Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies
Einde inhoudsopgave
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.2.4.3:3.2.4.3 Subjectieve vereisten artikel 245 L4
Faillissementspauliana, Insolvenzanfechtung & Transaction Avoidance in Insolvencies (R&P nr. InsR1) 2010/3.2.4.3
3.2.4.3 Subjectieve vereisten artikel 245 L4
Documentgegevens:
mr. R.J. de Weijs, datum 15-03-2010
- Datum
15-03-2010
- Auteur
mr. R.J. de Weijs
- JCDI
JCDI:ADS405715:1
- Vakgebied(en)
Rechtswetenschap / Algemeen
Insolventierecht / Faillissement
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Hierboven is reeds besproken dat artikel 245IA in principe geen subjectieve vereisten stelt. De mogelijk harde gevolgen ten aanzien van een wederpartij die te goeder trouw heeft gehandeld, worden ondervangen doordat artikel 245 IA bij een gemengde zekerheidsverschaffing voor zowel oud en nieuw krediet, de floating charge wel geldig laat zijn voor zover daadwerkelijk nieuwe waarde aan de schuldenaar is verstrekt. Daarbij dient bedacht te worden dat het ingrijpen de schuldenaar in beginsel niet in een slechtere positie brengt dan waar deze in zou hebben verkeerd indien de handeling, het vestigen van de floating charge, geheel achterwege was gelaten.
Hierboven is, bij de bespreking van de zogenoemde conduit pipe cases, echter geconstateerd dat artikel 245IA niet altijd geheel voorbij kan gaan aan de wetenschap en bedoelingen van partijen. Indien de schuldeiser krediet verschaft tegen het vestigen van een floating charge, terwijl deze schuldeiser weet dat het krediet in het geheel niet ter beschikking van de schuldenaar komt te staan, maar aangewend zal worden enkel ten behoeve van een derde, zal de floating charge sneuvelen. In deze beperkte groep van gevallen zal de kredietverstrekker wel degelijk slechter af zijn.