BNB 2022/32
Invorderingsrente over bestuurlijke boete, berekend over een periode waarin die boete nog niet onherroepelijk vaststond. Onschuldpresumptie
HR 21-01-2022, ECLI:NL:HR:2022:50, m.nt. J.J. Vetter
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
21 januari 2022
- Magistraten
Mrs. Koopman, Wortel, Beukers-van Dooren, Boerlage, Cools
- Zaaknummer
21/00733
- Noot
J.J. Vetter
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS635253:1
- Vakgebied(en)
Invordering / Invorderingsrente en betalingskorting
Invordering / Uitstel van betaling, kwijtschelding en verjaring
Fiscaal procesrecht / Procesorde
Fiscaal bestuursrecht / Boete
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:50, Uitspraak, Hoge Raad, 21‑01‑2022
Beroepschrift, Hoge Raad, 19‑04‑2021
- Wetingang
Essentie
Invorderingsrente over bestuurlijke boete, berekend over een periode waarin die boete nog niet onherroepelijk vaststond. Onschuldpresumptie
Samenvatting
Aan belanghebbende zijn over een reeks van jaren navorderingsaanslagen en vergrijpboeten opgelegd in verband met verzwegen buitenlandse bankrekeningen. De aanslagen en boeten zijn onherroepelijk geworden. De Ontvanger heeft belanghebbende € 633.519 invorderingsrente in rekening gebracht. Belanghebbende stelt dat de onschuldpresumptie van art. 6 EVRM meebrengt dat de renteperiode aanvangt op het moment waarop de aanslagen en boeten onherroepelijk zijn komen vast te staan. Het Hof heeft dit standpunt verworpen.
HR: De onschuldpresumptie gaat niet zo ver dat de invordering van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.