De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen
Einde inhoudsopgave
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/410:410 De twee beoogde doelen
De bezoldiging van bestuurders van beursgenoteerde vennootschappen (IVOR nr. 113) 2018/410
410 De twee beoogde doelen
Documentgegevens:
mr. E.C.H.J. Lokin, datum 01-04-2018
- Datum
01-04-2018
- Auteur
mr. E.C.H.J. Lokin
- JCDI
JCDI:ADS367866:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Corporate governance
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie hierover Lokin & Schild 2012.
Zie hierover randnummers 401 en 402.
Zie hierover randnummer 403 e.v.
En in het Verenigd Koninkrijk recent is aangescherpt. Wel dient te worden opgemerkt dat de say-on-paybepalingen in de Verenigde Staten en Duitsland vele malen vrijblijvender zijn dan de bindende say-on-pay zoals die in Nederland geldt. Zie hierover randnummer 391.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Op grond van deze door de regering geleverde kritiek zijn twee doelen te onderscheiden die de invoering van de nieuwe vennootschapsrechtelijke bezoldigingsregelingen moeten rechtvaardigen. Allereerst is daar het trachten te voorkomen dat bonussen aan bestuurders perverse prikkels geven die leiden tot een onverantwoorde risicobereidheid en myopisch gedrag. Een bonus moet gericht zijn op het bevorderen van het belang van de vennootschap op de lange termijn. Ten tweede wordt met de nieuwe wet beoogd te bewerkstelligen dat, ondanks mogelijke contractuele aanspraken en onafhankelijk van de persoonlijke inzet en bijdrage van de bestuurder, er geen bonussen worden toegekend of uitgekeerd indien er sprake is van een (aanzienlijke) verslechtering van de financiële situatie van de onderneming. Met de invoering van art. 2:135 lid 6 en 8 BW is getracht deze beide doelen te verwezenlijken.
Art. 2:135 lid 7 BW kent een eigen geschiedenis en haar invoering heeft een andere reden. Deze ‘afroomregeling’ is in het leven geroepen met als doel bij te dragen aan een zuivere besluitvorming binnen de vennootschap bij een ‘corporate event’ door mogelijke tegenstrijdige belangen van de bestuurder tegen te gaan. Een onderliggende reden voor invoering van art. 2:135 lid 7 BW is verder voorkomen dat bestuurders kunnen ‘binnenlopen’ bij een overname op grond van hun aandelenbezit.1 Lid 7 is inmiddels alweer vervallen.
De wetgever lijkt bij zijn keuze voor een aanpassings- en terugvorderingsbevoegdheid geïnspireerd te zijn door de oplossingen zoals deze zijn bedacht in de Verenigde Staten en Duitsland. Om het eerste doel te bereiken is in de Verenigde Staten als reactie op de schandalen rond de millenniumwisseling onder meer een claw back-regeling ontworpen. De recente crisis heeft voor een voorstel ter aanvulling van deze bepaling gezorgd.2 Om tot het tweede doel te komen heeft Duitsland als reactie op de schandalen tijdens de Grote Depressie een aanpassingsbevoegdheid opgenomen in het Aktiengesetz. De bezoldigingspraktijken tijdens de financiële crisis hebben in Duitsland gezorgd voor een aanscherping van het huidige §87 AktG.3
Daarbij dient te worden opgemerkt dat Nederland al sinds 2004 een say-on-pay kent, een regeling die als reactie op de financiële crisis pas recent in de Verenigde Staten en Duitsland is ingevoerd.4 Het ziet er dan ook naar uit dat Nederland met de Verenigde Staten en Duitsland, wat de bezoldigingsregelgeving betreft, ‘stuivertje gewisseld’ heeft.
In het hiernavolgende zullen de Nederlandse aanpassings- en terugvorderingsbevoegdheid nader worden behandeld om te zien in hoeverre deze regelingen gelijkwaardig zijn aan de regelingen zoals opgenomen in de Verenigde Staten en Duitsland en in hoeverre deze bijdragen aan het bereiken van de twee beoogde doelstellingen. Daarnaast zal eveneens de inmiddels vervallen ‘corporate event’-regeling van art. 2:135 lid 7 BW onder de loep worden genomen.