Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW
Einde inhoudsopgave
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.10.3:9.3.10.3 Een afhankelijke 403-vordering en een afhankelijk wilsrecht
Toepassing en rechtskarakter van de groepsvrijstelling van artikel 2:403 BW (VDHI nr. 171) 2022/9.3.10.3
9.3.10.3 Een afhankelijke 403-vordering en een afhankelijk wilsrecht
Documentgegevens:
mr. dr. J. van der Kraan, datum 01-01-2022
- Datum
01-01-2022
- Auteur
mr. dr. J. van der Kraan
- JCDI
JCDI:ADS648913:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Jaarrekeningenrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie HR 28 juni 2002, NJ 2002, 447 r.o. 3.4.5 (Akzo Nobel/ING) m.nt. Maeijer. Bartman, heeft ervoor gepleit om de 403-vordering als een afhankelijk recht te kwalificeren; Bartman 2004, p. 48-52. Volgens Bartman kan de 403-vordering niet zonder de hoofdvordering bestaan. Zie eveneens kritisch over het oordeel van de Hoge Raad dat de 403-vordering geen afhankelijk recht is: De Neve 2002.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Wanneer het wilsrecht is uitgeoefend, is ook met toepassing van de wilsrechttheorie sprake van twee zelfstandige vorderingsrechten. Om de hoofdvordering en de 403-vordering bij elkaar te houden, zou sprake moeten zijn van afhankelijkheid. De 403-vordering dient de hoofdvordering te volgen. Daarvoor zou nodig zijn dat de Hoge Raad terugkomt van zijn eerdere zienswijze. Ten aanzien van de afhankelijkheid van een 403-vordering heeft de Hoge Raad nadrukkelijk bepaald dat er geen sprake is van een afhankelijk recht:1
“Nu een eenzijdige verklaring van hoofdelijke aansprakelijkheid niet een afhankelijk recht in het leven roept, getuigt het oordeel van de Ondernemingskamer dat het recht dat de contractant verkrijgt jegens de moedermaatschappij, een afhankelijk recht – als bedoeld in de artikelen 3:7 en 3:82 BW – is, van een onjuiste rechtsopvatting.”
Het wilsrecht lijkt de hoofdvordering niet te hoeven volgen. Afhankelijkheid is niet nodig. De cessionaris die een vordering op de vrijgestelde rechtspersoon verkrijgt, kan zelfstandig een beroep doen op de 403-verklaring en de consoliderende rechtspersoon op grond daarvan aanspreken. De cedent verlies zijn wilsrecht.