De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer
Einde inhoudsopgave
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.1:6.2.1 Inleidende opmerkingen
De weg naar schadevergoeding in het internationale gemotoriseerde verkeer (Verzekeringsrecht) 2010/6.2.1
6.2.1 Inleidende opmerkingen
Documentgegevens:
mr. F.J. Blees, datum 29-04-2010
- Datum
29-04-2010
- Auteur
mr. F.J. Blees
- JCDI
JCDI:ADS399530:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De overeenkomsten tussen de Bureaus vormen het fundament van het groene-kaartstelsel en zijn al zo oud als dat stelsel zelf. Zij dateren uit het eind van de jaren '40 en het begin van de jaren '50 van de vorige eeuw. Hoewel zij in de loop der jaren gewijzigd zijn om te beantwoorden aan de ontwikkeling van het groenekaartstelsel en om oplossingen te bieden voor in de praktijk gerezen vraagstukken, zijn zij in essentie niet veranderd. In vergelijking met de overeenkomsten die de verhoudingen tussen de schadevergoedingsorganen en de waarborgfondsen beheersen, zijn zij het meest gedetailleerd. De oorzaak daarvan is dat zij - zoals hiervoor opgemerkt - op grond van praktijkervaringen zijn doorontwikkeld. Dergelijke praktijkervaringen zijn in het kader van de 4e Richtlijn nog niet, althans in veel mindere mate opgedaan.
In paragraaf 6.2.2 zal eerst worden ingegaan op de rechtsgrondslag van het verhaal tussen de Bureaus. Paragraaf 6.23 onderzoekt het op de overeenkomsten tussen de Bureaus toepasselijke recht. Paragraaf 6.2.4 is vervolgens gewijd aan de regels die het verhaal tussen de Bureaus beheersen. Paragraaf 6.2.4.1 bespreekt een aantal algemene principes en uitgangspunten, waarna paragraaf 6.2.4.2 de regels analyseert die gelden als de Bureaus direct verhaal op elkaar nemen, dat wil zeggen als een Bureau de schade zelf heeft geregeld.
Zoals in hoofdstuk 4 reeds is gesteld, worden de meeste dossiers die onder het groenekaartstelsel worden afgewikkeld niet door maar onder verantwoordelijkheid van de Bureaus behandeld door op verzoek van de verzekeraar aangestelde benoemde correspondenten. De correspondent komt zijn regresrecht op de verzekeraar zelf met deze overeen, waarbij termijnen, omvang van zijn schaderegelingsvergoeding en eventuele sancties in geval van vertraging kunnen worden gestipuleerd die afwijken van hetgeen de Bureaus onderling - in de Internal Regulations - hebben neergelegd. Deze overeenkomsten tussen verzekeraars en hun correspondenten zullen niet worden besproken, omdat de inhoud daarvan voor een belangrijk deel door partijen zelf kan worden bepaald. In het licht van de vertegenwoordigingsrelatie tussen Bureau en correspondent echter - naast die op grond van de lastgeving van de verzekeraar aan de correspondent - kan de correspondent, als de verzekeraar zijn verplichting tot restitutie aan de correspondent niet nakomt, het Bureau aanspreken. Ook als de schade daadwerkelijk door een correspondent en niet door het Bureau wordt geregeld, staan de Bureaus in beginsel garant voor de restitutie door de verzekeraar.
Een en ander kan als volgt in een tweetal schema's worden weergegeven, waarbij wordt voortgebouwd op schema 1 in paragraaf 43.8.
In dit schema wordt aangenomen dat de aansprakelijke verzekerd is en dat de verzekeraar in het land van het ongeval geen correspondent heeft aangesteld. De dunne lijn geeft het verhaal van het in dit geval daadwerkelijk regelend Bureau op de verzekeraar aan; de dikke lijn betreft het verhaal van het regelend Bureau op het garanderend Bureau (de zogenaamde 'Guarantee Call') indien de verzekeraar niet tijdig restitueert. Het garanderend Bureau verhaalt zich daarna weer op de verzekeraar.
In dit schema is de aansprakelijke eveneens verzekerd en heeft de verzekeraar een correspondent aangesteld. In eerste instantie verhaalt de correspondent zich op zijn lastgever, de verzekeraar, maar blijft restitutie uit, dan zal de correspondent zich kunnen wenden tot het 'regelend' Bureau, dat vervolgens weer verhaal zoekt op het garanderend Bureau, dat op zijn beurt weer regres neemt op de verzekeraar. In paragraaf 6.2.4.3 zal de verhaalsmogelijkheid van de correspondent en de verdere afwikkeling langs de weg van de Bureaus worden onderzocht.
In paragraaf 5.4.2.4 is vastgesteld dat ook het Bureau onderworpen is aan het sanctieregime in het kader van de 'gemotiveerd-antwoordprocedure' en is gewezen op de complicatie dat in veruit de meeste gevallen niet het Bureau maar een door de verzekeraar aangestelde correspondent de daadwerkelijke schaderegeling verzorgt. In paragraaf 6.2.4.4 wordt geanalyseerd op welke wijze het Bureau dat in verband met nalaten van de correspondent sancties opgelegd krijgt, deze kan verhalen op de verzekeraar, c.q. het garanderend Bureau.
Insolventie van een dekking gevende verzekeraar en de gevolgen daarvan voor het groenekaartstelsel vormen het onderwerp van paragraaf 6.2.4.5. Welke overeenkomsten de situatie beheersen dat een dienstverrichtende verzekeraar zijn verplichtingen niet nakomt wordt besproken in paragraaf 6.2.4.6, zulks mede voor het geval een dienstverrichtende verzekeraar in staat van insolventie geraakt. In paragraaf 6.2.4.7 ten slotte wordt nagegaan hoe geschillen tussen de Bureaus (en hun leden) worden beslecht en wat het gevolg is van rechterlijke uitspraken die anders luiden dan op grond van de overeenkomsten tussen de Bureaus kon worden verwacht.