NJB 2024/2396:Bij de beantwoording van de vraag of een rechtsgevolg moet worden verbonden aan de omstandigheid dat een ontnemingsvordering wordt ingediend zonder dat het voornemen daartoe is aangekondigd conform art. 311 lid 1 Sv, is mede bepalend het vertrouwen dat de betrokkene in het concrete geval mocht hebben dat het op enig moment indienen van een ontnemingsvordering achterwege zou blijven. De rechter moet daarom nagaan in welke mate de betrokkene door dat verzuim in zijn belangen is geschaad en mede aan de hand daarvan beoordelen of het verzuim moet leiden tot een rechtsgevolg en, zo ja, welk rechtsgevolg passend is. Dat de officier van justitie heeft verzuimd om het voornemen (tijdig) kenbaar te maken, is op zichzelf niet toereikend om het gerechtvaardigde vertrouwen te wekken dat het indienen van een ontnemingsvordering achterwege zal blijven. Die enkele omstandigheid kan daarom niet tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie in de ontnemingsvordering leiden. Onder omstandigheden kan het nadeel dat de betrokkene door het verzuim heeft ondervonden aanleiding geven tot vermindering van de betalingsverplichting.