BR 2014/34
Concurrentiebeïnvloedende effecten van overheidshandelen: welke rechtsgebieden bepalen het speelveld voor overheid en ondernemer?
Rb. Amsterdam 11-09-2013, ECLI:NL:RBAMS:2013:6780, m.nt. J.C.A. Houdijk en E.W.J. de Groot
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
11 september 2013
- Magistraten
Mrs. I.H.J. Konings, C.M.E. de Koning en D.J. Markx
- Zaaknummer
C/13/518298 / HA ZA 12-667
- Noot
J.C.A. Houdijk en E.W.J. de Groot
- JCDI
JCDI:ADS917033:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
- Brondocumenten
ECLI:NL:RBAMS:2015:2388, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 29‑04‑2015
ECLI:NL:RBAMS:2013:6780, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 11‑09‑2013
ECLI:NL:RBAMS:2013:5591, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 11‑09‑2013
- Wetingang
art. 2 lid 1 Wet Fido; art. 6 lid 1 Mw; art. 107 VWEU;
Essentie
Concurrentiebeïnvloedende effecten van overheidshandelen: welke rechtsgebieden bepalen het speelveld voor overheid en ondernemer?
Samenvatting
De rechtbank overweegt dat hier in het midden kan blijven of de gemeente zich garant heeft gesteld ten behoeve van de uitoefening van een publieke taak, nu de gemeente terecht heeft aangevoerd dat de norm die is opgenomen in artikel 2 lid 1 Wet Fido zich richt tot openbare lichamen en niet is bedoeld om de vermogenspositie van [eisers] te beschermen. De rechtbank is van oordeel dat aan [eisers] geen beroep toekomt op voornoemd artikel nu niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste. (…) ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.