Aanvullen van subjectieve rechten
Einde inhoudsopgave
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/20.3.6:20.3.6 Stap 4b: Aanspraken die op basis van partijafspraak een subjectief recht aanvullen
Aanvullen van subjectieve rechten (O&R nr. 109) 2019/20.3.6
20.3.6 Stap 4b: Aanspraken die op basis van partijafspraak een subjectief recht aanvullen
Documentgegevens:
mr. drs. T.E. Booms, datum 01-01-2019
- Datum
01-01-2019
- Auteur
mr. drs. T.E. Booms
- JCDI
JCDI:ADS298035:1
- Vakgebied(en)
Vermogensrecht / Algemeen
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
Anders bijvoorbeeld van Mierlo & Beijer, Groene Serie Verbintenissenrecht, art. 6:142 BW, aant. 16.5 (laatst geraadpleegd 1 juli 2018), die de achterstelling als nevenrechten kwalificeren.
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
838. De andere mogelijke afslag bij stap 4 is het aanvullen van een subjectief doordat partijen dat onderling afspreken. Dit kan worden gezien als de spiegelbeeldige situatie van het automatisch aanvullen van subjectieve rech ten door de overheid: in plaats van dat de aanspraken automatisch mee overgaan en partijen ervoor kunnen kiezen om de automatische overgang uit te sluiten, gaan de hier bedoelde aanspraken normaal gesproken niet mee over en zullen partijen dat moeten bedingen om ervoor te zorgen dat ze wel mee over gaan. Dat gebeurt door de aanspraken niet alleen te ver schaffen aan de huidige rechthebbende van een subjectief recht, maar ook aan diens rechtsopvolgers. Dit zullen partijen alleen overeenkomen als zij allemaal (dus ook degene die de aanspraken verschaft) erop vooruitgaan. Het verschil met de hiervoor besproken automatische aanvulling van subjectieve rechten door de overheid is dat partijen niet gebonden zijn aan de restricties die voor de overheid gelden. Zo kunnen zij er ook voor kiezen om aanspraken toe te delen aan degene die een specifiek subjectief recht heeft in gevallen waarin deze aanspraken een zelfstandig nut heb ben. Denk daarbij aan de in hoofdstuk 17 genoemde garantie tot betaling van een geldsom. De rechten uit bankgarantie en uit 403-verklaring, waar van in de literatuur meermaals is afgevraagd of en betoogd dat ze afhankelijk zijn, kunnen daarom beter worden begrepen als door partijen zelf verschafte aanspraken in hoedanigheid. Partijen hebben namelijk de mogelijkheid om zelf zulke, van de vordering in het kader waarvan zij zijn ver-schaft losstaande, rechten te verschaffen. Een ander verschil is dat het mogelijk is om de kring met begunstigde partijen helemaal zelf vorm te geven en dus ook uit te breiden, zodat bijvoorbeeld kan worden afgesproken dat de aanspraak niet toekomt aan de rechthebbende van een specifieke vordering, maar aan degene die ten aanzien van die vordering inningsbevoegd is.
839. In principe kunnen alle soorten aanspraken op deze manier door par tijen worden toegedeeld aan iemand die rechthebbende is van een specifiek subjectief recht, zo lang daar geen derden mee worden benadeeld. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om de rechthebbende van een specifiek subjectief recht, maar ook zijn rechtsopvolgers, een koopoptie te geven, een toestemming te verlenen, een volmacht te verlenen, etc. Ook zijn mijns inziens de gevolgen van het oneigenlijk achterstellen van een vordering uit te breiden naar partijen die de opvolgend rechthebbende zijn van een vordering van de originele senior. Rechten uit oneigenlijke achterstelling zijn dus geen nevenrechten die automatisch de vorderingen van de senior volgen, maar aan spraken die door de junior gericht kunnen worden toegedeeld.1