De autonomie van de leraar
Einde inhoudsopgave
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/1.5:1.5 Methode
De autonomie van de leraar (SteR nr. 64) 2024/1.5
1.5 Methode
Documentgegevens:
J.S. Buiting, datum 07-02-2024
- Datum
07-02-2024
- Auteur
J.S. Buiting
- JCDI
JCDI:ADS949403:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen (V)
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De vraag hoever de autonomie van de leraar reikt bij het geven van onderwijs en bij het afnemen van examens wordt beantwoord aan de hand van de klassiek-juridische methode. Er is dan ook onderzoek gedaan aan de hand van de wet- en regelgeving, wetsgeschiedenis, literatuur, jurisprudentie en rapporten van adviesorganen zoals de Onderwijsraad. Zoals geschetst in § 1.2.1 staat de juridische uitwerking van de autonomie van de leraar grotendeels nog in de kinderschoenen, is de precieze mate van autonomie afhankelijk van de betreffende sector, school of zelfs leerling en is de wijze waarop autonomie wordt toegepast de facto persoons- en situatieafhankelijk. Het zal dan ook niet mogelijk zijn de onderzoeksvraag en deelvragen exact te beantwoorden. Met dit onderzoek kan evenwel in kaart gebracht worden binnen welke kaders de leraar autonomie heeft en hoe zijn autonomie zich verhoudt tot het bevoegd gezag en de leerling.
Dit onderzoek is descriptief en analytisch van aard. Aan de hand van de hierboven genoemde rechtsbronnen en relevante literatuur wordt dan ook voornamelijk beschreven hoe de autonomie van de leraar juridisch is vormgegeven. Zoals toegelicht in § 1.3.3 wordt aangenomen dat de autonomie van de leraar zowel wordt beperkt als versterkt door wet- en regelgeving, jurisprudentie, de professionele standaard, beleid en instructies van het bevoegd gezag en de gezagsverhouding met en rechten van de leerling. Uit het literatuuronderzoek zal blijken wat de heersende opvatting is ten aanzien van de autonomie van de leraar en welke andere diverse opvattingen er zijn op dit gebied. Er zal naar gestreefd worden om een goed beeld van de literatuur op het gebied van autonomie van de leraar te verkrijgen in de vier ‘reguliere’ onderwijssectoren.
Ook in het onderzoek naar wet- en regelgeving en jurisprudentie wordt ernaar gestreefd om een zo volledig mogelijk beeld te krijgen. Ten aanzien van de huidige jurisprudentie op het gebied van de autonomie van de leraar zal dit niet voor alle onderwijssectorwetten in gelijke mate mogelijk zijn. Over het middelbaar beroepsonderwijs is bijvoorbeeld weinig relevante jurisprudentie beschikbaar, terwijl er in het hoger onderwijs dusdanig veel jurisprudentie van het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs is verschenen dat slechts een samenvattend overzicht gegeven kan worden van de belangrijkste jurisprudentie. Bij het jurisprudentieonderzoek wordt in het bijzonder aandacht geschonken aan eventuele verschillen en overeenkomsten tussen onderwijssectoren en tussen uitspraken van de burgerlijke rechter en de bestuursrechter.
De professionele standaard van de leraar wordt in het onderzoek betrokken; dit wordt evenwel bemoeilijkt door het feit dat er de leraar op dit moment zoals gezegd geen eenvormige professionele standaard heeft. Zijn professionele standaard kan enkel worden afgeleid uit jurisprudentie en uitspraken van geschillen- en klachtencommissies. Dit heeft tot gevolg dat de professionele standaard van de leraar dus ook enkel in zoverre onderzocht kan worden als dat er geschillen zijn geweest over de normen waar de beroepsuitoefening van de leraar aan moet voldoen. Uit de uitspraken over deze geschillen kan een deel van de professionele standaard worden afgeleid.
In het onderzoek wordt de mogelijkheid voor het bevoegd gezag om beleid te maken en instructies te geven onderzocht aan de hand van onder meer de wet- en regelgeving. Aan de hand hiervan kan bepaald worden in hoeverre dit de autonomie van de leraar mogelijk kan beïnvloeden. In hoeverre dit in de praktijk ook gebeurt, zal afhangen van het specifieke bevoegd gezag en de leraar die het betreft, en hun onderlinge relatie. De mate waarin de gezagsverhouding met en de rechten van de leerling van invloed zijn op de autonomie van de leraar is eveneens afhankelijk van de specifieke situatie. Wel kan ook hier middels wet- en regelgeving, jurisprudentie en literatuur geschetst worden in hoeverre dit de autonomie van de leraar mogelijk beïnvloedt.