V-N 2025/14.1.2
Vermogensrendementsheffing geen individuele en buitensporige last door hoger werkelijk rendement. Lopende procedure HR
Hof 's-Hertogenbosch 30-10-2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3396
- Instantie
Hof 's-Hertogenbosch
- Datum
30 oktober 2024
- Zaaknummer
21/1566
21/1567
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Inkomstenbelasting / Vermogensrendementsheffing (box 3)
Belastingrecht algemeen / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSHE:2024:4068, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 18‑12‑2024
ECLI:NL:GHSHE:2024:3396, Uitspraak, Hof 's-Hertogenbosch, 30‑10‑2024
- Wetingang
art. 5.2 Wet IB 2001
Essentie
Vermogensrendementsheffing geen individuele en buitensporige last door hoger werkelijk rendement. Lopende procedure HR
Samenvatting
X maakt bezwaar tegen de aanslagen IB/PVV 2015 en 2016, specifiek tegen de vermogensrendementsheffing. Het bezwaar en beroep van X worden ongegrond verklaard, waarna X in hoger beroep gaat. In geschil is of de vermogensrendementsheffing in strijd is met art. 14 EVRM, dan wel art. 1 EP EVRM. Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de vermogensrendementsheffing een individuele en buitensporige last oplevert, gezien het werkelijk rendement hoger is dan het forfaitaire rendement. Het hoger beroep is ongegrond en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.