Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/62:62 Onzekerheid
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/62
62 Onzekerheid
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS505228:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HvJEG 20 januari 1994, zaak C-129, Jur. 1994, p. I-00117, NJ 1993/351 (Owens Bank) m.nt. JCS, r.o. 32.
HvJEG 19 februari 2002, zaak C-256/00, Jur. 2002, p. I-01699, NJ 2004/159 (Besix) m.nt. PV, r.o. 25.
Zie reeds HvJEG 4 maart 1982, zaak 38/81, Jur 1982, p. 825, NJ 1983/508 m.nt. JCS (Effer/Kantner).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Grensoverschrijdende procedures brengen een hoop onzekerheid mee. Voor een van beide partijen betekent het dat geprocedeerd moet worden in een ander land met een andere procescultuur en onbekend procesrecht. Daarnaast spelen nog twee zaken een rol: taalbarrières en extra kosten. Voor de rechterlijke bevoegdheid in grensoverschrijdende zaken tracht de EEX-Verordening zoveel mogelijk rechtszekerheid te verschaffen. Het rechtszekerheidsbeginsel is een van de doelstellingen van de EEX-Verordening II.1 Wat betekent rechtszekerheid in dit verband?
Vele malen heeft het HvJ onder verwijzing naar de preambule van het EEX-Verdrag aangegeven dat rechtszekerheid een van de grondbeginselen van het Verdrag vormt:
‘(…)volgens de bewoordingen van de preambule van het Executieverdrag dient dit verdrag binnen de Gemeenschap de rechtsbescherming van degenen die er gevestigd zijn, te vergroten door het opstellen van gemeenschappelijke bevoegdheidsregels die zekerheid geven over de bevoegdheidsverdeling tussen de verschillende nationale gerechten waarbij een bepaald geschil kan worden aangebracht.’2
De bevoegdheidsverdeling moet zeker zijn: de bepalingen moeten zowel de eiser in staat stellen om gemakkelijk te bepalen, welk gerecht hij kan aanzoeken, alsmede de verweerder in staat stellen om redelijkerwijs te voorzien, voor welk gerecht hij kan worden opgeroepen.3
Rechtszekerheid hangt in dit verband nauw samen met voorspelbaarheid van de bevoegde rechterlijke instanties: partijen die in internationale procedures verwikkeld zijn moeten aan de hand van de regels eenvoudig vast kunnen stellen welke rechter bevoegd is c.q. welke rechters bevoegd zouden kunnen zijn.