V-N 2026/18.16
Rechtbank hanteerde onjuiste bewijslastverdeling bij beoordeling tijdige indiening e-mailbezwaar
HR 10-04-2026, ECLI:NL:HR:2026:570, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
10 april 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
25/02834
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD102229:1
- Vakgebied(en)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal bestuursrecht / Bezwaarfase
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:570, Uitspraak, Hoge Raad, 10‑04‑2026
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank is uitgegaan van een onjuiste verdeling van de bewijslast bij de beoordeling van de tijdige indiening van een per e-mail ingediend bezwaarschrift.
Samenvatting
X maakt per e-mail bezwaar tegen een WOZ-beschikking. In geschil is of dit bezwaar tijdig is ingediend.
De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank is uitgegaan van een onjuiste verdeling van de bewijslast bij de beoordeling van de tijdige indiening van een per e-mail ingediend bezwaarschrift. Verzending per e-mail valt onder elektronisch berichtenverkeer als bedoeld in afdeling 2.3 Awb. Op grond van art. 2:17 lid ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.