Quasi-erfrecht
Einde inhoudsopgave
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/II.3.2:II.3.2. Het gemeenschappelijke testament versus het Duitse gemeinschaftliches Testament
Quasi-erfrecht (Publicaties vanwege het Centrum voor Notarieel Recht) 2006/II.3.2
II.3.2. Het gemeenschappelijke testament versus het Duitse gemeinschaftliches Testament
Documentgegevens:
prof. mr. F.W.J.M. Schols, datum 24-03-2006
- Datum
24-03-2006
- Auteur
prof. mr. F.W.J.M. Schols
- JCDI
JCDI:ADS575578:1
- Vakgebied(en)
Erfrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Men verwarre het gemeenschappelijke testament, hiervoor omschreven als een testament dat uiterste wilsbeschikkingen bevat van meer dan één persoon, waarbij de inhoud van de uiterste wilsbeschikkingen niet van belang is, niet met het Duitse gemeinschaftliches Testament (§ 2265 BGB e.v.). Op zich kan ook – volgens de heersende leer –1 sprake zijn van een gemeinschaftliches Testament indien echtgenoten in afzonderlijke akten testeren. Het betreft hier de zogenaamde ‘subjektive Theorie’, waarover in par. 4 van hoofdstuk V meer. De vorm is op zich derhalve niet doorslaggevend. Wel kan mede uit het feit dat de uiterste wilsbeschikkingen in één akte opgenomen zijn de conclusie worden getrokken dat de betrokken echtgenoten de wil hebben om gemeenschappelijk te testeren. Wordt geconcludeerd dat sprake is van een gemeinschaftliches Testament dan zijn het derhalve de rechtsgevolgen, die worden gekoppeld aan deze wijze van testeren, en niet (zo zeer)2 de vorm die de in het oog springende kenmerken vormen van het gemeinschaftliches Testament in vergelijking met het ‘normale’ Testament. Wat de rechtsgevolgen betreft, moet onder meer gedacht worden aan een beperking of uitsluiting van de mogelijkheid om bepaalde beschikkingen te herroepen (§ 2271BGB).