Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade
Einde inhoudsopgave
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/4.2.3:4.2.3 De deelregelmethode compliceert onnodig
Relativiteit, causaliteit en toerekening van schade (R&P nr. CA21) 2019/4.2.3
4.2.3 De deelregelmethode compliceert onnodig
Documentgegevens:
D.A. van der Kooij, datum 01-08-2019
- Datum
01-08-2019
- Auteur
D.A. van der Kooij
- JCDI
JCDI:ADS588628:1
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Verbintenissenrecht / Schadevergoeding
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Brunner 1981a, p. 236.
Vgl. Brunner 1997, p. 65 die terecht erop wijst dat de wetgever de term winst in art. 6:96 lid 1 BW niet gebruikt in de zin van omzet minus kosten maar in de zin van inkomsten.
Zie nader hoofdstuk 11.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
193. Mijns inziens laat de deelregelmethode zich goed vergelijken met een onduidelijke, moeilijk leesbare landkaart. De onduidelijkheid maakt dat zich niet aanstonds laat zeggen dat de kaart de werkelijkheid verkeerd weergeeft. Maar degene die met de kaart zijn bestemming bereikt, slaagt daarin niet dankzij de kaart, maar doordat hij op een andere wijze, vooral door buiten de kaart om gevonden aanwijzingen, en soms ondanks de kaart, de weg weet te vinden. Enerzijds voert de methode naar mijn mening allerlei factoren op die bij de toerekenbaarheid van de schade niet relevant zijn. Anderzijds laat de methode verschillende relevante omstandigheden buiten beschouwing. Hoewel Brunner beoogde tot redelijke en rationele toerekeningsregels te komen,1 maakt om deze redenen de deelregelmethode van de toerekeningsproblematiek een soort mysterie. Dit laat zich illustreren aan de hand van de volgende casus.
Een verzekeringsmakelaar krijgt opdracht een brandverzekering voor een kantoorgebouw af te sluiten. De verzekering wordt afgesloten door een medewerker van de makelaar. Deze medewerker heeft, doordat een van haar kinderen die ochtend is aangereden, daar haar hoofd niet bij. Zij sluit wel een verzekering af, maar voor een verkeerd adres. Niet lang daarna gaat het kantoorgebouw door brand vrijwel geheel verloren. De verzekeraar weigert de schade te vergoeden omdat het kantoorgebouw niet verzekerd was. Vast komt te staan dat de verzekeringsmakelaar wanprestatie heeft gepleegd en dat in het geval de opdracht naar behoren zou zijn uitgevoerd de verzekeraar de brandschade zou hebben vergoed.
Niet lijkt mij aan twijfel onderhevig dat de schade van het niet-verkrijgen van de verzekeringsuitkering kan worden toegerekend aan de wanprestatie. De verzekeringsmakelaar was gehouden om de brandverzekering naar behoren af te sluiten juist zodat in het geval van brand aan het kantoorgebouw de schade door een verzekeraar zou worden vergoed: met de geschonden verplichting is beoogd te beschermen tegen de schade zoals geleden. In hoofdstuk 7 zal ik uitwerken, dat in een aanzienlijke groep gevallen op eenvoudige wijze tot een positief antwoord op de toerekeningsvraag kan worden gekomen door te constateren dat met de geschonden norm beoogd is te beschermen tegen de schade zoals geleden.
194. Toepassing van de deelregelbenadering leidt echter tot het volgende. De kans dat in het kantoorgebouw brand zou uitbreken en dus schade zou ontstaan was naar ervaringsregels zeer gering. Het afbranden van een kantoorpand kan rustig abnormaal genoemd worden. Dit is reden om minder toe te rekenen. De schade is verder een indirect gevolg van de wanprestatie. De directe oorzaak van de schade is immers de brand en vervolgens het niet-uitkeren door de verzekeraar. Ook hierom dient beperkter te worden toegerekend. Ter zake van de aard van de aansprakelijkheid geldt in de eerste plaats, dat de geschonden norm strekt tot bescherming tegen zuivere vermogensschade (het niet-verkrijgen van een verzekeringsuitkering). Dat wijst in de richting van beperktere toerekening. Op de tweede plaats geldt dat de schuldgraad gering is: de verzekeringsmakelaar valt niets te verwijten; hij is aansprakelijk voor een fout van zijn medewerker. Die medewerker heeft op haar beurt bovendien een beperkte mate van schuld. Ook dit wijst in de richting van beperktere toerekening. In de derde plaats is er het gegeven dat de schade veroorzaakt is in het kader van de uitoefening van een beroep. Voor toerekening is dat een neutrale factor. Beschouwen wij verder de aard van de schade, dan blijkt dat sprake is van zuivere vermogensschade, meer in het bijzonder van gederfde winst.2 Ook dit is reden om beperkter toe te rekenen. Tot slot kan ter zake van de draagkracht van de laedens worden aangenomen dat de verzekeringsmakelaar verzekerd is. Dat is reden om ruimer toe te rekenen.
De meeste factoren wijzen in de richting van beperktere toerekening. Eén factor wijst in de richting van ruimere toerekening. Onduidelijk is hoe dit alles afgewogen dient te worden. Onduidelijk is voorts hoe van een afweging van deze aanwijzingen gekomen dient te worden tot een oordeel over de toerekening van schade. Wat het afwegingsproces er niet eenvoudiger op maakt, is dat niet goed valt in te zien waarom de aspecten die de deelregelmethode releveert van belang zijn. Bovendien, en belangrijker, wordt de cruciale omstandigheid dat met de geschonden norm beoogd wordt te beschermen tegen de schade zoals geleden, in de benadering niet naar voren gebracht: Brunner onderscheidt slechts het beschermen van leven en gezondheid, het voorkomen van zaakschade en het voorkomen van zuivere vermogensschade en immateriële schade. Men kan uiteraard met deze deelregelmethode wel tot de mijns inziens juiste uitkomst komen, maar die uitkomst verkrijgt men dan niet dankzij maar veeleer ondanks deze methode.
195. Hiervoor schreef ik dat de deelregelmethode verschillende relevante omstandigheden buiten beschouwing laat. Eén zo’n omstandigheid is de precieze met de geschonden norm of met de toepasselijke kwalitatieve aansprakelijkheid beoogde bescherming. In met name deel III van dit boek zal ik nog andere omstandigheden bespreken die mijns inziens van belang zijn bij de toerekenbaarheid van schade, maar die geen onderdeel zijn van de deelregelmethode. Bijvoorbeeld de omstandigheid dat de aansprakelijkheidscheppende gebeurtenis de kans op de schade zoals geleden niet heeft vergroot.3
Brunner had overigens zijn benadering als gezegd als tussenstation bedoeld. Tegen die achtergrond behoeft het niet te verbazen dat Brunner relatief veel (mogelijk) relevante factoren noemde, terwijl voor de beantwoording van de toerekeningsvraag in allerlei casus diverse van die factoren geen rol van betekenis spelen.
196. In het navolgende zal ik de afzonderlijke deelregels nader bespreken.