Recht, plicht, remedie
Einde inhoudsopgave
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/2.6:2.6 Conclusie
Recht, plicht, remedie (R&P nr. CA25) 2022/2.6
2.6 Conclusie
Documentgegevens:
W.Th. Nuninga, datum 23-06-2022
- Datum
23-06-2022
- Auteur
W.Th. Nuninga
- JCDI
JCDI:ADS657451:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Remedies zijn er in alle soorten en maten. In het algemeen kan niet meer worden gezegd dan dat het een juridisch instrument is dat aan een gerechtigde ter beschikking wordt gesteld om te reageren op dreigend of reeds gepleegd onrecht. Dat instrument is niet identiek aan de rechten en plichten die het materiële recht rijk is, maar neemt in de moderne benadering een eigen plek in. Dat roept de vraag op ten behoeve waarvan het instrument ingezet kan worden.
In de civielrechtelijke theoretische literatuur zijn er verschillende benaderingen ontwikkeld die allemaal een andere rol van het remedierecht suggereren. De meest bekende benadering is die waarin het aansprakelijkheidsrecht er vooral toe strekt om schade te voorkomen of weg te nemen. In die benadering wordt het doel van de remedie te eenzijdig: niet alle remedies reageren altijd op dreigende of reeds voorgevallen schade. Een andere benadering is dat het aansprakelijkheidsrecht er vooral is om naleving van het recht te bewerkstelligen. In die instrumentalistische visie is meer ruimte voor de gedachte dat niet alle normen draaien om schade, maar wordt de remedie een instrument dat vooral ingezet wordt om een hoger doel dan de geschilbeslechting te bereiken. Het is de vraag of deze benadering strookt met de uitgangspunten van het privaatrecht, dat een gerechtigde de keuze geeft al dan niet voor haar eigen belangen op te komen, maar werkt in ieder geval materiële rechtsonzekerheid in de hand. Het risico ontstaat immers dat, omwille van de effectieve handhaving, een toevallige eiser méér krijgt toegewezen dan haar toekomt en dat een ongelukkige gedaagde tot veel meer wordt veroordeeld dan op basis van het materiële recht kan worden gerechtvaardigd.
Een meer interne benadering, waarbij de rechtvaardiging van de remedie meer wordt gezocht in de verhouding tussen partijen heeft dan ook meer te bieden. Daarbij is het van belang om niet de afslag te nemen naar de volstrekte abstractie dat iedere schadevergoeding in feite het monetaire equivalent van het geschonden recht is. Hoewel die gedachte in abstracto aantrekkelijk kan klinken, roept doorvoering ervan al snel de vraag op of we niet beter zouden kunnen werken met forfaitaire boetes op onrechtmatig gedrag. Dat strookt niet met het geldende recht en er lijkt ook weinig voor te zeggen dat pad in te gaan. Meer heil kan worden verwacht van een benadering waarin de nadruk wordt gelegd op de normatieve redenen die aan de norm ten grondslag liggen en die partijen met elkaar verbinden. Door steeds te vragen waarom deze verplichte jegens deze gerechtigde naleving van deze plicht verschuldigd is of was, wordt vaak eenvoudig duidelijk welke remedie past bij een concreet geval van dreigend of voorgevallen onrecht.
Die zoektocht naar de uitgangspunten van de remedie past bovendien goed bij het Nederlandse delictuele aansprakelijkheidsrecht. We zien die zoektocht bijvoorbeeld terug bij de toepassing van het relativiteitsvereiste bij de schadevergoeding, maar ook daarbuiten heeft die relativiteitsgedachte een belangrijke rol te spelen. De selectie en vormgeving van de remedie kan voor een groot deel direct worden voorspeld door de vraag te stellen welke remedie het beste de belofte van de norm verwezenlijkt, zodat iedere partij het hare krijgt. De norm kan bovendien van dienst zijn bij het geven van richting aan het vellen van billijkheidsoordelen. Waar een billijkheidsoordeel geveld moet worden of een discretionaire bevoegdheid moet worden uitgeoefend, is vooraf niet altijd duidelijk wat de uitkomst zal zijn. Aan de hand van de belofte van de norm kan in ieder geval duidelijk gemaakt worden welke waardeoordelen zullen moeten worden geveld. Ook dat biedt rechtszekerheid. In de navolgende hoofdstukken zal ik deze abstracte gedachtes nader uitwerken.