NJB 2026/653:Onderscheid tussen betreden en doorzoeking: als opsporingsambtenaren bevoegd zijn een plaats ter inbeslagneming te betreden, zijn zij tevens bevoegd tot het op die plaats zoekend rondkijken en het in beslag nemen van voor de hand liggende voorwerpen, maar niet tot handelingen die verder gaan en daarom moeten worden aangemerkt als doorzoeken. Dit geldt ook bij de betredingsbevoegdheid van art. 9 lid 1 Opiumwet. In casu heeft een verbalisant de woning waarin de verdachte verbleef, betreden en daar vervolgens zoekend rondgekeken, waarbij hij door de glazen ruit van de oven een tas van het merk ‘COOP’ in de oven zag liggen. Daarop heeft de verbalisant de oven geopend en de tas in beslag genomen. Na inbeslagneming heeft hij de tas geopend en hierin een geldbedrag aangetroffen. Het oordeel van het hof dat het openen van de oven door de verbalisant onder deze omstandigheden niet hoeft te worden aangemerkt als het doorzoeken van de woning, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Weliswaar volgt uit de vaststellingen van het hof dat de verbalisant de deur van de oven heeft geopend, maar deze verbalisant had op het moment van het openen al met het oog waargenomen wat hij in beslag wilde nemen. CAG: anders.