Einde inhoudsopgave
Doorwerking van de beginselen van behoorlijke rechtspleging 2010/I.1.1
I.1.1 Doel van het onderzoek en de verhouding tot de probleemstelling
mr. D.W.M. Wenders, datum 27-09-2010
- Datum
27-09-2010
- Auteur
mr. D.W.M. Wenders
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Voetnoten
Voetnoten
Gemakshalve worden in dit onderzoek het Hof van Justitie, HvJ EG, het Gerecht van Eerste Aanleg en het Gerecht voor ambtenarenzaken in de hoofdtekst steeds aangeduid met Hof van Justitie, tenzij anders aangegeven. Sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon wordt het Hof van Justitie als instelling aangeduid als het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie omvat ingevolge art. 19 VEU vervolgens verschillende gerechten die uitspraken wijzen: het Hof van Justitie, het Gerecht en de gespecialiseerde rechtbanken. In dit onderzoek is bovendien gebruik gemaakt van jurisprudentie die gewezen is door het HvJ EG of de andere gerechten voor de inwerkingtreding van het verdrag van Lissabon op 1 december 2009. Ten behoeve van de leesbaarheid en overzichtelijkheid wordt daarom in de hoofdtekst steeds de term Hof van Justitie gehanteerd, maar in de noten wordt, daar waar wordt verwezen naar uitspraken gewezen voor 1 december 2009, de oude terminologie gebruikt.
Het voornaamste doel van het onderzoek dat in Deel I verricht wordt, is het in kaart brengen van de verschillende beginselen van behoorlijke rechtspraak en de daaruit voortvloeiende eisen voor de inrichting van een procedure. De onderscheiden beginselen van behoorlijke rechtspraak en de daaruit voortvloeiende eisen vormen het referentiekader, waartegen in het vervolg van dit onderzoek de bestuurlijke voorprocedures en de daarvoor geldende normen en eisen afgezet moeten worden. In dat kader moet ook de verhouding tussen de beginselen van behoorlijke rechtspraak en de daaruit voortvloeiende eisen, dat wil zeggen de concretisering van de beginselen, een plaats krijgen in het onderzoek. Daarnaast vindt in de navolgende hoofdstukken onderzoek plaats naar de grondslag en functie van de onderscheiden beginselen van behoorlijke rechtspraak, omdat het toepassingsbereik van die beginselen daardoor mede bepaald wordt.
Deel I is in de volgende hoofdstukken opgedeeld. In het onderhavige inleidende hoofdstuk wordt kort stilgestaan bij de ontwikkeling van de beginselen van behoorlijke rechtspraak in de doctrine en de verhouding van deze behoorlijkheidsbeginselen tot rechtspraak. In hoofdstuk 2 wordt nader ingegaan op de verschillende benaderingen van het begrip rechtspraak in de doctrine en de met die verschillende benaderingen gepaard gaande knelpunten (voor dit onderzoek). Ook komt daarin aan bod welke benadering van het begrip rechtspraak in dit onderzoek gehanteerd wordt. Verder worden de verschillen en overeenkomsten tussen bestuur en rechtspraak bezien. In hoofdstuk 3 worden de beginselen van behoorlijke rechtspraak vervolgens onderscheiden van inrichtingseisen en concrete uitwerkingen van die beginselen. In hoofdstuk 4 staan de beginselen van behoorlijke rechtspraak zélf centraal. In dat hoofdstuk worden vragen beantwoord als welke beginselen van behoorlijke rechtspraak kunnen onderscheiden worden, op welke grondslagen berusten deze beginselen, welke inhoud hebben de specifieke beginselen en welke concrete eisen vloeien daaruit voort. Hoofdstuk 5 belicht de rol van de beginselen van behoorlijke rechtspraak in het Unierecht, in het bijzonder in de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: Hof van Justitie).1 Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de invloed van de Unierechtelijke rechtsbeginselen op het nationale (bestuursrechtelijke) procesrecht. Hoofdstuk 6 ten slotte bevat enkele conclusies en het referentiekader waarop in Deel II van dit onderzoek wordt voortgebouwd.