NJB 2026/252:Vordering benadeelde partij art. 51f Sv: het is de rechter die immateriële schade naar billijkheid begroot. Dat brengt mee dat de benadeelde partij zich met een vordering tot vergoeding van immateriële schade in het strafproces kan voegen, ook zonder dat zij de schade heeft begroot op een concreet bedrag. De Hoge Raad benoemt daarbij enkele randvoorwaarden. Schadevergoedingsmaatregel art. 36f Sr: deze kan door de rechter ook worden opgelegd als het slachtoffer zich niet met een vordering tot schadevergoeding als benadeelde partij in het strafproces heeft gevoegd, tenzij de rechter aanwijzingen heeft dat het slachtoffer geen prijs stelt op een schadevergoeding. Voor zover de rechter de schadevergoedingsmaatregel oplegt en niet ook een vordering van de benadeelde partij toewijst, omdat de benadeelde partij zich niet met een vordering in het strafproces heeft gevoegd of omdat er gronden zijn die in de weg staan aan toewijzing van die vordering die niet zien op de materiële verschuldigdheid van die vordering, zal uit de beslissing van de rechter moeten volgen waarom de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht. Oplegging van de schadevergoedingsmaatregel is niet mogelijk als de rechter over onvoldoende gegevens beschikt om te kunnen vaststellen dat de verdachte jegens het slachtoffer aansprakelijk is voor door het slachtoffer geleden schade, waaronder gegevens die bepalend zijn voor de aard en omvang van de geleden schade.