, zakelijk weergegeven, verzoeker tot cassatie heeft veroordeeld, wegens vermogensdelicten tot een gevangenisstraf voor de duur van 11 maanden.
Verzoeker tot cassatie kan zich met het arrest niet verenigen en stelt hierbij het navolgende middel in:
Middel
Het recht is geschonden en/of er zijn vormen verzuimd, waarvan de niet naleving nietigheid meebrengt. In het bijzonder is artikel 359 lid 3 en 8 juncto 415 Sv geschonden omdat het bewijs van feit 2, medeplegen van diefstal in Knokke-Heist, niet uit de gebezigde bewijsmiddelen kan worden afgeleid. Immers hieruit blijkt niet meer dan dat de auto waarin hij enige tijd later in Zeeland is aangehouden, mogelijk in de buurt is geweest van de locatie waar geld en goederen zijn weggenomen. Nu uit de bewijsmiddelen verder niets blijkt van enige wetenschap laat staan betrokkenheid bij die diefstal dan wel bewuste en nauwe samenwerking daarbij, schiet de bewezenverklaring tekort. De vraag of het hof zijn verklaring dat hij rond kwart voor twaalf, twaalf uur in de nacht is opgehaald in Terneuzen als kennelijk leugenachtige verklaring mede als bewijs had mogen bezigen dient in dit verband ontkennend te worden beantwoord, omdat verzoeker tot cassatie zich daarbij globaal heeft uitgelaten en dit niet strijdig is met de door medeverdachte gereden route in België, aankomst in Terneuzen en reistijd nadien tot aan de aanhouding.
Het oordeel van het hof is derhalve onjuist, onbegrijpelijk, althans niet dan wel onvoldoende gemotiveerd.
Toelichting
Het feit dat de auto van de medeverdachte in België is geweest in de buurt van de locatie waar gestolen is en waarvan een deel van de buit in zijn auto is aangetroffen maakt nog niet dat verzoeker tot cassatie daarmee bekend was, laat staan dat er sprake is geweest van een bewuste en nauwe samenwerking met betrekking tot de diefstal.
Evenmin kan bewuste en nauwe samenwerking worden aangenomen met een ander omdat überhaupt niet vast staat dat die diefstal door twee of meer personen is gepleegd. Voorts had het hof de verklaring van verzoeker tot cassatie niet als leugenachtig mogen bestempelen en niet mogen bezigen voor bewijs. Hieruit blijkt reeds dat het hof in bewijsnood verkeerde. Maar belangrijker nog is dat verzoeker tot cassatie zich niet heeft geuit in een zeer precies tijdstip dat hij in Terneuzen werd opgehaald maar een globale tijd heeft willen noemen zo van ‘rond kwart voor 12, 12 uur’. Voorts maakt het hof gebruik van een mogelijk gereden route door de medeverdachte om de verklaring als leugenachtig te kunnen bestempelen. Het hof gaat daarbij uit van een tijdstip van aankomst in Terneuzen van 00.10 uur, hetwelk niet substantieel afwijkt van het door verzoeker genoemd tijdstip, waarbij overigens niet uit te sluiten is dat de auto in België iets harder heeft gereden dan de ANWB routeplanner. Voorts kleurt het hof de route verder in met de veronderstelling dat de auto van de medeverdachte, na voor het laatst gezien te zijn op een politiecamera, daarna nog de diefstal gepleegd moet hebben. Dit vindt echter geen steun in het dossier. Het is niet uit te sluiten dat de laatste observatie na de inbraak is geweest. Deze was in de buurt van de locatie waar gestolen is, terwijl de eerste observatie daar vlak bij was, minder dan twee minuten. In ieder geval had het hof dit beter moeten motiveren. Bovendien is gelet op het tijdstip van aanhouding en de reistijd vanuit Terneuzen tot aanhouding ook niet dermate substantieel afwijkend, mede gelet op de door de politie geconstateerde langzame snelheid waarmee gereden werd.
Het oordeel van het hof is derhalve onjuist, onbegrijpelijk, althans niet dan wel onvoldoende gemotiveerd.
's‑Gravenhage, 28 september 2021
advocaat