Wie heeft de leiding?
Einde inhoudsopgave
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.5.2.3:4.5.2.3 Duits recht
Wie heeft de leiding? (R&P nr. VG1) 2010/4.5.2.3
4.5.2.3 Duits recht
Documentgegevens:
Dr. mr. B.A.M. Janssen, datum 08-12-2010
- Datum
08-12-2010
- Auteur
Dr. mr. B.A.M. Janssen
- JCDI
JCDI:ADS620954:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Ook in het Duitse recht geldt als hoofdregel de verticale natrekking. Versorgungsleitungen (leidingen voor nutsvoorzieningen) die in de grond liggen waarop de installatie of nutscentrale staat worden als 'wezenlijk bestanddeel' van die grond beschouwd. Conform artikel 946 BGB geldt dat de eigendom van de grond ook de eigendom van de leiding omvat. Echter volgens Duitse rechtspraak moeten leidingen die in andermans grond zijn aangelegd, gezien worden als schijnbestanddelen. Dat wil zeggen als zaken die tot doel hebben om tijdelijk in die grond van een ander te zullen liggen. De grond trekt de leiding in die situatie niet na en dus is de grondeigenaar in beginsel ook geen eigenaar van de leiding. De leidingen in andermans grond worden conform artikel 97 BGB gekwalificeerd als een `Zubehfir' (hulpzaak) van de grond waarop de gas- water- of elektriciteitsinstallatie staat. De eigenaar van het perceel waarop genoemde installatie staat (= de hoofdzaak), is in beginsel ook eigenaar van de leidingen. Op grond van geldende rechtspraak kan artikel 917 BGB aangewend worden om een noodleiding op/onder een buurperceel te vorderen, dan wel om een al aanwezige noodleiding op het dienende perceel mede te (gaan) gebruiken. Voornoemd artikel houdt niet tevens een zakelijk recht in ten behoeve van de eigendom van de leiding (in het dienende erf). In ieder geval zal de noodleiding als hulpzaak worden aangemerkt en dus niet toekomen aan de eigenaar van het dienende erf. Leidingen worden in het Duitse recht als roerende zaken aangemerkt gelet op hun kwalificatie als Zubehdr in de zin van artikel 97 BGB.