FED 2025/66
Geen halvering meerinbreng als gevolg van aangaan gemeenschap van goederen.
HR 21-03-2025, ECLI:NL:HR:2025:436, m.nt. prof. dr. A.E. de Leeuw
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 maart 2025
- Magistraten
Mrs. Kroeze, Tanja-van den Broek, Ter Heide, Salomons, Makkink
- Zaaknummer
24/02046
- Noot
prof. dr. A.E. de Leeuw
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD15216:1
- Vakgebied(en)
Personen- en familierecht / Familieprocesrecht
Personen- en familierecht / Relatievermogensrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:436, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑03‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1393, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 20‑12‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 26‑06‑2024
- Wetingang
Art. 1:94 lid 7 BW
Essentie
Geen halvering meerinbreng als gevolg van aangaan gemeenschap van goederen.
Samenvatting
Een man en een vrouw, op dat moment ongehuwd samenwonend, verkrijgen in 2017 een woning. De man heeft de gehele koopsom betaald, waardoor een vordering van hem op de vrouw ontstaat. De vrouw heeft daarentegen een groter deel van een gezamenlijke lening t.b.v. een verbouwing afgelost. Dit alles leidt tot vorderingen en schulden over en weer, aangezien beiden bij gelegenheid meer hebben bijgedragen c.q. ingebracht. In 2018 trouwen zij in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen en in 2023 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden. Het geschil betreft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.