Overeenkomst tot arbitrage
Einde inhoudsopgave
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/8.4.7.3:8.4.7.3 Derden
Overeenkomst tot arbitrage (BPP nr. 13) 2011/8.4.7.3
8.4.7.3 Derden
Documentgegevens:
Mr. G.J. Meijer, datum 20-07-2011
- Datum
20-07-2011
- Auteur
Mr. G.J. Meijer
- JCDI
JCDI:ADS507176:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Volgens art. 1021 Rv bestaat slechts bewijs van de overeenkomst tot arbitrage indien een partij zelf het geschrift als bedoeld in art. 1021 Rv heeft aanvaard of als een persoon dit geschrift in naam van de desbetreffende partij heeft aanvaard. Hieruit kunnen wij afleiden dat zogenaamde derden (personen die het geschrift niet hebben aanvaard of die zich terzake niet hebben laten vertegenwoordigen), als de overeenkomst tot arbitrage wordt betwist, daaraan in beginsel niet gebonden kunnen raken (vgl. ook het partijbegrip in art. 1020 lid 1 Rv).
Wij zullen zien dat niet is uitgesloten dat personen die op het eerste gezicht derden lijken, als partij bij de overeenkomst tot arbitrage moeten worden aangemerkt (zie 9.2.3 en 9.2.4). Soms worden derden, ofschoon zij geen partij zijn als bedoeld in art. 1021 Rv, toch geacht aan de overeenkomst tot arbitrage te zijn gebonden (zie daartoe 9.3).