Einde inhoudsopgave
Omzetting als rechtsvormwijziging (IVOR nr. 70) 2010/5.2.4.3
5.2.4.3 Rechtsvormwijziging geregeld (categorie 1)
Mr. B. Snijder-Kuipers, datum 20-01-2010
- Datum
20-01-2010
- Auteur
Mr. B. Snijder-Kuipers
- JCDI
JCDI:ADS501405:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
Voetnoten
Voetnoten
Zie noot van C.E. du Perron bij HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493(DSM/Fox) en J.H. Nieuwenhuis, 'Tekst en tijd. Het belang van het voortschrijden van de tijd bij uitleg van juridische teksten', WPNR 2007-6709, p. 379.
F.W. Grosheide, 'Lees maar: er staat wat er staat', WPNR 2001-6248, p. 11.
Tenderend richting cao-norm.
Een consument dient meer beschermd te worden dan een professionele partij aangezien een consument tot allerlei overeenkomsten wordt gedwongen terwijl een ondernemer/professionele partij daartoe meer vrijheid heeft en dus minder bescherming behoeft.
Artikel 6:238 lid 2 BW
Artikel 6:236 en 237 BW
R.P.J.L. Tjittes, 'Uitleg van schriftelijke contracten', RMThemis 2005-1, p. 21-22 en de daar vermelde Jurisprudentie.
F.W. Grosheide, 'Lees maar: er staat wat er staat', WPNR 2001-6248, p. 5-13.
HR 19 januari 2007, JOR 207,166 (Meyer Europe/Pontmeyer).
R.P.J.L. Tjittes, 'Terug naar de tekst. Een herwaardering van de tekstuele uitleg van contracten', WPNR 2007-6709, p. 420.
Professionele partijen hebben ook behoefte aan een tekstuele uitleg vanwege de rechtszekerheid. Dat uit zich bijvoorbeeld door het opnemen van clausules als: `no oral modification clause' en de 'entire agreement clause'. Dergelijke clausules dienen zoveel mogelijk zeker te stellen dat de tekst van de overeenkomst uitsluitend de bedoeling van partijen weergeeft. Aan deze clausules kunnen dan ook weer bepalingen worden gekoppeld, bijvoorbeeld geen rechtsverwerking indien wel eenmaal of enkele keren een mondelinge afwijking van de overeenkomst wordt afgesproken. Zo wordt getracht procedures over de uitleg van overeenkomsten te voorkomen.
Zie 1.1.
HR 23 juni 1989, NI 1991, 673.
Zie ook P. van Schilfgaarde, 'lus vigilantibus scriptum', WPNR 2001-6428, p. 25: Het recht is er om de burgers van dienst te zijn maar de burgers blijven zelf verantwoordelijk.
Artikel 6:2 lid 2 en 6:248 lid 2 BW, zie hierna onder 5.2.5.
Een ieder die een overeenkomst van welke aard dan ook sluit met een rechtspersoon moet er rekening mee houden dat deze rechtspersoon zijn statuten kan wijzigen en dan ook van rechtsvorm kan wijzigen omdat de wet die mogelijkheid biedt. Indien dat ongewenst is, kan voor die situatie in de overeenkomst een voorziening worden opgenomen.
In onze taalcultuur is en blijft de tekst van de overeenkomst uitgangspunt en leidend. Tekst dient wel altijd in een context (tijd en plaats) geplaatst te worden.1 Indien de tekst van de overeenkomst voor één uitleg vatbaar is dan wordt die uitleg in beginsel gevolgd. Dit vindt haar begrenzing daar waar duidelijk van een gemeenschappelijke partijbedoeling blijkt die afwijkt van de tekstuele uitleg. Een andere begrenzing is daar waar tekstuele uitleg leidt tot een onredelijk resultaat (beperkende werking van redelijkheid en billijkheid).
Het Haviltex-criterium geldt altijd vanwege de noodzakelijke uitleg.2 In contracten kan zelfs opgenomen wordt dat deze tekstueel uitgelegd moet worden. Een dergelijke clausule komt vooral in commerciële contracten voor. De kans dat een regeling getroffen is voor rechtsvormwijziging in een overeenkomst is geringer bij niet-commerciële contracten dan bij commerciële contracten. Zelfs bij commerciële contracten, opgesteld door juridische adviseurs, is veelal geen regeling voor rechtsvormwijziging opgenomen. Indien uit de tekst de gemeenschappelijke partijbedoeling blijkt, wordt de tekst gevolgd. Voor zover de gemeenschappelijke partijbedoeling niet duidelijk is of blijkt, dient aan de hand van uitleg op basis van het Haviltex-criterium de overeenkomst uitgelegd te worden. Voor commerciële contracten geldt eerder een wat objectievere partijbedoeling.3
Er is slechts één rechtsregel met betrekking tot uitleg. Voor consumentencontracten4 geldt de contra-proferentem-regel5 met betrekking tot de in de wet genoemde bepalingen6 opgenomen in algemene voorwaarden. Bij commerciële partijen dient toepassing van het contra-proferentem beginsel achterwege te blijven.7 Het gaat bij deze uitlegregel om eenzijdig opgestelde bedingen. In die gevallen geldt dat bij twijfel over de uitleg de voor de wederpartij/consument gunstigste uitleg prevaleert. Bij rechtsvormwijziging is van een eenzijdig opgesteld beding geen sprake.
