Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II
Einde inhoudsopgave
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/24:24 Onevenredigheid
Parallelle procedures en misbruik van procesrecht onder de EEX-Verordening II (BPP nr. XVI) 2015/24
24 Onevenredigheid
Documentgegevens:
mr. J.F. Vlek, datum 30-10-2014
- Datum
30-10-2014
- Auteur
mr. J.F. Vlek
- JCDI
JCDI:ADS506441:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Europees burgerlijk procesrecht
Internationaal privaatrecht / Internationaal bevoegdheidsrecht
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Parl. Gesch. Boek 3 (Inv. 3, 5 en 6), p. 1040.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Het derde door de wetgever genoemde criterium, de onaanvaardbare onevenredigheid van belangen, is de meest voorkomende categorie. In die zin zou een zekere lijn kunnen worden getrokken tussen de criteria: het verbod van misbruik van bevoegdheid begint bij de handelingen die uitsluitend de bedoeling hebben om de ander te benadelen, vervolgens de handelingen die met een ander doel worden verricht dan waartoe de bevoegdheid tot het verrichten van die handeling in het leven is geroepen, en aan het eind van de lijn de handelingen waartoe geen redelijk mens had kunnen komen na afweging van alle in aanmerking komende belangen. De betrokken belangen moeten in een wanverhouding tot elkaar staan: het belang bij uitoefening van de bevoegdheid valt in het niet bij het belang dat de ander heeft bij achterwege laten van uitoefening van de bevoegdheid. Het criterium vereist in ieder geval een zekere mate van disproportionaliteit: een onevenredige verhouding tussen de betrokken belangen. De vraag wanneer hiervan sprake is zal – wederom – aan de hand van de omstandigheden van het geval moeten worden uitgemaakt. Het criterium van belangenafweging is het overkoepelende criterium waarbij acht wordt geslagen op alle betrokken belangen. In de woorden van de wetgever:
‘Er moet dan ook voor een misbruik van bevoegdheid op alle belangen die bij het geval betrokken zijn, worden gelet; ook dus op de belangen van derden, welke men schaadt; het inroepen van de door de wet toegekende bevoegdheid geeft geen absolute vrijbrief om te schaden.’1