Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.2:4.3.2 Vier pijlers
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.2
4.3.2 Vier pijlers
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Zie De Streel 2013
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het huidige Europees economisch bestuur is gebaseerd op een viertal pijlers.1 Ten eerste het begrotingstoezicht dat van toepassing is op alle lidstaten. Dit toezicht heeft tot doel om budgettaire onevenwichtigheden te voorkomen en waar nodig te corrigeren en bestaat uit een preventieve en correctieve fase. Voor de eurolanden geldt een verscherpt regime door de mogelijkheid van het opleggen van sancties in beide fases. De tweede pijler betreft het macro-economisch toezicht en is van toepassing op alle lidstaten. Het toezicht bestaat uit een preventief en correctief deel en heeft als doel om overloopeffecten tussen de lidstaten te voorkomen. In deze procedure kunnen, in de correctieve fase, ook sancties worden opgelegd. Deze zijn alleen van toepassing op de eurolanden. De derde pijler betreft de coördinatie van het economisch beleid en is van toepassing op alle lidstaten. Coördinatie vindt plaats door middel van soft law en heeft tot doel om economische convergentie te bereiken tussen de lidstaten. De vierde pijler betreft de conditionele financiële solidariteit tussen de lidstaten met als doel het kunnen garanderen van de stabiliteit van de eurozone.
De eerste drie pijlers worden gecoördineerd in het kader van het Europees Semester. In deze jaarlijks terugkerende beleidscyclus wordt toezicht uitgeoefend op het budgettair en economisch beleid van de lidstaten. Het Europees Semester bestaat uit twee fases en mondt uit in landenspecifieke aanbevelingen. Dit semester loopt van november tot en met juli van het volgende jaar. Hierna begint het zogenoemde nationaal semester. De nationale lidstaten hebben van juli tot januari de tijd om de landenspecifieke aanbevelingen voor het economisch en budgettair beleid te verwerken in hun begroting en de begroting volgens nationale procedures vast te stellen. In het geval de lidstaat financiële problemen ondervindt komt de lidstaat in de vierde pijler terecht: dit betekent dat de lidstaat onder verscherpt toezicht komt te staan.
Achtereenvolgens wordt het Europees Semester, het nationaal semester en het kader van het verscherpt toezicht in het geval de lidstaat financiële assistentie ontvangt besproken. Hierbij wordt speciaal aandacht besteed aan de procedurele en inhoudelijke verplichtingen die hieruit volgen voor de lidstaten, de besluitvormingsprocedures, de betrokkenheid van het Europees Parlement en de betrokkenheid van nationale actoren, waaronder ook de nationale parlementen.