Grosheide pleit voor een aanpak waarin de tekst voorop staat, vooral voor commerciële contracten die zijn gesloten tussen professionele partijen onder deskundige (juridische) begeleiding.8 Dit uitgangspunt dient ook voor niet-commerciële contracten als uitgangspunt genomen te worden aangezien tekst uitgangspunt is voor uitleg.
Uitgangspunt is dat in commerciële contracten9 woorden wel degelijk duidelijk zijn en leidend bij de uitleg van het contract.10 Uiteraard worden aan contractspartijen die zich hebben laten adviseren bij het opstellen van een contract door juristen hogere eisen aan de bewoordingen van het contract gesteld dan indien particulieren zelf teksten hebben opgesteld. Aan juridische terminologie opgesteld door juristen mag de betekenis die aan die begrippen gewoonlijk door juristen wordt toegekend, aangenomen worden.11 Verklaringen en gedragingen van partijen vervullen een essentiële rol bij de uitleg van de overeenkomst. Als door verklaringen van partijen over en weer vaststaat dat partijen een bepaalde betekenis toekennen aan een bepaling uit het contract, wordt die betekenis gevolgd. Daarnaast kan het gedrag van partijen een rol spelen. Door gedrag kan van een bepaalde betekenis van een contractsbepaling worden uitgegaan. Dat gedrag bepaalt dan de uitleg van de bepaling uit de overeenkomst.
Toch zal het niet altijd eenvoudig zijn via uitleg vast te stellen of rechtsvormwijziging geregeld is of niet. Ik noem een aantal varianten.
Er is een regeling getroffen voor (alle) varianten van rechtsvormwijziging als bedoeld in artikel 2:18 BW
Deze tekst is duidelijk. Uitgangspunt is dat de tekst doorslaggevend is voor alle denkbare of de expliciet genoemde varianten van rechtsvormwijziging.
Er is een regeling getroffen voor rechtsvormwijziging als bedoeld in artikel 2:18 BW
Door uitleg dient vastgesteld te worden of bedoeld is alle varianten van rechts-vormwijziging.
Er is een regeling getroffen voor omzetting.
Indien een regeling is getroffen voor omzetting, wordt door uitleg vastgesteld of hiermee rechtsvormwijziging als bedoeld in artikel 2:18 BW bedoeld is of dat wellicht gedoeld wordt op omzetting op een andere wijze, bijvoorbeeld inbreng van een eenmanszaak in een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.12 Indien rechtsvormwijziging als bedoeld in artikel 2:18 BW bedoeld is, is de tekst duidelijk. Indien een andere wijze van rechtsvormwijziging door uitleg wordt vastgesteld, valt rechtsvormwijziging als bedoeld in artikel 2:18 BW onder categorie 2 en wordt rechtsvormwijziging als bedoeld in artikel 2:18 BW geacht niet geregeld te zijn. Deze onduidelijkheid zou weggenomen kunnen worden indien mijn voorstel gevolgd wordt door de term `omzetting' als bedoeld in artikel 2:18 BW te vervangen door rechtsvormwijziging.
Ik meen dat grote terughoudendheid betracht moet worden met het aannemen van het niet van toepassing zijn van dan wel het verbinden van andere rechtsgevolgen (op grond van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid) dan volgt uit de tekst van de overeenkomst ten gevolge van rechtsvormwijziging.13 Het Haviltex-criterium is niet bedoeld voor een contractspartij om onder een overeenkomst uit te komen.14 Een contractspartij die na rechtsvormwijziging niet meer kan voldoen aan verplichtingen voortvloeiend uit een overeenkomst dient voor die rechtshandeling met medewerking van de wederpartij bij de overeenkomst de gesloten overeenkomst te wijzigingen.
Indien in de overeenkomst rechtsvormwijziging is geregeld, worden de volgende drie stappen gevolgd:
De gemeenschappelijke partijbedoeling staat voorop.
Voor zover de gemeenschappelijke partijbedoeling onduidelijk is, wordt aan de hand van uitleg op basis van het Haviltex-criterium de partijbedoeling achterhaald.
Onder omstandigheden kan de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid15 inbreuk maken op de partijbedoeling.