Einde inhoudsopgave
De strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting in Nederland (SteR nr. 39) 2018/1.4
1.4 Wetenschappelijke en praktische relevantie
mr. drs. S.M.A. Lestrade, datum 01-01-2018
- Datum
01-01-2018
- Auteur
mr. drs. S.M.A. Lestrade
- JCDI
JCDI:ADS392097:1
- Vakgebied(en)
Bijzonder strafrecht / Economisch strafrecht
Voetnoten
Voetnoten
Zie voor een overzicht van onderzoeken en publicaties in verschillende delen van de wereld over diverse jaren: Laczko & Gozdziak 2005. Zie ook Krieg 2014, p. 25.
Zie bijvoorbeeld Scarpa 2008, Gallagher 2010, Pérez Cepeda & Sánchez 2014 en Jansson 2015.
Zie bijvoorbeeld Obokata 2006, Holmes 2010, Brysk & Choi-Fitzpatrick 2012 en Stoyanova 2017.
Veelgebruikt zijn de diverse onderzoeken van Kevin Bales en Jean Allain die aan het thema zijn gewijd. Zie onder meer Bales 2000, Bales, Trodd & Williamson 2009 en Allain 2012 en 2014.
Zie bijvoorbeeld Wylie & McRedmond 2010, Shelley 2010 en Wylie 2016.
Zie bijvoorbeeld Vermeulen, Van Damme & De Bondt 2010 en Okubo & Shelley 2011.
Zie bijvoorbeeld Andrijasevic 2010, Ollus 2016 (in Finland), Rijken 2016.
Zie bijvoorbeeld Segrave, Milivojevic & Pickering 2009 (in internationale context) en Viuhko & Jokinen 2009 (in Finland), Elliot 2015 (over de rol van consent bij mensenhandel), Viuhko, Lietonen, Jokinen & Joutsen 2016 (over de link tussen schijnhuwelijken en mensenhandel in Estland, Ierland, Letland, Litouwen en Slowakije).
Zie bijvoorbeeld Rijken 2003.
Zie bijvoorbeeld Jokinen, Ollus & Aromaa 2011 (arbeidsuitbuiting in Finland, Polen en Estland), Rijken 2011 (arbeidsuitbuiting in Oostenrijk, Nederland, Roemenië, Servië en \ Spanje) en de ‘EU Study on case-law relating to trafficking in human beings for labour exploitation’ in 2015 (arbeidsuitbuiting in de 28 EU-lidstaten). Te vinden op http://ec.europa.eu/anti-trafficking/node/4923.
Zie bijvoorbeeld onderzoeken naar de op seksuele uitbuiting gerichte mensenhandel: Otten 2006, Beijer 2010, Wilthagen 2014. Naar het slachtofferperspectief: Staring 2012, Rijken, Van Dijk & Klerx-Van Mierlo 2013. Naar arbeidsuitbuiting: Van der Leun & Vervoorn 2004. Naar orgaanhandel: Ambagtsheer 2017. Een handboek voor de praktijk betreft: Ten Kate 2013.
Haveman 1998.
Rijken 2003.
Alink & Wiarda 2010.
De eerste tot en met de tiende rapportage van BNRM zijn verschenen in 2002, 2003, 2004, 2005, 2007, 2008, 2009, 2010, 2013 en 2017. Zie voor een jurisprudentieanalyse BNRM 2012.
Zie ook Van der Leun & Vervoorn 2004, p. 1 en Laczko 2005, p. 9.
Zie in dit kader ook Vermeulen 2010, p. 173.
De toenemende publieke en politieke belangstelling voor mensenhandel heeft ook geleid tot een groeiende wetenschappelijke interesse. Er zijn ontelbaar veel onderzoeken die zich richten op dit thema.1 Zo zijn er op internationaal en Europees niveau publicaties die betrekking hebben op de internationale en Europese anti-mensenhandel wetgeving,2 mensenhandel en mensenrechten,3 de historische en moderne slavernij,4 de oorzaken en gevolgen van mensenhandel,5 mensenhandel en georganiseerde misdaad,6 mensenhandel en migratiebeleid,7 mensenhandel gericht op seksuele uitbuiting,8 mensenhandel en vervolgingsbeleid9 en ten slotte, maar duidelijk in mindere mate, onderzoeken naar de mensenhandel gericht op arbeidsuitbuiting.10 Binnen Nederland hebben eveneens tal van onderzoeken plaatsgevonden.11 Belangrijke werken zijn de dissertatie van Roelof Haveman uit 1998 over vrouwenhandel,12 de dissertatie van Conny Rijken over de vervolging van mensenhandel vanuit Europees perspectief13 en de studie van Alink en Wiarda naar de materieelrechtelijke aspecten van mensenhandel in Nederland in 2010.14 Bovendien brengt de Nationaal Rapporteur Mensenhandel bijna jaarlijks de situatie van mensenhandel in Nederland in kaart.15
Wat voegt deze dissertatie dan toe aan de andere studies? Allereerst is dit onderzoek gericht op arbeidsuitbuiting. De aandacht was tot dusver voornamelijk gericht op seksuele uitbuiting.16 Dit betreft voorts een materieelstrafrechtelijk onderzoek naar de delictsbepaling in Nederland. Niet alleen wordt bezien of Nederland voldoet aan de internationale verplichting tot strafbaarstelling van mensenhandel, maar ook of deze strafbaarstelling eigenlijk wel verenigbaar is met regulerende strafrechtbeginselen. Een dergelijke toetsing werpt nieuw licht op de wetsbepaling. Het biedt breder inzicht in grenzen, mogelijkheden en bezwaren rondom de delictsomschrijving. Uiteindelijk kan daardoor beter worden beoordeeld of kwalijke situaties nu onder de (juiste) strafbaarstelling vallen en tegelijkertijd acceptabele praktijken niet worden gecriminaliseerd. De mensenhandelbepaling dient de economische handel tussen mensen of de arbeidsparticipatie dan wel -migratie van mensen niet onnodig te blokkeren.17 Door te toetsen aan twee kaders, de internationale verplichtingen én de strafrechtbeginselen, wordt voorzien in een meerzijdig oordeel hierover.
Voor de praktijk biedt de uitgebreide analyse van het delict in hoofdstuk 2 meer handvatten omtrent de betekenis van de strafbaarstelling in artikel 273f Sr.
Het onderzoek sluit af met aanbevelingen op internationaal en nationaal niveau voor zowel de Nederlandse wetgever als de rechterlijke macht omtrent de vormgeving en interpretatie van de strafbaarstelling van arbeidsuitbuiting.