NJB 2025/2473
Schending redelijke termijn art. 6 lid 1 EVRM: oordeel hof dat de redelijke termijn in hoger beroep niet is geschonden omdat het tijdsverloop in hoger beroep is veroorzaakt door het verzoek van de verdediging om vier getuigen te horen en door de tijdelijke niet-beschikbaarheid van de raadsman van de verdachte, is niet zonder meer begrijpelijk nu het meer dan 17 maanden heeft geduurd voordat de raadsheer-commissaris heeft beslist op het al bij appelschriftuur gedane verzoek van de verdediging om de getuigen te horen. Ook de enkele vaststelling van het hof dat de raadsman tijdelijk vanwege gezondheidsproblemen niet beschikbaar was, volstaat niet voor dat oordeel.
HR 14-10-2025, ECLI:NL:HR:2025:1561
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 oktober 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Borgers, A.L.J. van Strien, M. Kuijer
- Zaaknummer
23/01874
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1561, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑10‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:749, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 08‑07‑2025
- Wetingang
(art. 6 EVRM)
Essentie
Schending redelijke termijn art. 6 lid 1 EVRM: oordeel hof dat de redelijke termijn in hoger beroep niet is geschonden omdat het tijdsverloop in hoger beroep is veroorzaakt door het verzoek van de verdediging om vier getuigen te horen en door de tijdelijke niet-beschikbaarheid van de raadsman van de verdachte, is niet zonder meer begrijpelijk nu het meer dan 17 maanden heeft geduurd voordat de raadsheer-commissaris heeft beslist op het al bij appelschriftuur gedane verzoek van de verdediging om de getuigen te horen. Ook de enkele vaststelling van het hof dat de raadsman tijdelijk vanwege gezondheidsproblemen niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.