Hoofdelijke aansprakelijkheid
Einde inhoudsopgave
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/3.1:3.1 Inleiding
Hoofdelijke aansprakelijkheid (O&R nr. 144) 2024/3.1
3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. drs. D.F.H. Stein, datum 01-09-2023
- Datum
01-09-2023
- Auteur
mr. drs. D.F.H. Stein
- JCDI
JCDI:ADS931096:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zoals in Hoofdstuk 1, par. 1.3, nr. 9, reeds opgemerkt, heb ik hierbij geen volledigheid nagestreefd.
Zie bijvoorbeeld Richtlijn 68/151/EEG en Richtlijn (EU) 2017/1132 en Verordening (EG) nr. 2157/2001.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
36. Algemeen. In dit hoofdstuk onderzoek ik in welke gevallen, en op welke wijze(n), hoofdelijke aansprakelijkheid voorkomt in het Unierecht. Dit hoofdstuk is van belang voor de analyse van de doorwerking van het Unierecht in het nationale recht (zie Hoofdstuk 4), maar heeft ook zelfstandig belang, namelijk het in kaart brengen van het geldende Unierecht vanuit het oogpunt van rechtseenheid en consistentie.
Bij de te bespreken verschijningsvormen van hoofdelijke aansprakelijkheid in het Unierecht1 heb ik ervoor gekozen om geen onderverdeling te maken per soort rechtsbron (bijvoorbeeld per richtlijn of verordening), maar per ‘thema’. De reden daarvoor is dat het Unierecht bijvoorbeeld op het gebied van het vennootschapsrecht regels geeft over het handelen namens een vennootschap of ander samenwerkingsverband in oprichting, terwijl die regels soms in een richtlijn zijn neergelegd, en soms in een verordening.2 Ook op het gebied van consumentenbeschermende productaansprakelijkheid zijn zowel hoofdelijkheidsregels te vinden in richtlijnen als in verordeningen.3 Een thematische indeling maakt het mogelijk die verschijningsvormen gezamenlijk te bespreken.
Ik bespreek achtereenvolgens enkele regels op het gebied van het vennootschapsrecht (par. 3.2.1), het arbeidsrecht (par. 3.2.2), productaansprakelijkheid (par. 3.2.3), het mededingingsrecht (par. 3.2.4) en het gegevensbeschermingsrecht (par. 3.2.5). Deze volgorde is gekozen omdat zij in grote lijnen aansluit bij de historische ontwikkeling van hoofdelijke aansprakelijkheid in het Unierecht en daarmee enig inzicht geeft in de lijnen waarlangs het Unierecht zich op dit gebied heeft ontwikkeld. Vervolgens analyseer ik de beginselen die aan de door mij besproken Unierechtelijke regels ten grondslag liggen (par. 3.3).
De regels uit richtlijnen die ik in dit hoofdstuk bespreek, zijn deels ook neergelegd in het nationale recht. Daarnaast dienen nationale wetten geregeld ter aanvulling op regels uit richtlijnen of verordeningen. Dergelijke nationale regels komen in dit hoofdstuk niet aan de orde; het Nederlandse recht bespreek ik in Hoofdstuk 4. Deze keuze brengt mee dat sommige van de regels die ik bespreek, rechtstreeks van invloed kunnen zijn op de rechtspositie van particulieren, en andere – in het bijzonder richtlijnbepalingen – slechts indirect. Hoewel ik bij de bespreking van richtlijnbepalingen soms gemakshalve spreek van de daardoor beoogde rechtsgevolgen voor particulieren, verlies ik niet uit het oog dat die rechtsgevolgen pas intreden na implementatie in het toepasselijke recht.