V-N 2025/16.8
A-G: APV-regeling op stelselniveau niet in strijd met art. 1 EP EVRM
HR (Parket) 07-03-2025, ECLI:NL:PHR:2025:303, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
7 maart 2025
- Zaaknummer
24/02647
- Conclusie
A-G Koopman
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD7701:1
- Vakgebied(en)
Europees belastingrecht / Mensenrechten
Inkomstenbelasting (V)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Inkomstenbelasting / Algemeen
- Brondocumenten
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:HR:2025:1389, Uitspraak, Hoge Raad, 26‑09‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑09‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:303, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 07‑03‑2025
- Wetingang
art. 14 EVRM; art. 1 EVRM, protocol 1; art. 2.14a Wet IB 2001
Essentie
A-G Koopman is van mening dat de wetgever met de vormgeving van het APV-regime op stelselniveau binnen de ‘wide margin of appreciation’ is gebleven, ondanks dat X door haar hoge leeftijd geen uitkering van de stichting krijgt.
Samenvatting
X is weduwe van een familielid van de oprichter van een familiestichting. De stichting is in 1907 opgericht om de familie financieel te ondersteunen. Op 1 januari 2018 is het vermogen van de stichting ruim € 8 mln. De inspecteur heeft op basis van de stamboom 1,926% van het vermogen van de stichting aan X toegerekend in box 3 en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.