Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht
Einde inhoudsopgave
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.3.7.2:2.3.7.2 Stappenplan bij de toepassing van artikel 82 EG en/of artikel 24 Mw
Privaatrechtelijke handhaving van mededingingsrecht (R&P nr. 174) 2009/2.3.7.2
2.3.7.2 Stappenplan bij de toepassing van artikel 82 EG en/of artikel 24 Mw
Documentgegevens:
mr.dr. E.J. Zippro, datum 29-09-2009
- Datum
29-09-2009
- Auteur
mr.dr. E.J. Zippro
- JCDI
JCDI:ADS577570:1
- Vakgebied(en)
Mededingingsrecht / Toezicht en handhaving
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ingeval de nationale rechter of arbiter een zaak dient te beoordelen waarbij een beroep wordt gedaan op artikel 82 EG en/of artikel 24 Mw dient onderzocht te worden of sprake is van misbruik van een economische machtspositie. De rechter kan daarbij het volgende stappenplan volgen. De bijzondere verhouding tussen de Commissie, de NMa en de nationale rechter bij de handhaving van het mededingingsrecht komt in dit stappenplan niet aan bod. Voor die verhouding verwijs ik naar het stappenplan in § 5.4.9.3.
Stap 1
Baken de relevante product- of dienstenmarkt af. Zie § 2.3.4.2 sub b.
Stap 2
Baken de relevante geografische markt af. Zie § 2.3.4.2 sub c.
Stap 3
Bestaat er op de relevante markt een machtspositie? Zie § 2.3.4.3. Zo nee, dan kan het gedrag niet onder artikel 82 EG en/of artikel 24 Mw vallen. Zo ja, dan volgt stap 4.
Stap 4
Wordt er misbruik gemaakt van de machtspositie? Zie § 2.3.4.4. Zo nee, dan valt het gedrag niet onder artikel 82 EG en/of artikel 24 Mw. Zo ja, dan valt het gedrag onder artikel 82 EG en/of artikel 24 Mw. Het is, afhankelijk van de concrete omstandigheden, voor gelaedeerden mogelijk om schadevergoeding te vorderen op grond van schending van het mededingingsrecht (onrechtmatige daad, ongerechtvaardigde verrijking). Tevens behoren voor gelaedeerden een verklaring voor recht, een vordering tot ongedaanmaking van hetgeen onverschuldigd is betaald en een verbods- of gebodsactie tot de mogelijkheden. Zie § 11.3. Een eventuele rechtshandeling is nietig op grond van artikel 3:40 BW. Hoewel het niet algemeen is aanvaard, kan verdedigd worden dat de nietigheid rechtstreeks voortvloeit uit het gemeenschapsrecht zelf op grond van een analoge interpretatie van de nietigheid die voortvloeit uit artikel 81 lid 2 EG (zie § 2.3.4.5).