Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming
Einde inhoudsopgave
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/7.1:7.1 Inleiding
Platformisering, algoritmisering en sociale bescherming (MSR nr. 78) 2021/7.1
7.1 Inleiding
Documentgegevens:
Inge Graef & Jasper van den Boom, datum 01-05-2021
- Datum
01-05-2021
- Auteur
Inge Graef & Jasper van den Boom
- JCDI
JCDI:ADS288464:1
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Algemeen
Sociale zekerheid algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Binnen het thema platformisering van arbeid, waarop dit boek zich richt, analyseert dit hoofdstuk welke rol het mededingingsrecht kan spelen om de sociale bescherming van platformwerkers te waarborgen. Platforms hebben ons grote maatschappelijke voordelen gebracht. Grensoverschrijdende handel is gemakkelijker, waardoor de economische groei toeneemt: consumenten profiteren door de komst van aanbieders als Uber en Deliveroo van meer keuze in diensten, en voor bedrijven en zelfstandigen is de drempel om zelf producten en diensten aan te bieden lager dan voorheen, doordat platforms als schakel naar consumenten fungeren. Inmiddels is het echter duidelijk dat de opkomst van platforms ook nadelige neveneffecten heeft.
Op zichzelf is sociale bescherming geen doel van het mededingingsrecht. Door het bevorderen van concurrentie kan mededingingshandhaving echter leiden tot uitkomsten op de markt die ook andere beleidsdoelen, waaronder de sociale bescherming van werkenden helpt te bereiken. Zo kan het mededingingsrecht ingezet worden om uitbuiting van platformwerkers door een onderneming met een economische machtspositie tegen te gaan. Daarnaast beschermt het mededingingsrecht de concurrentie op de markt, zodat platformwerkers eventueel van opdrachtgever kunnen wisselen. Aan de andere kant kunnen platformwerkers die als zelfstandigen worden aangemerkt ook beperkt worden door het mededingingsrecht, bijvoorbeeld in hun recht collectief te onderhandelen.
De centrale onderzoeksvraag in dit hoofdstuk is in hoeverre het mededingingsrecht een vloek dan wel een zegen is voor de sociale bescherming van platformwerkers. De focus ligt hierbij op de toepassing van het Europese mededingingsrecht op de Nederlandse situatie voor platformwerkers. Paragraaf 7.2 bekijkt de positie van platformwerkers vanuit het perspectief van het kartelverbod uit art. 101 Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), waarna paragraaf 7.3 zich richt op de toepassing van het verbod op misbruik van machtpositie uit art. 102 VWEU. Zoals toegelicht in paragraaf 7.4, laat de analyse zien dat belangrijke vragen over de verhouding van platformwerkers tot het mededingingsrecht nog niet helemaal beantwoord zijn, maar dat er ruimte is de mededingingsregels te interpreteren op een manier die ook belangen gerelateerd aan sociale bescherming bevordert.