De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen
Einde inhoudsopgave
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/7.1:7.1 Inleiding-
De (bijzondere) positie van onteigenings- en nadeelcompensatiedeskundigen (SteR nr. 58) 2023/7.1
7.1 Inleiding-
Documentgegevens:
S. Schuite, datum 10-04-2023
- Datum
10-04-2023
- Auteur
S. Schuite
- JCDI
JCDI:ADS702051:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
In hoofdstuk 5 is het containerbegrip ‘kwaliteit’ geoperationaliseerd aan de hand van een toetsingskader dat bestaat uit drie aspecten. Die aspecten zijn onafhankelijkheid, onpartijdigheid en deskundigheid. Vervolgens zijn in hoofdstuk 6 twee wijzen beschreven waarop die aspecten gecontroleerd en geborgd kunnen worden.
Als eerste werd het disclosure statement beschreven. In een disclosure statement geeft de deskundige zelf, per geval, inzicht in onderwerpen als opleiding, werkervaring en (eventuele) relaties tot procespartijen. Als tweede wijze werd het deskundigenregister beschreven. Anders dan bij het disclosure statement geeft de deskundige niet zelf inzicht in diens kwaliteit, maar wordt dat inzicht via een openbaar raadpleegbaar register geboden. Het register spant zich in om de kwaliteit van de bij hem ingeschreven deskundigen te waarborgen. Een procesactor leest daarmee de kwaliteit van de deskundige niet af aan de verklaringen van de deskundige daaromtrent, maar aan het antwoord op de vraag of de deskundige al dan niet is ingeschreven in het betreffende register. Er werd geconcludeerd dat een disclosure statement het meest geschikte mechanisme is om de zaakgerelateerde aspecten onafhankelijkheid en onpartijdigheid in beeld te brengen. Het deskundigenregister is daarentegen geschikter voor algemene informatie omtrent het aspect deskundigheid (lidmaatschap beroepsvereniging, opleiding, permanente educatie en ervaring).
In dit hoofdstuk besteed ik aandacht aan het disclosure statement en het deskundigenregister in het licht van de Nederlandse onteigenings- en nadeelcompensatiepraktijk. Ik onderzoek of er gebruik wordt gemaakt van disclosure statements en wat de beschikbare deskundigenregisters zijn. Ook analyseer ik de beschikbare deskundigenregisters volstaan om de kwaliteit van de deskundige te controleren en te borgen tegen de achtergrond van de kenmerken waaraan een adequaat register zou moeten voldoen (zie daarover § 6.3.4).