Het budgetrecht van het Nederlandse parlement
Einde inhoudsopgave
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.1:4.3.1 Inleiding
Het budgetrecht van het Nederlandse parlement 2017/4.3.1
4.3.1 Inleiding
Documentgegevens:
mr. M. Diamant, datum 01-09-2017
- Datum
01-09-2017
- Auteur
mr. M. Diamant
- Vakgebied(en)
Staatsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In deze paragraaf zal het Europees economisch en budgettair toezicht in meer detail worden toegelicht. Daarbij ligt de nadruk op de inhoud van de regels en wijze waarop toezicht wordt gehouden op de economische en budgettaire situatie in de lidstaten alsook op de verplichtingen die hieruit voortvloeien voor de lidstaten. Eerst zal stilgestaan worden bij de vier pijlers waaruit dit toezicht bestaat (paragraaf 4.3.2). Vervolgens zal uitgebreid in worden gegaan op de procedure van het Europees Semester die het toezicht op de eerste drie pijlers bijeenbrengt (paragraaf 4.3.3). Het Europees Semester mondt uit in landenspecifieke aanbevelingen waar de lidstaten vervolgens rekening mee moeten houden bij het formuleren van hun nationale beleid. Doel hiervan is om een bepaalde mate van convergentie te bereiken doordat het nationale beleid van de lidstaten af wordt gestemd op de EU-brede doelen. Deze afstemming vindt plaats in het tweede deel van het jaar, het nationale semester. De verplichtingen die volgen uit het nationale semester voor de lidstaten worden in paragraaf 4.3.4 besproken. Vervolgens wordt stilgestaan bij de gevolgen van dit toezicht: het ontstaan van een doorgaande cyclus van toezicht en evaluaties (paragraaf 4.3.5). De laatste pijler, het verscherpte toezicht op de economische en budgettaire situatie van de lidstaten in het geval de lidstaten (dreigen) financiële moeilijkheden (te) ondervinden of financiële assistentie ontvangen, wordt besproken in paragraaf 4.3.6. De wijze waarop het toezicht plaatsvindt in het Europees economisch bestuur en de gevolgen die de hieruit voorvloeiende regels (kunnen) hebben voor de nationale lidstaten duidt echter op een ‘verantwoordingsgat’ omdat zowel het Europees Parlement als de nationale parlementen onvoldoende betrokken zijn bij de controle op de besluitvorming in het Europees economisch bestuur. Dit wordt nader bezien in paragraaf 4.3.7. Deze paragraaf wordt afgesloten met een conclusie (paragraaf 4.3.8).