De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken
Einde inhoudsopgave
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.1.2:6.1.2 Verschillen in rechtvaardigheid tussen groepen
De civiele zitting centraal: informeren, afstemmen en schikken (BPP nr. VIII) 2010/6.1.2
6.1.2 Verschillen in rechtvaardigheid tussen groepen
Documentgegevens:
Janneke van der Linden, datum 14-04-2010
- Datum
14-04-2010
- Auteur
Janneke van der Linden
- JCDI
JCDI:ADS365409:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Er zijn geen significante verschillen gevonden tussen de ervaren (procedurele, interpersoonlijke en informatieve) rechtvaardigheid van (1) eisers en gedaagden, (2) de advocaten van eisers en de advocaten van gedaagden (3) de procesdeehiemers van de Rechtbank ‘ s-Hertogenbosch en die van de Rechtbank Utrecht en (4) de procesdeehiemers van zittingen waarin een schikking werd overeengekomen en die van zittingen waarin dat niet het geval was. Er zijn uitsluitend significante verschillen gevonden tussen de percepties van partijen en advocaten. Advocaten blijken in vergelijking met partijen significant positiever aan te kijken tegen de totale procedure tijdens de zitting (procedurele rechtvaardigheid) en de informatie en uitleg van de rechter (informatieve rechtvaardigheid) (tabel 61).1 Ook de gemiddelde score van advocaten op interpersoonlijke rechtvaardigheid is hoger dan die van partijen, maar dit verschil is statistisch gezien niet significant. De verschillen in ervaren rechtvaardigheid tussen partijen en advocaten duiden erop dat advocaten mogelijk geen scherp beeld hebben van hoe hun cliënt de zitting beleeft. Advocaten waarderen immers exact dezelfde procedure en de uitleg daarover positiever dan hun cliënt. Mogelijk zien zij bepaalde minder plezierige elementen van de zitting niet goed meer — die partijen nog wel zien — doordat zij al vele zittingen hebben bijgewoond.
Ook in eerder onderzoek bij een (court-annexed) arbitrage bij het District Court for the Middle District of North Carolina kwam naar voren dat de ervaren procedurele rechtvaardigheid van advocaten significant hoger is dan die van partijen (Lind e.a., 1990b).2 Die onderzoekers merken bij hun resultaten op, dat dit waarschijnlijk beter is dan de omgekeerde situatie. Als ‘onwetende’ partijen de procedure namelijk rechtvaardiger zouden vinden dan advocaten die al vele zittingen gezien hebben, zou het zeer de vraag zijn of de procedure echt zo rechtvaardig is als partijen denken of dat er sprake is van een soort ‘schijnrechtvaardigheid’ van de juridische procedure (Lind e.a., 1990b). Een andere interpretatie is echter ook mogelijk. Men zou kunnen betogen dat er juist meer waarde moet worden gehecht aan de rechtvaardigheidsoordelen van degenen ten behoeve van wie die procedures zijn ontworpen dan aan de oordelen van advocaten die de procedures al talloze keren gezien hebben, zelf onderdeel uitmaken van het juridisch systeem en die mogelijk bepaalde minder plezierige aspecten van de procedure inmiddels als vanzelfsprekend beschouwen.