Einde inhoudsopgave
Sleutels voor personenvennootschapsrecht (IVOR nr. 102) 2017/2.3.2
2.3.2 Het rechtsbegrip ‘overeenkomst’
Chr.M. Stokkermans, datum 28-02-2017
- Datum
28-02-2017
- Auteur
Chr.M. Stokkermans
- JCDI
JCDI:ADS592780:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Algemeen
Voetnoten
Voetnoten
Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/8. In gelijke zin: Hijma & Olthof 2014/453.
Hartkamp 2005, nr. 354; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-III 2014/7, 21 en 23 e.v.; De Vries 2016/6.
Snijders 1999, p. 560.
Cahen 1975, p. 36/37.
Zie bijvoorbeeld HR 2 september 2011, JOR 2011/361, NJ 2012/75(Dierenartsenpraktijk Asten). Van der Kaap 2012 spreekt van: maatschap zonder contract.
Kortmann 1993, p. 22.
HR 29 mei 1998, NJ 1999/98(Mooijman/Netjes), waarover Van Laarhoven 2006, p. 88 met verwijzingen naar Schoordijk en Smits.
A-G Bakels, conclusie voor HR 1 maart 2002, ECLI:NL:HR:2002:AD8169(Trimoteur/ KDE).
Dit is ook de betekenis van ‘overeenkomst’ in art. 7A:1661 BW.
Ontwerp-Van der Grinten, art. 7.13.1.1.
Zie de art. 7A:1657-1660, 1661 en 1683 e.v. BW.
Asser/Maeijer 5-V 1995/28. Deze omschrijving wijkt af van die van art. 7A:1655 BW, maar wordt breed gedragen. Vgl. de omschrijving van Mohr/Meijers 2013, § 1.2, p. 5 die meer eenzijdig de nadruk legt op het aspect rechtsverhouding.
Ontwerp-Maeijer, art. 800 lid 1; Werkgroep-Van Olffen 2016, concept-wetsvoorstel, art. 1 lid 1.
Uit de wettelijke omschrijving van het begrip ‘maatschap’ volgt dat het een (bepaald type) overeenkomst betreft. Wat voor type overeenkomst wordt hier bedoeld? Alvorens specifiek op deze vraag in te gaan, is het nuttig om enkele algemene opmerkingen te maken over het rechtsbegrip ‘overeenkomst’. Hartkamp en Sieburgh geven de volgende omschrijving:1
“Een overeenkomst is, kort gezegd, een rechtshandeling, tot stand gekomen door de overeenstemmende en onderling afhankelijke wilsverklaringen van twee of meer partijen, gericht op het teweegbrengen van rechtsgevolg ten behoeve van een van de partijen en ten laste van de andere partij, of ten behoeve en ten laste van beide (alle) partijen over en weer.”
In deze omschrijving wordt ‘overeenkomst’ opgevat als een bepaald type rechtshandeling. Dit omvat de obligatoire overeenkomst,2 maar ook de niet-obligatoire overeenkomst,3 zoals de familierechtelijke, de procesrechtelijke, de publiekrechtelijke, de bevrijdende en de goederenrechtelijke overeenkomst. Onder de niet-obligatoire overeenkomsten vallen ook de beheersovereenkomst (art. 3:168 BW) en de overeenkomst waarbij tot een gemeenschap behorende goederen worden ‘overgeheveld’ naar een tussen dezelfde deelgenoten bestaande andere gemeenschap. Ook de zuivere optieovereenkomst is een niet-obligatoire overeenkomst. Een optiebeding schept immers een bevoegdheid (een wilsrecht),4 niet een verbintenis.
Daarnaast wordt met ‘overeenkomst’ gedoeld op de contractuele rechtsverhouding die met een daartoe strekkende rechtshandeling in het leven is geroepen. Van een overeenkomst in deze zin wordt ook gesproken, als uit een feitenbestand (materiële kenmerken) kan worden afgeleid dat partijen zich jegens elkaar hebben verbonden, bijvoorbeeld tot het aangaan van een arbeidsovereenkomst, zonder dat een specifieke rechtshandeling kan worden aangewezen waarbij dit zou zijn gebeurd.5 De op contractsluiting gerichte wilsverklaringen6 worden in zo’n geval uit het feitenbestand afgeleid.7 Het begrip overeenkomst in de zin van contractuele rechtsverhouding is aan de orde als men de obligatie een overeenkomst van geldlening noemt.8 Partijen kunnen een huurovereenkomst of een optieovereenkomst niet alleen aangaan, maar ook hebben. Het hebben van een overeenkomst duidt op een contractuele rechtsverhouding, dat wil zeggen een rechtsverhouding die door het overeenkomstenrecht wordt geregeerd.
De grens tussen een contractuele en een niet-contractuele rechtsverhouding kan niet altijd scherp getrokken worden. Denk bijvoorbeeld aan de samenwerking tussen Netjes die villa’s bouwde en Mooijman die daar dan telkens een serre aanbouwde. Toen Netjes eens ondeugdelijke bouwkundige aanpassingen had uitgevoerd waardoor Mooijman zijn werk niet kon verrichten, leverde dat volgens de Hoge Raad een onrechtmatige daad van Netjes jegens Mooiman op. Volgens Schoordijk en Smits had het in deze zaak meer voor de hand gelegen een overeenkomst tussen aannemer en serrebouwer aan te nemen,9 maar voor het rechtsgevolg hoeft dat niet uit te maken. Zoals Bakels heeft gezegd: contract of niet, de kern van de beslissing in het arrest Mooijman/Netjes is de bescherming van gerechtvaardigd vertrouwen.10
Hoe past de maatschap in dit beeld? Bij de maatschap als ‘overeenkomst’ gaat het om de dubbele betekenis van het woord. De betekenis van het ‘zich verbinden’ komt naar voren in artikel 7A:1655 BW:11“Maatschap is eene overeenkomst, waarbij twee of meerdere personen zich verbinden om iets in gemeenschap te brengen, met het oogmerk om het daaruit ontstaande voordeel met elkander te delen.” In deze omschrijving staat het aangaan van de overeenkomst, de rechtshandeling, centraal. Ook in de omschrijving van ‘vennootschap’ in het Ontwerp-Van der Grinten staat het “zich verbinden” centraal.12 Maatschap in de betekenis van contractuele rechtsverhouding komt in verschillende wetsbepalingen naar voren.13 De Hoge Raad spreekt van de VOF als een bij overeenkomst aangegane rechtsverhouding.14
Beide betekenissen komen samen in de omschrijvingen die in de literatuur worden gegeven: vennootschap is een overeenkomst tot samenwerking tussen twee of meer personen (de vennoten) gericht op het behalen van vermogensrechtelijk voordeel ten behoeve van alle vennoten, zulks door middel van inbreng van ieder der vennoten.15 Ook het Ontwerp-Maeijer en de werkgroep-Van Olffen omschrijven ‘vennootschap’ als een bepaald type overeenkomst van samenwerking, op een zodanige manier dat in die omschrijving zowel het zich verbinden als de contractuele rechtsverhouding besloten ligt.16Ik vind dit een conceptuele verbetering ten opzichte van de huidige wettekst.
De maatschapsovereenkomst is een overeenkomst met veel obligatoire elementen, zoals de inbrengverplichting en de verplichting tot samenwerking. Er liggen ook niet-obligatoire elementen in besloten, waaronder de vaststelling van ieders aandeel in het vennootschapsvermogen, afspraken omtrent interne besluitvorming, een beheersregeling ten aanzien van het gemeenschappelijke vermogen en afspraken omtrent externe vertegenwoordiging (volmacht).